Het verzet


                              Activiteiten in Rotterdam

a
De activiteiten in Den Haag

Eind september 1944 voegde zich bij de KP Rotterdam-Zuid een Haagse ploeg onder leiding van de 21 jarige student Chris Cattel (illegaal 'Erik' genoemd). De meeste leden van deze groep hadden de middelbare school doorlopen; enkelen waren student. De meesten kenden elkaar van de Dalton-HBS en doordat zij bij elkaar in de buurt woonden (de Haagse Vogelbuurt). Deze KP-ers waren tussen de 20 en 25 jaar. Wat hun godsdienstige achtergrond betreft: enkelen waren katholiek of protestants, maar de meesten hingen geen bepaalde godsdienst aan.

'Erik' was de stuwende kracht en de grondlegger van deze KP. Reeds in het voorjaar van 1944 was hij begonnen een ploeg te vormen. 'Flip' (W.F. de Zanger), een collega van hem op het ministerie van Handel en Nijverheid, afdeling keramiek, waar zij in de buitendienst werkten om controles uit te voeren, werd al snel door hem benaderd om samen illegaal werk te gaan doen. De grondgedachte van 'Erik' was, een ambulante ploeg op te richten om overal in het land het zogenaamde 'zwaardere' werk uit te voeren, zoals overvallen op distributiekantoren. Hiervoor moesten zij de beschikking krijgen over enige auto's, eventueel motorfietsen en een voorraad benzine. Sinds het voorjaar van 1944 was 'Erik' bezig geweest om dit voor elkaar te krijgen. Doordat 'Erik' en 'Flip' op het ministerie van Handel en Nijverheid werkten, waren ze in het bezit van speciale 'Ausweise' en zo konden ze overal ongehinderd controles uitvoeren. De ploeg voerde in deze begintijd enkele acties in Den Haag uit, zoals het liquideren van een verrader.

Op 'Dolle Dinsdag', 5 september 1944, kwamen verscheidene illegale werkers bijeen op de zolder van een arbeidershuis in de Van Bylandstraat 82 in Den Haag. Hier zette 'Erik' zijn plannen uiteen.

De ploeg, die op dat moment uit een twaalftal leden bestond, werd echter reeds snel ingeschakeld als koeriersploeg voor 'Frank', de landelijk sabotagecommandant (LSC). 'Frank' had 'Erik', die hij reeds kende, gevraagd of hij zijn ploeg voor dit werk beschikbaar wilde stellen; zij beschikte immers over enige auto's, voorraden benzine en de onontbeerlijke 'Ausweise'.

In de weken die volgden, werd de Haagse illegaliteit steeds opnieuw geconfronteerd met berichten dat verzetsmensen door de SD waren opgepakt. Men vond het onverantwoord, deze ploeg - die bekend kwam te staan onder de naam 'de Haagse knokploeg' (ofschoon zij vanaf 'Dolle Dinsdag' voornamelijk als koeriersploeg zou optreden) - nog langer in Den Haag te laten opereren. Eind september vertrokken de Haagse KP-ers per auto en motorfiets naar Rotterdam, waar ze de eerste dagen op een boerderij in Hillegersberg doorbrachten. Maar omdat hier de knokploeg van Jos' (J.A. de Groot) was gestationeerd, die dit gedeelte van Rotterdam bestreek, waren ze er niet welkom. Op initiatief van 'Paul' (S. Esmeyer) togen ze naar Charlois, waar ze zich als min of meer zelfstandige groep vestigden.

De komst van de Hagenaars stelde de KP-leiding in Rotterdam-Zuid voor problemen: waar moesten zij gehuisvest worden en wat voor opdrachten kon men hun toevertrouwen?

