Tweede Wereldoorlogervaringen


                      Frans Rovers - Beslissende aanval
a

Met de jaarwisseling waren de vooruitzichten verre van rooskleurig. Het voedseltekort nam gestadig toe terwijl de winter nog moest beginnen. Bovendien bevond Noordwest Nederland en een groot deel van Europa zich nog steeds onder het juk van de Nazi's.

Toch wenste men elkaar klokslag twaalf uur veel geluk en voorspoed. Het kon immers nooit zo lang meer duren. Tot aan de Moerdijk waren onze bevrijders gevorderd. Soms was bij juiste wind was het kanongebulder in Rotterdam te horen. Het kon niet anders of dit zou het laatste oorlogsjaar worden. Trouwens als dat niet het geval zou zijn was het sowieso het laatste jaar voor de bevolking in het nog bezette Nederland. Om honger en kou enigszins te weerstaan bleef ik lang op bed liggen. Om mijn voortdurend naar voedsel vragende maag tegemoet te treden kocht ik uit wanhoop bij een apotheek een potje medicinale dragees die ik achter elkaar opschrokte. Daar heb ik volgens mij zoveel antibiotica naar binnen gekregen dat ik voor de rest van mijn leven ben gewaarborgd voor een goede gezondheid. Bij het laatstgehouden medisch onderzoek bedroeg mijn bloeddruk 120/70 en cholesterol gehalte 5,5.

Vroeg naar bed om de knagende honger en bijtende kou te weerstaan.

Eind januari werd het Nederlandse volk verblijdt met het bericht dat het Zweedse Rode Kruis, brood en margarine naar hongerend Nederland zou sturen. Het voedselvraagstuk was bij ons thuis echter zo slecht geworden dat ik daarop niet kon wachten. Met een buurman die 'de boer op ging' voor voedsel te bemachtigen vertrok ik uit Rotterdam om te zien of ik ergens op het platteland onderdak kon vinden en zodoende kans kreeg te overleven. Met een fiets zonder banden ging ik met hem op pad en ondanks dat euvel en mijn ondervoed lichaam reden wij in één dag naar Apeldoorn. Nog altijd vind ik dat een prestatie.

Via een religieus/maatschappelijke instelling kwam ik tenslotte op een boerenhoeve in Gorssel terecht. De aanwezigen daar, familie T., waaronder twee jongens van in de twintig, begroetten mij in het Achterhoekse dialect wat ik moeilijk kon verstaan. Een wat jeugdiger jongen Maarten genaamd sprak mij echter in onvervalst Rotterdams aan. Ook door de honger verdreven was hij in gezelschap van moeder, zus en broertje naar de Gelderse Achterhoek getrokken en hadden op verschillende adressen onderdak gevonden. Naast de streektaal waren er nog andere zaken die ik niet begreep. Na het middageten werd als dessert een bord roggepap met daarin koude bruine bonen van de vorige dag opgediend. Ondanks die eigenaardige combinatie had ik het bord wel schoon willen likken waaruit blijkt dat honger niet alleen rauwe maar ook kouwe bonen zoet maakt.

De volgend dag ging ik de boerderij eens verkennen. In de stal stonden een stuk of veertig koeien, wat kalveren en in een afgeschutte ruimte twee paarden die de namen Vos en Frans droegen. Dat de laatste terstond mijn sympathie verwierf laat zich raden.

Lopend met handkar, fiets, kruiwagen of kinderwagen gaan ze naar het platteland. Daar proberen ze waardevolle spullen te ruilen voor voedsel: melk, spek, aardappels, uien, kool, wortelen.


Omdat ik via een kerkelijke instelling bij de familie was gedeponeerd werd er van mij, ongelovige Thomas, verwacht dat ik deelnam aan de zondagse kerkgang. Daar ik begreep dat ik niet in de positie verkeerde om mij tegen de gang van zaken te verzetten werd ik met de gehele familie incluis Maarten, een trouwe kerkganger. Na de kerkdienst ging Maarten naar zijn moeder die in onderdak had gevonden in Harfsen, een dorp zes kilometer van Gorssel verwijderd. Op een keer vroeg hij mij of ik zin had mee te gaan. Daar hoefde ik niet lang over na te denken, alles was beter dan zo'n saaie zondag min of meer alleen te moeten door brengen. Vanaf dat moment vertrokken wij samen na de eredienst richting Harfsen en keerden in de namiddag rond etenstijd terug. Hoewel er nog lang geen kijk was op het einde van de oorlog, waardoor ik terug naar Rotterdam zou gaan waarmee het door mij verfoeide kerkbezoek zou zijn afgelopen, kreeg ik toch op een zondag in maart een ingeving dat het voor het laatst was dat ik mij in de kerk bevond. Vanuit Harfsen vertrokken Maarten en ik die zondag een half uur later dan gewoonlijk naar Gorssel. Op de terugweg vond er op onze route een luchtaanval plaats waarvan het centrum was gelegen op ongeveer de plaats waar wij zouden zijn geweest als we op normale tijd uit Harfsen waren weggegaan. Of de Geallieerden vliegtuigen het beoogde doel hebben geraakt kan ik mij niet herinneren wel dat de door ons bezochte kerk was getroffen en verwoest zodat ik het bedehuis nooit meer heb betreden! Was ik behalve op zondag met twee kruintjes nu ook nog met de helm geboren?

