Tweede Wereldoorlogervaringen


                     Frans Rovers - November slachtmaand


Was het instinct, logica of geluk? De volgende dag kwamen familieleden uit het niet verwoeste deel van Rotterdam naar de Kralingse Plas om daar tot hun verbazing de getroffenen ongedeerd aan te treffen. Na onderling overleg werden de slachtoffers voorlopig ondergebracht op verschillende adressen waardoor wij bij een zus van mijn moeder in Zuid terecht kwamen. Reeds na enkele dagen kregen mijn ouders een huis aangeboden op de zojuist gebouwde Mijnsheerenlaan maar dat werd door mijn moeder resoluut afgewezen want voor geen goud wilde zij op 'Overmaas' wonen. Niet lang daarna vonden wij met het getroffen gezin van een andere zus een samen gedeeld onderkomen op het Heimann Dullaertplein in het voor mij onbekende Delfshaven.

Goed beschouwd begon voor mij een nieuw bestaan. Nieuwe buurt, nieuwe vriendjes en nieuwe school. Mijn oude school was ook verwoest en toen ik met mijn vader op een keer naar de plek trok waar ons huis had gestaan om te zien of er tussen het puin nog iets van persoonlijke waarde was te vinden, hoorde ik opeens een heel vertrouwd geluid. Het was het klingelen van onze schoolbel. Deze hing aan een van woningresten gemaakt onderkomen voor puinruimers en diende nu om begin en eind van de werkdag aan te kondigen. Het gaf een verdrietig maar ook voldaan gevoel. Verdrietig omdat die bel nooit meer voor mij zou luiden en voldaan omdat ‘onze’ bel alle geweld had doorstaan.

Mijn ex-klasgenootjes, die niet waren weggebombardeerd bezochten nu een school in de Ketenstraat. Mijn moeder die daarvan op de hoogte was, veronderstelde dat ik het wel leuk zou vinden om deze te bezoeken. Na te hebben aangebeld werd de schooldeur geopend door mijn oude 'bovenmeester'. Tot mijn ontsteltenis prijkte op het revers van zijn colbert een NSB insigne. Ondanks mijn jeugdige leeftijd, dit voor degene die in de jaren '40-'45 een scheve schaats hebben gereden en zich erop beroepen dat zij in die tijd nog zo jong waren, had ik het liefst rechtsomkeert gemaakt. Hoe kon iemand na alles wat met onze stad en school, zijn school, was gebeurd, lid van zo'n partij zijn? Het bezoekje waar ik me zoveel van had voorgesteld werd een fiasco. Op de door de NSB onderwijzer met, in mijn gevoel, zoetsappig vriendelijke toon gestelde vragen gaf ik nauwelijks antwoord. Ik was opgelucht en blij toen hij te kennen gaf dat het bezoek ten einde was.

NSB insigne


De meester van mijn nieuwe school op de Hooidrift was uit heel ander hout gesneden. Bij hem werd het wekelijkse zanguurtje voornamelijk gevuld met het zingen van Vaderlandse Liederen. 'Wij leven hij vrij, wij leven blij'-'Wij willen Holland houwen'-'Op de blanke top der duinen'-en 'Alleman van Neerlands stam' behoorden tot het vaste repertoire. Hartstochtelijk zingend stond voor de klas daarbij met zijn dirigeerstokje zwaaiend als ware het dat 'ie daarmee de Duitsers persoonlijk uit het land wilde jagen. Luidkeels zongen wij mee en genoten dubbel omdat een medeleerlinge lid was van de Jeugdstorm. Wij lieten op die manier blijken dat wij daarvan niet gediend waren. Het was wel jammer dat ze tot de vijand behoorde want om te zien was het een mooi meisje. Ik had best met haar willen 'lopen'. Maar ja, met een landverraadster was dat uitgesloten.

