Tweede Wereldoorlogervaringen


                    Frans Rovers - Volgens plan ontruimd


Ook in het jaar 1943 bleef het verloop van de oorlog ongewijzigd. De As-mogendheden (Duitsland, Italië en Japan) moesten overal terrein prijsgeven. Op 2 februari capituleerde in Stalingrad het 6e-Duitse Leger en waarmee, volgens deskundigen, Duitsland feitelijk verslagen was. Dat het verlies bij de Nazi's hard aankwam moge blijken door de afkondiging van drie dagen publieke rouw! Dit decreet werd in Nederland meesmuilend ontvangen!

Helaas moest Rotterdam na deze Duitse nederlaag weer een klap incasseren. Onze bondgenoten lieten, om wat voor reden dan ook, wel eens één of meer bommen op onze stad vallen zoals de trieste geschiedenis op het Heimann-Dullaertplein ons leerde. Vanzelfsprekend werd dat erg gevonden maar als een noodzakelijk kwaad geaccepteerd, wat zich op 31 maart echter afspeelde liet zich niet vergoelijken. Door een 'vergissing' werd een groot deel van westelijk Rotterdam gebombardeerd waarbij honderden doden en vele gewonden viel te betreuren plus een enorme materiële schade.

Niettemin vormde deze noodlottige misrekening voor mij en vele leeftijdgenoten geen beletsel om onze aanhankelijkheid tegenover de Geallieerden te tonen. Terwijl er boven Rotterdam-West dikke rookwolken hingen ging er onder de toegestroomde jongelui bij een schoolgebouw aan de Putselaan een luid gejuich op waneer zij een glimp meenden te zien van een Engelse oorlogsvlieger die daar volgen het gerucht gevangen werd gehouden.

Op 9 juli landen de Geallieerden in Sicilië en werd op 25 juli Mussolini gevangen genomen waarna op 8 september Italië capituleerde. Daarmee was de strijd op het Apennijns schiereiland niet afgelopen want met alle consequenties namen de Duitsers de honneurs van hun ex-gastheren waar. Bovendien werd in opdracht van ‘der Füher’ als bewijs van trouwe kameraadschap de ‘Duce’ op opzienbare wijze door een SS commando-eenheid bevrijdt. Ondanks mijn afkeer van Hitler moest ik toegeven dat dit een sterk staaltje van vriendschap was.

Mussolini bevrijdt.


Ook in familiekring was er een positieve ontwikkeling. Mijn vader die zich had verzoend met het idee zijn verdere leven als werkloze te moeten slijten, had een betrekking gevonden. De gedwongen tewerkstelling van Nederlandse arbeiders in Duitsland veroorzaakte in eigen land een tekort aan arbeidskrachten. Hierdoor wist mijn vader het baantje van broodbezorger te bemachtigen. Een fel begeerde job in die dagen want als 'bakker' viel er ook letterlijk een 'graantje mee te pikken'.

Een nog grotere opsteker dan een werkende vader was de invasie op 6 juni 1944. Tijdens het bezorgen van het Rotterdamsch Nieuwsblad las ik de headline zo vaak dat de eerste regel voorgoed in mijn geheugen is geprent.

Eindelijk was het dan zover. Als ze nu maar volhielden. Wanneer ze morgen niet in zee waren teruggedreven dan was er goede kans van slagen. Egoïstisch als ik was luchtte het mij enorm op dat het gebeuren in Normandië had plaatsgevonden. Als de landingen zich op de Nederlandse kust hadden afgepeeld zou Rotterdam waarschijnlijk een nog zwaardere tol moeten betalen. De volgende morgen hoorde ik niet alleen dat de geallieerden zich nog op Frans grondgebied bevonden maar ook dat er zelfs vorderingen waren gemaakt. Zo ging het goed! Het einde kwam in zicht. Volgens het Duitse Opperbevel was er echter niets aan de hand. De Geallieerden werden regelmatig 'in de pan gehakt', desondanks moesten de 'Moffen' talrijke gebieden 'volgens plan ontruimen'. Deze termen werden zo vaak gebezigd dat zij op den duur clichés werden.

