Tweede Wereldoorlogervaringen


                       Frans Rovers - Begin van de oorlog
a
a
Het jaartal waarin stadsrechten aan Rotterdam zijn verleend is omstreden. Er zijn geschiedkundigen die er vanuit gaan dat het gebeurde in het jaar 1299, andere historici zijn van mening dat 1340 het juiste jaartal is. Of deze laatste het bij het rechte eind hadden blijft voor sommigen de vraag maar een feit is dat Rotterdam in 1940 haar zeshonderdjarig bestaan zou vieren. De in Europa verslechterde situatie gooide echter roet in het eten zodat geplande feestelijkheden werden afgeblazen. Dat het jaar 1940 Rotterdam op geheel andere wijze in het nieuws zou komen was wel het laatste waaraan werd gedacht.

Bij aanvangstijd van ´mijn´ nabij gelegen school in de Assendelftstraat, was het in de omgeving altijd rumoerig. Toen ik dan ook op de ochtend van de tiende mei door lawaai van buiten wakker schrok was mijn eerste gedachte; 'Ik heb me verslapen!'.

Op de klok kijkend zag ik echter dat het pas zes uur in de ochtend was in plaats van half negen. Ik haastte me naar het raam en zag in plaats van lawaai makende leeftijdgenootjes groepjes mensen staan die naar de lucht staarden en met de vinger omhoog wijzend, riepen; "Daar...daar...kijk,...daar gaan er weer een stel!"

Turend in aangeduide aangeduidde richting zag ik een aantal vliegtuigen. Wat dat betekende ontging me maar dat het iets bijzonders was lag voor de hand. Na mijn ouders verwittigd te hebben van die vreemde toestand kleedde ik me aan en haastte mij naar buiten. Voordat ik iets kon vragen riep een buurjongen; 't Is oorlog! De Duitsers zijn binnengevallen!'

Oorlog... dat woord gaf een gemengd gevoel van angst en opwinding. Oorlog... dat stelde avontuur in het vooruitzicht! Nu zouden we eens wat beleven. Reken maar dat die Duitsers van een koude kermis zouden thuiskomen. 'Onze jongens' zouden wel eens laten zien wat vechten was.

Deze foto is een bekende vervalsing van een luchtgevecht boven de Waalhaven en toont slechts zwarte uitgeknipte silhouetten die aan een horizontaal draadje hingen; daarom spelen de ‘luchtgevechten’ zich ook zo mooi op één lijn af.

Mijn vriendjes en ik mengden ons tussen de volwassenen en luisterden met rode oortjes naar de verhalen van de 'grote mensen’. Duitse soldaten waren met watervliegtuigen op de Nieuwe Maas en per parachute op vliegveld Waalhaven geland en op ‘Overmaas’ zou zwaar worden gevochten, hoorde ik.

Bij een andere school die sinds de mobilisatie als kazerne diende, stond omringd door een aantal nieuwsgierigen, een motorordonnans van het Nederlandse Leger. Wij haasten ons er heen en hoorden de motorrijder nog net enigszins lachend, zeggen:"...en toch moet ik erover."

Waar hij overheen moest begreep ik zo één twee drie niet, maar anderen maakten mij duidelijk dat hiermee de Maasbrug bedoeld werd. Dat 'toch' sloeg op het feit dat omstanders hadden verteld dat het Noordereiland in handen van de Duitsers was zodat het moeilijk, zo niet onmogelijk was over de Willemsbrug te komen. Vol bewondering keek ik naar de ordonnans. Om bij zo'n gevaarlijke opdracht een lachend gezicht te trekken getuigde van grote dapperheid! Nee, die 'moffen' waren nog niet klaar met 'ons'! Het waren trouwens lafaards ook. Gekleed in uniformen van het Nederlandse leger waren zij ons land binnengetrokken en in sommige gevallen waren zij zelfs als nonnen vermomd...was dat niet onsportief?

Regelmatig loeiden de sirenes waarna ik mij ijlings naar huis haastte. Je kon nooit weten wat er gebeurde en dan was ik maar het liefst bij mijn ouders. Zelfs toen ik vanwege mijn aanstaande verjaardag, (ik moest Coûte que coûte, er netjes uitzien) mijn haar liet knippen nam ik bij het geluid van de sirene de benen, de kapper met tondeuse in de hand, verbouwereerd achterlatend.

Daar het normale leven geheel ontwricht was kwam er geen bakker, melkboer of anderszins aan de deur. Door de nood gedwongen gingen mijn moeder en ik op zoek naar een nog functionerende leverancier. Bij de winkel van bakker Jansse (eet brood van Jansse en ge hebt Uw bakker gevonden) op de Gedempte Slaak nabij het Oostplein stonden een aantal mensen in de rij waar wij ons bijvoegden. Daar hoorde ik het verhaal van de Marinier die op de Maasbrug precies honderd 'moffen' had 'koud gemaakt'. Negentig met zijn geweer, toen zijn kogels op waren vijf met de bajonet en toen de bajonet in een tegenstander was blijven steken, vier met zijn mes. Omdat hij daarna zijn mes verloor beet hij tot slot het laatste slachtoffer de strot af.

Bingo!

De Gedempte Slaak nabij het Oostplein

Een andere story wat de ronde deed was het verhaal van de vergiftigde snoepjes. Deze zou door Duitsers aan kinderen worden uitgedeeld om zodoende paniek onder de bevolking te zaaien. Ook moest men oppassen voor de 'vijfde colonne'. Niets ontziende NSB-ers schoten op de meest onverwachte plekken op Hollandse soldaten. Zelfs vanaf het dak van ons huis waren schoten gevallen werd er op een gegeven moment beweerd. Wie dat gedaan moest hebben was een raadsel want de mannelijke leden van onze buren waren gemobiliseerd dus bevonden die zich 'ergens in Nederland' en in onze woning was er alleen maar dat pistool van negenendertig cent en daar kon men slechts klappertjes mee afvuren. Na onderzoek door twee militairen bleek het dan ook een misverstand.