Achteraf gezien lag het voor de hand dat Nederland het onderspit moest delven in de strijd maar door optimistische verslagen en foto’s in de kranten over ons leger verkeerde ik als elfjarige in de veronderstelling dat we de vijand gemakkelijk konden tegenhouden. Dat om Nederland op de knieën te krijgen de Duitsers dusdanige barbaarse middelen zou gebruiken was ondenkbaar door die grove schending van menselijkheid hadden de Duitsers en hun handlangers het voorgoed verbruid. Aan de andere kant maakte het uitwijken van de Koninklijke Familie naar Engeland ook geen krijgshaftige indruk. Zeker als men twee dagen voor de Duitse inval in de krant met nadruk werd vermeldt dat; 'het Huis van Oranje ' ons land nimmer zou verlaten. Dit als antwoord op een uitnodiging van de Filosoof/Geschiedkundige Hendrik van Loon die, wonende te New York, per telegram zijn huis beschikbaar stelde aan de Koninklijke Familie wanneer de toestand in Nederland daar aanleiding toegaf. Namens haar moeder schreef Prinses Juliana ondermeer...' dat de verzender van het telegram als student in de Nederlandse geschiedenis behoort te weten dat vijf eeuwen lang 'Het Huis van Oranje' voor geen enkel gevaar op de vlucht is geslagen!... Zij besloot haar schrijven met... 'Wij zullen onze post nooit verlaten'!!! (De Telegraaf 8 mei 1940)

De Duitsers gebruikmakend van de verwarring welke ontstond door het vertrek van de Koninklijke Familie en Regering, stuurden als blijk van hun goede bedoelingen alle Hollandse krijgsgevangenen naar huis. Dat hen 'Logies en verblijfkosten' op die manier gespaard bleven vermelden zij gemakshalve niet.

Bij sommige gezaghebbende landgenoten maakte dit 'nobele' gebaar zo'n goede indruk dat zij als tegenprestatie spontaan hun Joodse medewerkers ontsloegen. Ook andere autoriteiten deden uit gewoonten of naïviteit hun best de nieuwe machthebbers ter wille te zijn. Bij de aankomst van de bezettingstroepen in Amsterdam werd door vooraanstaande gemeentefunctionarissen 'ten Stadhuize' een plattegrond van de Hoofdstad aangeboden. Ongetwijfeld is deze goed van pas gekomen bij de vele razzia's en huiszoekingen die tijdens de bezetting in Amsterdam hebben plaats gevonden. Wat de komst van de Duitsers in Rotterdam betreft daar was de ...'grond te plat' om aandacht aan te besteden!

Veertien dagen na de capitulatie van Nederland gaf ook België zich gewonnen. De onneembare Maginotlinie had hiermee haar betekenis verloren en voor het Duitse Leger lag de weg naar Frankrijk nu geheel open. De Britten beseften dat de strijd op het vaste land een verloren zaak was en besloten zich uit het continent terug te trekken. Met behulp van allerlei soorten vaartuigen wisten zij via Duinkerken op miraculeuze wijze aan de Duitsers te ontsnappen. Aan zichzelf overgeleverd moest op 22 juni ook Marianne de wapens strekken. In amper twaalf weken hadden de Duitsers, van Noorwegen tot de grens van het bevriende Spanje, westelijk Europa in haar greep. Dit vertoon van macht maakte vele hoog op de maatschappelijke ladder geplaatste vaderlanders zo verblindt dat zij zich bij voorbaat bij een Duitse overwinning neerlegden. De meest 'gewone' Nederlanders waren er echter van overtuigd dat de Nazi's op den duur zouden worden verslagen.

Het strand bij Duinkerke na operatie Dynamo

Na het puinruimen van het zwaar getroffen centrum en west Kralingen, wat met grote voortvarendheid werd gedaan, werden inmiddels noodwinkels en woningen gebouwd om het tekort aan woon en bedrijfsruimte enigszins het hoofd te bieden. Op door het bombardement geslechte plaatsen of openstaande terreinen, ontstonden zodoende noodcomplexen van woningen en bedrijven. Noodwoningen werden aan aan het Noorderkanaal ten weerszijden van de Schieweg, in Overschie op Laag Zestienhoven, rond het Zuidplein en aan de Smeetlandsesedijk in IJsselmonde gesitueerd. Noodwinkels verrezen op de Goudsesingel, aan de Coolsingel voor het Postkantoor en waar zich de Passage en Ziekenhuis hadden bevonden. Grote winkels/magazijn ontstonden op het vroegere Land van Hoboken en in Blijdorp aan weerszijden van de Statenweg. Minder grootte eenheden vonden een plaats tussen reeds gevestigde bebouwing of op kleine kavels zoals op de grens van Rotterdam Noord en Hillegersberg aan het zogenaamde Muizengatje waar aan het eind van de twintigste eeuw nog steeds een café en sigarenzaak bewaard is gebleven.