Het is bekend dat kinderen eensklaps besluiten dezelfde spelletjes te doen. In mijn jongensjaren toen 'op straat spelen' nog kon, sloeg men opeens aan het tollen, hoepelen, knikkeren of touwtjespringen. In de zomer van 1944 was het een rage dat kinderen met zelfgemaakte kijkdozen op pad gingen. Tegen betaling van één cent werden volwassenen aangeklampt om een blik in hun kijkdoos te werpen. Over het algemeen waren het huis tuin en keukentafereeltjes. Bij meisjes waren sprookjesdiorama’s favoriet, terwijl jongens meestal sport kozen als onderwerp. Maar de origineelste kijkdoos was de doos die slechts een kaartje bevatte met daarop de in grote letters geschreven tekst; VOLGENS PLAN ONTRUIMD'.

Drie maanden na D-day op 5 september was ik met enkele kornuiten in gestrekte draf op weg naar het de 'luchtbrug' nabij het Feijenoordstadion. De geallieerde opmars verliep zo snel dat de Duitsers met in hun kielzog menige foute ‘Vaderlander’ het hazenpad kozen. Volgens de laatste berichten bevonden de bevrijders zich al in Dordrecht dus moesten wij voortmaken. Bij de Strevelsweg vernamen wij dat ze Zwijndrecht al waren gepasseerd. Op het Sandelingenplein hoorden wij dat ze in Ridderkerk zaten. Dat was rennen geblazen! Bij de Kuip gearriveerd zijnde constateerde ik dat wij gelukkig op tijd waren want er was nog geen bevrijder te zien. Van reeds aanwezige toeschouwers kwamen wij te weten dat de ‘Tommy’s’ in IJsselmonde waren gesignaleerd dus was het een kwestie van enkele minuten dat wij ze konden begroeten. Na verloop van tijd vroegen wij ons af waar ze nu toch bleven? Zover lag IJsselmonde hier toch niet vandaan? Uiteindelijk dropen wij teleurgesteld af. Waarschijnlijk stagnatie in de aanvoer.

Na 'Dolle Dinsdag' was de teleurstelling groot. De bevrijding zou voorlopig op zich laten wachten.

Dolle Dinsdag, de Benthuizerstraat in Rotterdam bij bakkerij Peletier, een bekende  NSB'er.

Toch was het van de Geallieerden de bedoeling om de oorlog voor Kerstmis te doen beëindigen. Daarom begon op 17 september de operatie 'Market Garden'. In de Westelijke wereld zou een onderdeel daarvan bekendheid krijgen als 'de Slag om Arnhem'. Londen liet dezelfde zondag een boodschap uitgaan naar het personeel van de Nederlandse Spoorwegen. Hierin werd opgeroepen het werk neer te leggen om zodoende vrachtverkeer naar Duitsland te bemoeilijken. Dat daardoor het binnenlandse vervoer ook in lastig parket kwam zou de bevolking de komende tijd gaan merken. Eén van de belangrijkste oorzaken van het voedseltekort in de 'hongerwinter' was het ontbreken van treinverbindingen.

Of het uit rancune gebeurde vanwege de treinstaking of door het besef bij de Duitsers dat zij de oorlog zouden verliezen is onbekend, maar op 19 september werd wederom grote schade aan onze stad toegebracht doordat haveninstallaties werden opgeblazen. Daarenboven werd er op 10 en 11 november huis aan huis een folder verspreidt waarin alle mannen in de leeftijd van 17 t/m 40 jaar na ontvangst van het pamflet op straat moesten gaan staan voor arbeidsinzet in Duitsland, met daarin de volgende zinsnede,

Op hen, die pogen te ontvluchten of weerstand te bieden, zal worden geschoten!'