De ontwikkeling van de oorlogshandelingen had inmiddels een historische fase bereikt. Sinds het ontstaan van de tweede wereldoorlog bevond zich het gevechtsterrein op Duits grondgebied. Misschien was dat de oorzaak van de harde maatregelen die de 'moffen' troffen. Boerderijen die een obstakel dreigde te vormen bij het verdedigen van hun stellingen werden in brand gestoken. Woningen die in een, door de Duitsers, vastgestelde gevarenzone lagen, moesten worden ontruimd. Bij het ontruimen van één van die huizen werd Maarten ingeschakeld. Met paard en wagen moest hij de helpende hand bieden aan een kennis van onze gastheer. Aan het eind van de dag vertelde Maarten dat 'ie de provisiekelder had moeten leeghalen. De heerlijkste dingen waren door zijn handen gegaan. Potten met kersen, pruimen, aardbeien en andere met op sap gevulde vruchten. Vanzelfsprekend had hij er een paar 'soldaat gemaakt'. Het 'heerlijke eten' van nog slechts enkele weken gelden was bij inmiddels tot dagelijkse kost gedegradeerd zodat ik ook wel wat lekkers wilde proeven. Maarten beloofde dat hij de volgende dag voor mij ook wat zou meebrengen. Toen hij anderdaags na zijn volbrachte taak naar me toekwam vertelde hij dat vergeleken met de vorige dag er niet veel meer te halen was. Maar vervolgde hij, ik heb toch wat voor je meegenomen en overhandigde mij gelijktijdig een pot stroop.

Eind maart zetten de Geallieerden een beslissende aanval in. Het 2e Canadese Legerkorps overschreed zo'n veertig kilometer van Gorssel de Duits-Nederlandse grens. Door het begeleidend artillerievuur voelden Maarten en ik ons zo bedreigd dat wij besloten een schuilplaats te maken. Half in de grond bouwden we van planken, een betonplaat en wat losse stenen een schuilhut die meer het gevoel van dan werkelijke bescherming bood.

In de vooravond van vijf april brandde voor de zoveelste keer kanonvuur los. IJlings zochten wij in onze schuilkelder een heenkomen. Dat in het nabij gelegen Zutphen hevig werd gevochten was duidelijk te horen. Terwijl Maarten een imitatie radioverslag van de gebeurtenissen gaf doken plotseling zeven met een pantservuist gewapende Duitsers op. Zij zochten een geschikt punt om de weg Deventer-Zutphen onder vuur te nemen en 'onze' boerderij leek hen uitermate geschikt. Beseffend dat in zo'n geval de boerderij in een puinhoop zou veranderen trachtte 'oom' de Duitsers op andere enige flessen brandewijn en een dozijn eieren als tegemoetkoming voor een te wijzigen strategie in het vooruitzicht werd gesteld dropen de Duitsers eindelijk af.

De volgende morgen was het betrekkelijk rustig. De jongste zoon Frederik, Maarten en ik waren werkzaam op een stuk land zo'n zeshonderd meter van de rijksweg die de zeven Duitsers onder vuur had willen nemen. Door het geluid van motoren werd onze aandacht naar de weg getrokken waarna wij een groot aantal voertuigen en militairen op die weg zagen. Veronderstellend dat het terugtrekkende 'moffen' waren, wilden we uit angst voor een eventueel treffen met de Canadezen, naar huis. Toen we op het punt stonden huiswaarts te keren merkte Frederik op dat in plaats van Feldgrau het een heel andere kleur uniform was wat die soldaten droegen. Het leek wel Kaki vond hij. Als dat waar was dan zouden het Canadezen zijn. We besloten poolshoogte te nemen en gingen op pad.

Het was waar!

Het was Kaki!

Het waren Canadezen!

Wij waren bevrijdt!