Kralingen na het bombardement van 14 mei 1940


Op het persoonlijke vlak opende zich ook gunstige perspectieven. Mocht ik in de jaren dertig tijdens de vakantie de opwindende vreugde van een boottocht naar Hoek van Holland of achterop de fiets zittend een daagje 'Oostvoorne' beleven, nu bestond de mogelijkheid om van een 'heuse' vakantie te genieten. De gehele Nederlandse bevolking leek begaan met het lot van de 'gebombardeerden' en wilde op wat voor manier dan ook, het leed helpen verzachten. Eén aspect van dit medeleven was het te logeren vragen van getroffen Rotterdamse kinderen. Dus ook ik behoorde tot de 'gelukkigen'. Met om de hals een adreskaartje en in de hand een rieten valies vertrok ik met een grote kinderschaar naar het geïmproviseerde Maasstation. Daar werd ik ingedeeld bij een groep jongens afkomstig van het jongenstehuis uit de van Speykstraat waarmee ik tenslotte belandde in 'Huize Oldorp' een vakantiehuis in Uithuizen een plaatsje in noord Groningen. Liever was ik als eenling ondergebracht op een boerderij want het boerenleven wat zo romantisch werd weergegeven in de schoolboekjes van Ligthart & Scheepstra beviel mij als stadse jongen wel. Niettemin had het gezamenlijk beleven van vakantiegenoegens ook iets positiefs en het op 't platteland ontbrekende druk van oorlog, gaf helemaal een prettig gevoel. Daarom vloog de tijd om en voor ik er erg in had bladerde ik op school weer in 'Dicht bij huis' en bewonderde de illustraties van C. Jetses.

Thuis werd ik terstond geconfronteerd met de realiteit. Bijna elke avond loeide de sirene. Alleen bij mist bleven de vliegtuigen aan de grond. Ook met de Kerstdagen waren er met het oog op "Vrede op Aarde' geen luchtaanvallen. Met een spannend boek leek de oorlog dan ver weg. De werkelijkheid was echter anders. Heel Europa bevond zich onder het juk van de Nazi's. De uitdrukking 'de donkere dagen voor Kerstmis' kwam niet beter tot haar recht dan in die decembermaand van 1940.

Het eerste bezettingsjaar lag achter ons. Uitgezonderd het verlies van have en goed, vertoonde het weinig verschil met de jaren vóór de Duitse inval. Werden wij toen door werkeloosheid gedoemd sober te leven nu gebeurde het door rantsoenering. Werd ons ‘steuntrekkers’ gezin van in de vooroorlogse jaren geringeloord door vaderlandse machthebbers nu gingen we gebukt onder vreemde autoriteiten. De door mijn vader in de crisisjaren gevormde 'of je nou door de hond of kat gebeten wordt' filosofie bleef hierdoor als een paal overeind staan. Geen haar op zijn hoofd die daarom eraan dacht zich tegen de nieuwe machthebbers te verzetten, zijn leeftijd vrijwaarde hem van tewerkstelling in Duitsland en het allerbelangrijkste gegeven; Joodse afkomst speelde totaal geen rol. Dus kans op arrestatie of vervolging was nihil! Aan de ander kant kon de 'Nieuwe Orde' hem ook gestolen worden zodat collaboratie eveneens was uitgesloten. De mogelijkheid dat ik daarom door mijn vriendjes als een melaatse gemeden zou worden was hierdoor van de baan. Aan beide kanten werd ik gevrijwaard van later optredende trauma's, en zat dus gebeiteld! Verder verliep het dagelijkse bestaan grotendeels normaal, een enkele bominslag daargelaten. Er werd aan sport gedaan, men ging naar de bioscoop, concerten werden bezocht, cafés zaten vol, kinderen werden verwekt en soms scheen de zon ook nog!