Om te zien dat er geen mannelijke personen van genoemde leeftijd achterbleven kwamen Wehrmacht-soldaten de woningen controleren. Ook bij ons kwam een soldaat binnen maar mijn melkmuiltje en mijn vaders grijze kop overtuigde hem dat aan arbeidskracht niets viel te winnen. De volgende dag werd een gedeelte van de gevorderde mannen afgevoerd naar de Spoorweghaven waar zij werden ingescheept in rijnaken om vervolgens naar Duitsland getransporteerd te worden. Met vele anderen sloegen mijn vriend en ik deze verplaatsingen gade. Begeleid of beter gezegd bewaakt door met geweren en handgranaten uitgeruste militairen trok een lange stoet van bepakte mannen voorbij. Plotseling stapte een man uit de colonne en sprak iemand aan die naast ons stond. Tijdens het gesprek tussen beide mannen sprak de 'gevorderde' onverwachts :"Hier pak eens aan": en duwde gelijktijdig zijn koffer in de hand van mijn vriend. Verbluft door mans optreden stond deze de valies krampachtig vasthoudend niet wetend wat te doen. "Loop nou naar de hoek van de straat en wacht daar op mij": zei de man. Samen renden wij naar de aangeduide plaats waar de man even later arriveerde. Met de woorden:" Bedankt hoor jongens" nam hij zijn bagage over en verdween spoorslags. Nog steeds verbouwereerd maar voldaan dat we die 'moffen' een loer hadden gedraaid gingen wij ook ons weegs. Dat hadden we mooi gefikst.

Dat het heel anders had kunnen lopen beseften wij niet! Mijn vriend die twee koppen groter was dan ik met daarbij een donker uiterlijk kon gemakkelijk doorgaan voor een zeventienjarige. De Duitsers hadden hem heel goed als vluchteling kunnen beschouwen met alle gevolgen van dien. Maar daar dacht ik gelukkig pas veel later aan.

Om in termen van de Spoorwegen te spreken, de voedselvoorziening liep als een sneltrein achteruit. Bijna niets te eten, geen brandstof, onvoldoende gas en elektra, wel strenge vorst en sneeuw. Zelfs lezen, anders een goede remedie om de werkelijkheid te ontvluchten, gaf geen soelaas. Geen boek kon ik openslaan of het ging over gezonde blozende jongens met grote eetlust die dik gesneden boterhammen of stapels pannenkoeken verorberden. Tot overmaat van ramp ontketenden de Duitsers in de Ardennen een offensief wat aanvankelijk voor hen succesvol leek. Lange tijd zag het ernaar uit dat de Geallieerden alsnog in de Noordzee zou worden teruggedreven. Als klap op de vuurpijl werd mijn vader ernstig ziek zodat het wel een heel donkere kerst was. De anders zo sfeervolle decembermaand was één en al kommer en kwel. Zo slecht was de situatie dat ik weiger kerstmis 1944 met een hoofdletter aan te duiden.

Bielzen van de tramrails worden gesloopt om te dienen als brandstof.

Het enige positieve was ons ‘kerstdiner’. Op een zeer vroege en koude morgen was ik op weggegaan om aardappels te bemachtigen. Helaas was ik daar niet in geslaagd. Wel had ik van een boer permissie gekregen wat suikerbieten van zijn bevroren land te halen. Samen met een zakje aardappelschillen welke ik voor vijfentwintig cent, (een zesde van mijn krantengeld) had gekocht bij de schillenboer wist mijn moeder van deze ingrediënten een volumineuze en door verlopen bonnenlijsten verwarmde schotel op te dienen.

‘Net rijst’; vond mijn vader. Maar geveld door koorts ijlde hij regelmatig.





© Sion Soeters 2002 - 2013








 Contact

 Credits

Gastenboek

 Disclaimer

 Home