De derde oorlogsdag was een bijzondere dag. Het was zondag, moederdag en eerste Pinksterdag, bovendien vierde ik mijn elfde verjaardag. Ofschoon een kinderverjaardag in die tijd geen versierde kamers en kinderpartijtjes kende was het toch zo'n opwindend gebeuren dat je de avond voor je verjaardag bijna niet de slaap kon vatten. Klasgenootjes trakteren op kaakjes van 'Jamin’ en een reep chocolade voor de juffrouw of sigaar voor de meester was toen het geldend recept. Maar nu gaf de situatie geen enkele reden tot enige festiviteit. Dus ging het beloofde verjaardaggeschenk, bij mooi weer een bezoek aan de nieuwe Diergaarde in Blijdorp wat met de pinksterdagen voor het eerst haar poorten zou openen, niet door. Evenals het bij slecht weer een voorstelling bijwonen in het City theater op de Hoogstraat waar de film ‘Schots en Scheef’ met Stan Laurel en Olivier Hardy zou draaien.

Toch ging de twaalfde mei niet helemaal ongemerkt voorbij. Het feit dat de Marinierskazerne, die hemelsbreed vijfhonderd meter van ons huis was gelegen, werd gebombardeerd maakte mijn verjaardag toch onvergetelijk.

Hoewel in het gevecht om de 'Maasbrug' ook andere legeronderdelen waren betrokken wil de mythe dat alleen mariniers de Duitsers hebben tegengehouden. Het broodje aap verhaal waarin precies 'honderd 'moffen' door het toedoen van slechts één marinier waren gesneuveld is daar een voorbeeld van. De 'bokkeslingers' die ik in betere tijden met tamboers en pijpers naar het Schuttersveld zag marcheren of voor de kazerne de wacht hielden, waren door mijn jongensogen gezien, mannen van een respectabele leeftijd. Zes van deze kerels slaagden erin zich op de Willemsbrug te nestelen en ondanks hun vuurdoop wist dit sextet de Duitse Hoofdmacht dagenlang vast te houden. De standvastigheid van die 'Zwarte Duivels' tegen de in de praktijk geharde Duitsers met hun overvloed van materiaal maakte de Duitse superioriteit belachelijk en veroorzaakte uiteindelijk de ondergang van het oude Rotterdam. Die zes door mijn jongensogen geziene flinke kerels, bezaten de leeftijd van ... achttien jaar!

Marinierskazerne in Rotterdam

De meidagen van 1940 staan in mijn gedachten synoniem voor een strakke blauwe lucht met heldere zonneschijn. Het was dus niet verwonderlijk dat ik veel op straat was te vinden. Zo ook die middag van de veertiende mei. Toen voor de zoveelste keer de sirenes loeiden ging ik gewoontegetrouw naar binnen. Dit tot grote hilariteit van mijn vrindjes die mij maar een bange schijter vonden. In tegenstelling met zondag toen de marinierskazerne werd gebombardeerd en wij gewoon op onze derde-etage bleven, vond mijn moeder het nu raadzaam op om de trap van de eerste verdieping te gaan staan. Of toch iets van naderend onheil werd gevoeld of dat het de befaamde vrouwelijke intuïtie was blijft om 't even. Een feit is dat wij ons op de trap bevonden tussen de eerste etage en de buitendeur. Toen... een enorme klap! Rondvliegende glasscherven... gegil... stof... puin! Door paniek bevangen wilde mijn moeder van weeromstuit naar boven maar de buurvrouw van de tweede duwde ons terug en schreeuwde: "Naar buiten...naar buiten"! Via een hofje met zo'n smal looppad dat men was gedwongen achter elkaar te lopen vluchten wij met andere radenlozen uit die inferno. De achter elkander lopende menigte had iets weg van een polonaise wat carnavalesk werd toen de stoet de achterzijde van een benedenwoning binnenging en deze via keuken, huiskamer en gang aan de voorkant verliet. Uiteindelijk belandden wij in de Vredenoordlaan in een schuilkelder waar gehuil, gevloek en gejammer elkaar afwisselden.

Omdat het elektriciteitsnet vernield was werd er tevergeefs op het 'veilig' signaal gewacht. Uiteindelijk nam mijn vader het besluit om de schuilkelder te verlaten. Met een grote stroom vluchtelingen trokken wij richting Kralingse Plas waar wij onderdak vonden in een botenhuis van een kanovereniging waarvan een oom voorzitter was. Daar troffen we andere familieleden die ook waren gebombeerd onder hen een tante die met haar twee zoons onder het puin waren bedolven. Toen het trio uit hun benarde positie werd bevrijdt was het enige letsel dat was opgedaan, een verstuikte voet bij mijn tante. Wonderwel hadden alle familieleden het brute geweld fysiek overleefd. Zelfs twee andere neven die hun plicht op het slagveld de Grebbenberg hadden vervuld keerden heelhuids terug. Maar dat was later. Toen, die middag van de veertiende mei, zaten de slachtoffers onthutst bijeen. Wat hen was overkomen drong nauwelijks tot hen door. Al hun bezittingen waren verloren gegaan, slechts het vege lijf hadden zij kunnen redden.

Wat mijzelf betreft; die middag, 14 mei 1940, werd het Hoofdstuk ‘van Kleuter tot Puber’ radicaal afgesloten!






© Sion Soeters 2002 - 2013








 Contact

 Credits

Gastenboek

 Disclaimer

 Home