Maar nu het nieuwe jaar? Zouden de Duitsers de oversteek naar Engeland wagen? In colonne marcherend zongen ze wel 'Wir Fahren nach England' maar ook 'In dem Heimat ist es wonderschön’. Wat moest men geloven? Volgens 'kenners' bood 1941 hoopvolle vooruitzichten. De 'moffen' gebruikten reeds hun reserves, dus dit jaar was de oorlog afgelopen! Deze en andere optimistische geluiden waarvan de wens de vader van de gedachte was, hielden de moed erin. Voor de slachtoffers van het bombardement was het in ieder geval een stimulans om de draad voor een normaal leven op te pakken. Ook het medeleven uit heel Nederland wat die gedupeerden ondervonden was een duwtje in de rug. Van alle kanten werd er steun geboden. Van overheidswege ontving iedere getroffen familie een standaard meublement. Bij bezoek aan een gedupeerd gezin trof men dezelfde kachel, tafel, dressoir en stoelen aan. Later werd door de Schade Enquette commissie geld uitgekeerd en kon ieder naar eigen keuze de woning inrichten.

Een bekende van mijn moeder die voor het fatale bombardement een armzalig boeltje bezat waar op z'n Hollands gezegd een blind paard geen schade kon doen en mijn moeder ontmoette nadat ze in het nieuw was gestoken, verzuchtte: "Tjaah meid ... zo'n boeltje als voor het bombardement krijg ik natuurlijk nooit meer maar voorlopig kan ik het ermee doen"!

De hoop op verbroedering waar de bezetter aanvankelijk naar koerste werd eind februari de bodem ingeslagen. Beestachtig optreden van de Duitsers tegen Joodse inwoners van Amsterdam veroorzaakte grote verontwaardiging en leidde uiteindelijk tot de later bekend geworden 'Februaristaking'!

Razzia´s in Amsterdam

Precies een jaar na de inval in ons land vond er voor de Nazi's een andere ongelegen gebeurtenis plaats. De plaatsvervanger van Hitler, Rudolf Hess, koos het hazenpad naar Engeland Met veel leedvermaak namen de Nederlanders hiervan kennis.

Ruim een jaar later, 22 juni 1941 vielen de Duitsers onverhoeds Rusland binnen wat niet allen verbazing wekte, want beide landen hadden in 1939 een niet aanvalsverdrag gesloten, maar ook groot vertrouwen. Bij iedere eerdere Duitse aanval op één of ander land wisten optimisten te vertellen dat de oorlog niet lang meer kon duren. Maar nu riep iedereen het! Het grote Rusland zou Hitler wel eens een lesje leren. Nou was het met die 'moffen' gedaan! Daar zag het echter niet naar uit. Als betrof het een sight seeïng zo makkelijk rukten de Duitsers op. In november nog geen vijf maanden na de aanval, stonden zij op slechts twintig kilometer van Moskou.

In dezelfde periode begon onder aanvoering van de Duitse maarschalk Rommel een groot offensief tegen de Engelsen in Noord Afrika. Op 7 december werd de Amerikaans marinebasis Pearl Harbour op Hawaï onverhoeds door Japan aangevallen waardoor de USA in oorlog raakte met 'het land van de rijzende zon'. Overmoedig geraakt door het succes in West Europa en Rusland verklaarde ook Duitsland de oorlog aan Amerika zodat aan het eind van 1941 bijna heel de wereld in brand stond.

Het jaar daarop begon weinig hoopvol. In het Verre Oosten veroverden de Japanners binnen zeven maanden geheel Zuid/Oost-Azië. De opmars van de Duitsers in Rusland vorderde gestaag en in Noord-Afrika opereerde het beruchte Afrika-Corps onder aanvoering van Rommel zeer succesvol. Ook in het binnenland werd de toestand grimmiger. Verbruiksgoederen waren steeds minder te verkrijgen, de voedselvoorziening werd zorgelijk en de druk op arbeiders voor tewerkstelling in Duitsland nam toe. Razzia's werden gehouden, tegenstanders gearresteerd en doodvonnissen volgens standrecht uitgevoerd. Sinds de zomer van 1941 mochten Joodse landgenoten zich niet meer in openbare gelegenheden ophouden. In mei 1942 werden zij bovendien verplicht een zespuntige gele ster te dragen met daarin de opdruk JOOD!

