Arbeidsdienst
a
a

                                 Arbeidskamp Tilburg
a

Een bezoek aan een opleidingskamp te Tilburg.

De gedachte van den arbeidsdienst is het eerst opgekomen in Zwitserland in een studentenmilieu, waar zij werd geboren uit het streven, daadwerkelijk mee te arbeiden aan de oplossing van ´het sociale vraagstuk´ bij uitnemendheid: het vraagstuk van de armoede.

Studenten trokken den boer op om geheel gratis te helpen bij het binnenhalen van den oogst, zij verlosten dorpen door wegenaanleg uit het isolement en boden dezen dorpen zoodoende middelen tot grooter welvaart.

 

De kampwacht bij het slaan der `glazen`.

Later volgde Silezische en Engelsche studenten dit Zwitsersche voorbeeld en ook in Nederland brachten verschillende studentenorganisaties hun vacanties door op het platteland, niet zoozeer om leidend en voorlichtend op te treden, hetgeen, gezien het cultureele peil van ons volk, over het algemeen minder nodig is, maar veeleer om levendig contact te zoeken met de groepen van een dorpsgemeenschap of het volk van gewest en land. Uit dit idealisme van studenten, ontstaan als een geheel vrijwillige dienst aan de gemeenschap, werd de arbeidsdienst spoedig een middel om bittere nooden te bestrijden, nooden van de jeugd, zoals den geesel der werkloosheid en nooden van de gemeenschap.

Vlaggenparade bij het begin van de werkdag.

Aan den nood der gemeenschap dankte de eerste arbeidsdienstplicht zijn ontstaan. Hij werd ingevoerd in Bulgarije, kort na het einde van den Eerste Wereldoorlog. Dit land had toen zeven jaren aan één stuk oorlog gevoerd; de wegen waren stuk, de spoorwegen niet onderhouden, de bosschen waren gekapt en de akkers verwaarloosd.
De staatskas was ledig en kon niet meer worden aangesproken voor herstel van al deze verwoestingen door middel van normaal betaalden arbeid. Daarom werd in Bulgarije de arbeidsdienst ingevoerd, die de mannelijke jeugd de verplichting oplegde, voor den tijd van zes maanden den staat te dienen, tegen verstrekking van levensonderhoud. In Duitschland vormt de arbeidsdienst de meest volledig uitgewerkte instelling van dezen aard.

 

Kampdokter bij een onderzoek.


Nederland is geen eiland, geen oase, doch een deel van de wereld en voor alle tijden verbonden met andere landen. De nooden, die andere landen teisterden, geeselen ook ons; de toekomst van Nederland is ónze toekomst en die van onze kinderen; Nederland zal deze toekomst zelf moeten maken. Wij hebben mannen noodig, die wat kunnen en wat willen. Wij moeten een waarachtige volksgemeenschap waarin de groepen niet koel en afwijzend tegenover elkaar staan, doch elkaar achten en waardeeren, ongeacht rang, stand of godsdienst. Om als volk te kunnen blijven voortbestaan hebben wij vóór alles noodig de eensgezindheid.

De adspiranten maken een sportterrein.

In Nederland komt de arbeidsdienst als arbeidsplicht. Vrijwillig bestaat de arbeidsdienst al sinds veertien dagen en majoor Breunesse, de commandant van den opbouwdienst, is belast met de organisatie ervan. In dezen arbeidsdienst, een zuiver Nederlandschen arbeidsdienst, zal aan duizenden jongemannen, ongeacht afkomst of ontwikkeling, de gelegenheid worden geboden. gezamenlijk te arbeiden aan de vorming van een hoogst noodzakelijke, waarachtige volksgemeenschap, waarin deze jongemannen, samenlevend, gelijk in plichten en rechten, ons land en ons volk dienen. een leerschool van daad in echt Nederlandschen nationalen zin zal deze arbeidsdienst zijn.

 

 Bij het werk in het bosch moet flink worden aangepakt.


Men zal zeggen, dat dit hooge idealen zijn, welnu, we kunnen het niet minder doen. Beneden onzen stand als cultuurvolk kunnen en willen wij niet leven en als de arbeidsdienst niet gedragen wordt door den wil en de sympathie van het volk, van ons geheele Nederlandsche volk, kunnen deze idealen niet worden verwezelijkt. De arbeidsdienst, dit nederlandsch paedagogisch instituut, heeft natuurlijk leiders noodig, opvoeders van onze achttienjarige mannelijke jeugd. Om deze leiders te vormen, werden in korte tijd vier opleidingskampen letterlijk uit den grond gestampt. De adspiranten, allen vrijwilligers, worden hier met de uitserste zorg opgeleid voor hun belangrijke taak. In drie van de vier kampen werken voormalige leden van de weermacht, in het vierde kamp leven burgeradspiranten.

 

 Werk in het bosch.


De adspiranten, die vroeger lid waren van de weermacht, leggen hun rang af. De vroegere eerste luitenant draagt dezelfde kleeding als de voormalige korporaal, zijn wapen is de schop of zaag. Hier zijn allen gelijk in rang, maar ook in geestdrift voor de taak. Er behoort werkelijk veel moed toe en opofferingsgezindheid om als gewezen officier of vaandrig 't slaapie en de kameraad te zijn van 'n ex-korporaal. Iedere Nederlandsche jongen moet zich thuis voelen in den arbeidsdienst en 't is de taak der toekomstige leiders om niet alleen de werkers, maar ook 't Nederlandsche volk in den arbeidsdienst te doen gelooven. In deze zes maanden, tot April, dus, moet hard worden gewerkt.

 

 Terug in het kamp na het practisch werken.

Niet slechts moet vier volle uren per dag practisch worden gewerkt met schop, zaag of bijl, doch ook de studietaak is omvangrijk. 't Program omvat o.a. de cultuur-technische vakken: landbouw, plantenteelt, boschbouw, ontwatering, wegenaanleg, etc. Het cultuur-historisch gedeelte, waarop de liefde en waardeering berust voor 't vaderland, zooals: sociale aardrijkskunde, heemkunde, kennis der sociale stroomingen der laatste eeuw, kennis der godsdienstige stroomingen. Verder Nederlandsche literatuur, inzicht in de kunsten van de Middeleeuwen af. Volgt 't sociaal-paedagogische gedeelte, o.a. inzicht in de psyche van de rijpere jeugd. Dan zijn er de interne vakken: eerste hulp, hygiëne, zang, sport, tucht, tuchtrecht en inwendige dienst, exercitie etc.

 

 Na het practisch werk, terugkomst in het kamp.


Ieder opleidingskamp heeft tweehonderd bewoners en de dagindeeling is als volgt: Kwart over zes reveille, daarna eten, van acht tot negen onderlinge voordrachten. Om negen uur vlaggenparade, van negen tot één practisch werken. Om 1.40 uur sport, om twee uur theorie, daarna volgt kampcorvée en eten. 's Avonds van zeven tot negen is verplichte studie. Uit den arbeidsdienst toch moet een gemeenschapsmensch worden gevormd, dit is, de goede staatsburger. De mensch, die zijn volk kent en liefheeft, zal bereid zijn, zich daarvoor een offer te getroosten, het offer van een half jaar gezonden landarbeid, die, goed opgevat, een heilzamen invloed moet uitoefenen ook op zijn zieleleven en verstandelijke ontwikkeling.






© Sion Soeters 2002 - 2013

 








 Contact

 Credits

Gastenboek

 Disclaimer

 Home