De pers en 14 mei
a
a
 De Panorama van 1950

Enige tijd geleden stond ik op de Coolsingel in Rot­terdam. Er kwam een oude zeeman  naar mij toe, die mij vroeg, hoe bij zo gauw mogelijk de haven kon bereiken, waar zijn schip lag. Aan zijn uitspraak meende ik te horen, dat hij een Rotterdammer was. Blijkbaar merkte hij mijn verbazing over zijn vraag, want toen ik hem de weg had gewezen zei hij: “Ik ben in Rotterdam geboren, maar sinds het bombardement hen ik er niet meer geweest. In de Meidagen heb ik alles, vrouw, kinderen en huis, verloren. Ik heb sindsdien in Brabant gewoond en na de oorlog ben ik weer gaan varen. Ik wilde Rot­terdam niet meer zien. Nu ben ik er voor het eerst terug. maar ik wil zo gauw mogelijk weer weg. Rotter­dam is Rotterdam niet meer. Het hart is verdwenen. Waar zijn de Hoogstraat en de Passage, de Leuvehaven, de Dijk en de Coolsingel? Want dit kun je de Coolsingel niet noemen. Ik ga weg en kom hier nooit meer te­rug”. Zielsverloren stond hij nog even rond te kijken. Dan liep hij haastig naar de tram, die hem naar zijn schip zou brengen. Een oude man, die zijn jeugd­jaren en de mooiste tijd van zijn leven in Rotter­dam had gesleten en het nu niet meer wilde zien....


Ik moest denken aan het vers, dat Jan Prins eveneens - een Rotterdammer, die gevaren heeft - aan zij geboorteplaats, „de stad, waar men kind is geweest” heeft gewijd.

Volgens de Duitsers was het bombardement van 14 mei 1940 een vergissing. Op 10 mei 1940 landden in de vroege morgen op het vliegveld Waalhaven Duitse troepen. Op de Nieuwe Maas daalden aan weerszijden van de bruggen twaalf watervliegtuigen met honderdvijftig Duitsers aan boord, terwijl bij het stadion vijftig parachutisten omlaag sprongen. Zij bezetten Rotterdam-Zuid en de bruggen over de rivier, maar konden niet verder komen. Vier dagen lang werd er verbeten gevochten om het bezit van deze toegangswegen tot de stad.

Dinsdag 14 mei werd aan de Nederlandse commandant van Rotterdam een schriftelijk ultimatum overhandigd. Hij diende de stad over te geven, wilden er niet talloze slachtoffers onder de burgerbevolking vallen. Het ultimatum was niet ondertekend en vermeldde evenmin van wie het afkomstig was. In overleg met het opperbevel ging een Nederlandse kapitein naar de Duitse commandant. Om 13.20 uur werd toen een nieuw, thans ondertekend ultimatum over-handigd, dat binnen 3 uur, dus vóór 16.20 beantwoord moest zijn. Onmiddelijk vertrok de Nederlander onder begeleiding van 2 Duitsers. Vrijwel terstond werd een naderend Duits vliegtuigeskader waargenomen. Een der Duitse generaals, die als onderhandelaar was opgetreden, liet om 8 minuten voor half 2 rode lichtkogels afschieten. Om 5 voor half 2 liet ook een der Duitse officieren, die de Nederlander begeleidden, nog een rode seinpatroon afschieten. Niet veel later werden desondanks de eerste bommen op Rotterdam geworpen. Een Duitse officier deelde diezelfde middag nog mee, dat "der Herr Generalleutnant Schmidt" het bombardement zeer betreurde. Later werd van Duitse zijde te kennen gegeven, dat de lichtkogels afgevuurd waren om het bombardement uit te stellen.. Hoe dan ook: het hart van Rotterdam was vernield en het Nederlandse leger capituleerde, omdat de Duitsers dreigde ook andere steden even genadeloos te bombarderen..

Rotterdam zat niet bij de pakken neer. Direct werd begonnen met het opruimingswerk. De puinruimers werden een bekende verschijning. Met galgenhumor noemden de Rotterdammers hun stad "Steenbergen aan de Maas". Er werd 5 miljoen kubieke meter puin geruimd. Hiervan zou langs de zeventig kilometer lange gemeentegrens een muur worden kunnen worden gebouwd van 8 meter breed en 10 meter hoog. Er kwam 50 miljoen kilo ijzer uit het puin tevoorschijn, terwijl de heipalen, die uit de grond werden getrokken, een gezamenlijke langte hadden van 1800 kilometer. Onmiddelijk begon men ook  noodwoningen te bouwen en er verrezen winkelstraten met noodgebouwen, die nog altijd in gebruik zijn. Zelfs de kale vlakte in het centrum van de stad werden benut. Tijdens de oorlogsjaren zag men acher het stadhuis wiegende korenvelden..