Davidster en bordje dat op alle openbare plaatsen verscheen


Dat deze maatregelen grote afkeer tegen de bezetter opriep bleek uit de grote toeloop tot de Nederlandse Unie, men zag die organisatie als tegenhanger van de gehate NSB. Een andere uiting van protest tegen de Nazi’s en hun trawanten waren uit Nederlandse muntstukken gezaagde afbeelding van Wilhelmina en/of rood-wit-blauwe of oranje gekleurde oorbellen en ringen. Een indrukwekkende manifestatie waaraan vele naamlozen uit Amsterdam en omgeving deelnamen was de eerder genoemde februaristaking in 1941. Deze uit verontwaardiging geboren daad over het optreden van de Nazi's tegen de Joden is in geen enkel ander door de Duitsers bezet land vertoont.

Dit in een tijd waarin de bezetter niet terugdeinsde voor represailles, getuige de concentratiekampen en standrechterlijke executies. De harde realiteit van oorlog en bezetting drukte zwaar op het dagelijks bestaan. Op diverse manieren zocht men naar vergetelheid. De honger naar vermaak was zo groot dat publiek het weinig kon schelen of de artiesten lid waren van de Kultuurkamer, een door de Nationaal Socialisten gevormde instelling. Dat kwam menig later beroemd geworden kunstenaar goed uit, want vaak nam haar of zijn carrière een aanvang onder het goedkeurend oog van de Bezetter! De kans om zich te amuseren werd echter bemoeilijkt door diverse beperkende maatregelen of de door de bezetter ingestelde spertijd. Slechts lezen gaf dan uitkomst al waren boeken van vele auteurs verboden. Uitleenbibliotheken maakten gouden tijden door. Oud en jong, rijk en arm probeerden door het lezen van avonturen en liefdesromans, detectives of reisverhalen de oorlog te vergeten. Films boden gedeeltelijk verstrooiing daar in het voorprogramma men door het oorlogsjournaal met de neus op de feiten werd gedrukt. Luisteren naar de radio bood nog enige soelaas maar Jazz liefhebbers moesten het zonder Amerikaans/Engelstalig repertoire doen omdat deze 'barbaarse negermuziek' unheimlich werd gevonden.

Inmiddels waren wij verhuisd van het Heimann-Dullaertplein naar een noodwoning in de Woensdrechtstraat, in het noodwoningencomplex aan het Zuidplein, het zo bekende 'Brabantse dorp'. Zo kwam ik uiteindelijk toch op 'Overmaas' terecht, net als Delfshaven, een voor mij weer vreemde omgeving. De door ons verlaten woonruimte aan het Heimann Dullaertplein werd maar al te graag ingenomen door een pas gehuwde neef die, gezien het heersende tekort aan woonruimte, vond dat hij in de prijzen was gevallen. Niet veel later bleek echter dat ik de Hoofdprijs had gewonnen. Nauwelijks had het jonge gezin zich op ons oude adres geïnstalleerd of het huis aan het Heimann-Dullaertplein 23-b werd door een bom getroffen waarbij de bewuste neef om het leven kwam. Hoe grillig kan vrouwe Fortuna zijn. Had de goede Fee dat zondagskind met die twee kruinen dan nog steeds onder haar hoede?

Een nieuw adres hield voor mij ook in dat ik op een andere school moest worden geplaatst. Omdat wij inmiddels vanuit het Brabantse dorp waren verhuisd naar een 'echt' huis in de Geervlietstraat stapte ik daarom welgemoed de eerst klas van de ULO nr.11-b van de nabij gelegen Zwartewaalstraat binnen. Een commerciële verandering in mijn bestaan was het verkrijgen van een betrekking! Bij een bibliotheek annex Rotterdamsch Nieuwsblad agentschap op de Dordtselaan, werd ik voor fl.2,- per week en eenmaal per week gratis een uitleenboek, bezorger van het RN.

Wat de oorlog betreft, in november keerde eindelijk de kansen. Bij El-Alemijn, voordien een nietszeggende naam, leed Maarschalk Rommel, dankzij vele gesneuvelden aan beide zijden, een gevoelige nederlaag. Op de Solomon-Eilanden werden na bloedige gevechten de Japanners tot staan gebracht en tenslotte opende aan het Oostfront de Russen alias Bolsjewieken, Bolsjewisten of Sovjets, een offensief wat later onder de naam 'de Slag om Stalingrad' een voorbeeld werd van verschrikkingen tijdens een oorlog. Voorwaar, november was een echte Slachtmaand.







© Sion Soeters 2002 - 2013








 Contact

 Credits

Gastenboek

 Disclaimer

 Home