Opgewonden begroetten wij onze bevrijders. Het was nauwelijks te geloven. Zo maar, zonder slag of stoot waren we bevrijdt terwijl het er gisterenavond nog op leek dat ons nog heel wat stond te wachten. En nu dit. Ongelooflijk! Met bewondering bekeken wij de soldaten en voertuigen. Tanks, radiowagens talloze grote en kleine auto's. Wat een materiaal! Die kleine open auto's met tentdak zagen er wel eigenaardig uit. Net zo als die ondermaatse tanks. En dan die motorrijders. Wat zaten die raar op hun motor. Helemaal voorop de benzinetank, met van die brede riemen om hun middel.

Maarten en ik voegden ons bij een groepje militairen die van een gevechtspauze genoten. Van mijn vader, die uitstekend steenkolen Engels sprak, had ik geleerd wat Yes, No en Dutch betekende. Gewapend met deze kennis probeerde ik mij verstaanbaar te maken. Gelukkig kregen we gezelschap van een jongen die de Engelse taal wel beheerste zodat toch enige conversatie ontstond. Op een Jeep, zo werden die open wagentjes met tentdak genoemd terwijl de kleine tanks brencarriërs heette, stond een doos met dikken brokken chocolade. Dat wij zoiets 'delicious' lange tijd niet hadden gezien viel waarschijnlijk van onze begerige blikken te lezen want een militair riep ons wat toe. "We mogen een stukje nemen": vertaalde de Engels sprekende jongen. Zijn woorden waren nog niet koud of we hadden al een brok te pakken. Wat smaakte dat heerlijk. Nog nooit had ik zoiets lekkers geproefd.

Plotseling kwam er met grote snelheid een Jeep aangereden. Een Duitse soldaat die krijgsgevangene was gemaakt moest uitstappen. Het was een nog jonge 'mof'. Op de vraag wat zijn leeftijd was antwoordde hij:" Sechzehn". Daarop schudde de Canadees meewarig zijn hoofd. "Too Young, for the war"! Maar ik, die een maand later dezelfde leeftijd hoopte te bereiken, vond het 'old enough'.

Tegen het middaguur keerden wij met weerzin terug naar de boerderij. Na ons enthousiast verslag van het gebeuren ontdooide zelfs oom en gaf ons de rest van de dag vrijaf. Net wilde Maarten en ik weer naar de 'grote weg' toen een patrouille Canadezen arriveerde. "You Dutch"?: verstond ik op een aan mij gerichte vraag. Gesterkt door mijn vaders onderwezen Engels antwoordde ik geestdriftig; "Yes". Maar hij beheerste waarschijnlijk de Engelse taal niet want op mijn antwoord duwde hij terstond een geweer onder mijn neus.

Het bleek een misverstand. Op zoek naar achtergebleven Duitsers wilde hij de vraag in het Duits stellen. Het; 'Sind Sie Deuts'? verbasterde hij tot: "You Doets"?

Hoe zou het inmiddels in Rotterdam zijn? Berichten uit de randstad drongen mondjesmaat in de Achterhoek door. Temidden van de Canadezen strijdkrachten bevonden zich ook enige Nederlanders en elke keer als ik zo'n 'Hollandse Canadees' ontmoette informeerde ik of deze bekend was met de situatie in Rotterdam. Dat was zelden het geval en als men iets kon meedelen dan waren dat vaagheden. In ieder geval liep de oorlog op z'n eind, dat was zeker. Als het voor hongerend Holland maar niet te laat was. Om de ergste nood te lenigen maakten de Geallieerden plannen om vanuit de lucht bezet Nederland van voedsel te voorzien. Op zondag negenentwintig april 1945 was het zover. Zo blij als ik een paar maanden geleden was om Rotterdam te kunnen ontvluchten, zo speet het me nu dit grootse moment daar niet te kunnen meemaken.

Enkele dagen later op vrijdagavond vier mei hoorden Maarten en ik luidkeels het Wilhelmus zingen met daarop volgend andere nationale liederen. Het gezang kwam van de naast ons gelegen boerderij. Terwijl wij ons afvroegen wat het betekende kwam de boerin vertellen dat met ingang van de volgende dag de Duitsers in het nog bezette gedeelte van Nederland hadden gecapituleerd.

Heel Nederland was vrij! Aan vijf donkere jaren was een einde gekomen! Vijf jaar van onderdrukking, terreur, verraad, executies, deportaties , martelingen en honger!

Maar ook een eind aan vijf jaar saamhorigheid, vertrouwen, heldenmoed en opofferingen!

Vijf jaren die onbetwist de mensheid hadden veranderd!
 




© Sion Soeters 2002 - 2013








 Contact

 Credits

Gastenboek

 Disclaimer

 Home