Sinds het bombardement zijn nu 10 jaar verlopen. Nog altijd mist Rotterdam zijn hart. De stad is in verscheidene delen uiteengevallen en er ontbreekt een centrum, waar de verschillende wijken elkaar ontmoeten en het leven samenstroomt. Rotterdam is de tweede stad van nederland en heeft een wereldhaven, maar eigenlijk heeft het altijd een sterk provinciale inslag gehad. Het bezat de intimiteit en vertrouwelijkheid van een genoeglijk stadje ergens in het land en ieder rechtgeaard Rotterdammer kan met heimwee vertellen over de kleine dingen van de dag en van het leven.

Dit alles is nu nog maar een herinnering. Het zal nooit meer terugkeren. Maar dit intieme en kleinsteedse had ook vele bezwaren en nadelen. Rotterdam leefde te benauwd en kon niet ademhalen. Met één ruwe slag is er nu ruimte gemaakt.

Rotterdam zou Rotterdam niet zijn wanneer het hiervan geen gebruik had gemaakt. Direct na het bombardement gaf het gemeentebestuur opdracht een herbouwplan te ontwerpen, waardoor deze stad de modernste van Europa zou kunnen worden. Op 8 juni 1940 lag het wegenschema gereed. Sindsdien is er veel gebeurd. Nog ziet men aan alle kanten de val vlakten, die door het bombardement ontstaan zijn: overal echter ziet men ook de wederopbouw vorderen.

Brede wegen zijn aangelegd. Kolossale panden verrijzen. Er wordt gewerkt aan het groothandelsgebouw, dat het grootste gebouw van Europa zal zijn. Het krijgt drie ingangswegen en 150 grossiers zullen er onderdak vinden. Het wordt 220 meter lang, 80 breed en 32 hoog. Het stadhuis, dat toch werkelijk niet klein is zal er 2 maal in kunnen. Het binnenhavencentrum, dat uniek is in Europa, is reeds voor een goed deel gereed. Het bouwcentrum is geopend. Hier wordt aan allen, die voor de problemen van ontwerpen en bouwen staan, voorlichting verstrekt. ook het buitenland toont grote belangstelling voor dit centrum, dat in zekere zin de Nederlandse deskundigheid op het gebied van grond- en waterbouw, stede- en woningbouw en organisatie exporteert. De betonmortelfabriek werkt op volle kracht. Hier wordt alle mortel centraal bereidt en in speciale auto's naar de bouwterreinen vervoerd. Aan de buitenkant van Rotterdam worden enorme plannen ten uitvoer gebracht. Op het bureau Stadsontwikkeling, waar de ontwerpen voor de wederopbouw tot stand komen, verklaart men dan ook vol trots: "Wij hebben tot dusver elk jaar sedert de bevrijding plannen gemaakt voor de bouw van een nieuwe stad ter grootte van Arnhem."

Nog vertoont het centrum littekens van het meedogenloze bombardement. Nog mist het zijn hart, dat niet zoals vroeger zal worden. Maar thans wordt er aan een nieuwe stad gebouwd, die aan Rotterdam een groots aanzien zal geven.

Schade van het bombardement:

- 838 burger slachtoffers
- 25.000 verwoeste woningen
- 78.000 daklozen

Verder gingen verloren:

- 2.350 winkelsmagazijnen
- 2.000 werkplaatsen
- 1.450 kantoren
- 62 schoolgebouwen
- 24 kerken
- 13 ziekenhuisinrichtingen
- 10 liefdadigheidsinstellingen
- 4 dagbladbedrijven
- 12 bioscopen
- 2 schouwburgen

De Coolsingel na het bombardement. Op de voorgrond het uitgebrandde ziekenhuis. Jarenlang is dit deel een kale woesternij gebleven. 

Na het bombardement bleek de gehele Leuvehaven vernield. Deze foto werd vanaf de Coolsingel genomen en geeft een treffend beeld van de verwoesting van Rotterdam.

Gedicht van Jan Prins

Het is, of vanuit deze haven
Iets over heel de wereld drijft,
Waardoor, waar u het lot mag voeren,
Ge toch binnen haar omtrek blijft...

Vaart ge naar Sidney of naar Kaapstad,
Naar Kobé of naar Baltimore,
Vaart ge onder alle hemelsbreedten,
Vaart ge alle wereldzeeën door.

Nooit voelt gij u geheel verlaten,
Als hier uw mensch-zijn aanvang nam,
Door wat van kindsbeen af u eigen
En lief was. Dát is Rotterdam
.

Jan Prins na de oorlog:

Een nieuwe stad gaat gij zamen bouwen
Een ander, een herboren Rotterdam
Een stad vol licht en leven moet het worden
Een ruim gebouwde, en onbekrompen stad
Opdat zodoende de gemeenschap leve,
Door aller bloed gelijkelijk gevoed,
En aan de stad de kracht worde gegeven,
Die tot haar wereldtaak haar dienen moet..


















 

Hart van Rotterdam na het verwoestende bombardement van 14 mei 1940.

Deel van de Coolsingel na de verwoesting van 14 mei 1940. 







© Sion Soeters 2002 - 2013








 Contact

 Credits

Gastenboek

 Disclaimer

 Home