Eduard Schilderink, illegaal 'Noor', had reeds bij de komst van de Hagenaars de nodige bezwaren. Alleen al het feit dat enkelen van hen argeloos met een auto en een motorfiets door de Maastunnel reden en zich kwamen melden op het hoofdkwartier van de KP-Zuid bij de bierbrouwerij Oranjehoom, wekte argwaan. Volgens 'Noor', die min of meer de leiding had (naast Kees Bitter, die meer de grote lijnen in het oog hield), was het een stelletje niet erg gedisciplineerde KP-ers, die een gevaar voor hun omgeving zouden kunnen opleveren.

De Haagse knokploeg bestond, behalve haar leider 'Erik', uit Ernst Cornelius, Bernard Cramer ('Remarc'), Segundo Ecury ('Boy'), Helma Gerretsen, Rein Goedheer, Ab judell ('Bill'), Adrie Knijff, de broers Hans en Ron Koomen ('Ronnie'), Ellis Maassen, Piet Schmidt Crans, Albert de Soet ('Ab') en Willem de Zanger ('Flip').

Het verblijf en de activiteiten op Charlois

Nadat enkele Hagenaars zich hadden gemeld op het hoofdkwartier van de KP-Zuid bij de bierbrouwerij Oranjeboom, togen zij naar Charlois. Daar werden zij onder anderen opgevangen door ds. H. de jong van de gereformeerde kerk, een man die wat zijn illegale werk betreft vergeleken kan worden met ds. Slomp, alias 'Frits de Zwerver'. Beiden hadden hetzelfde doel voor ogen: een einde maken aan de nationaalsocialistische overheersing; en om dit te bespoedigen, waren ze dag en nacht in touw. Ds. Slomp liep stad en platteland af om de mensen te bewegen zich tegen de nazi-ideologie te verzetten; ds. De Jong had als werkterrein Charlois en omgeving.

'Hantje', zoals ds. De jong ook wel genoemd werd, werd bij de komst van de Hagenaars geconfronteerd met het huisvestingsprobleem. Maar omdat 'Hantje' naast zijn LO-werk ook in ander verband illegale arbeid verrichtte, had hij relaties die hem bij de oplossing van dat probleem hielpen, zoals Koos de Jong, illegaal 'Bruintje' genoemd, een catechisant, wiens aversie tegen de Duitsers de dominee was opgevallen. 'Bruintje', die werkzaam was bij een inlichtingendienst waarvoor ook 'Hantje' hand- en spandiensten verrichtte, zorgde voor een aantal onderduikadressen. Bij Jan en Annie van der Pas, die ook lid waren van de gereformeerde kerk en woonachtig waren op de Pleinweg 75, vond hij een onderkomen voor een aantal Hagenaars, onder wie Piet Schmidt Crans en Rein Goedheer. De familie Breukhoven op de Pleinweg gaf onderdak aan Adrie Knijff. Voor het onderbrengen van de overige Hagenaars riep 'Hantje' de hulp in van Willem van der Schee, directeur van het Charlois Volkshuis. Een aantal van hen dook onder in een leeg huis aan de Wolphaertsbocht.

Zo was het probleem van de huisvesting opgelost. Dit betekende echter niet dat de KP-Zuid met een gerust hart verder kon werken; immers, in zo'n gesloten gemeenschap als Charlois viel een dergelijke groep jonge mensen al snel op.

De verbindingen en contacten tussen de KP-Zuid en de Haagse knokploeg verliepen via Kees Bitter en 'Noor', terwijl 'Erik' regelmatig contact onderhield met 'Frank'. Ds. De jong droeg op Charlois zorg voor de Hagenaars.

Eén van de eerste taken van de Haagse KP-ers was het verkennen van Rotterdam-Zuid. Vervolgens kregen zij onder andere tot taak het in kaart brengen van troepenbewegingen bij het spoorwegemplacement in de wijk Feyenoord en het observeren van het vervoer door de tunnel. Dit alles in het kader van de plannen die 'Frank', de LSC, had voor de bevrijding van Nederland. In zijn strategie, waarover in een volgend hoofdstuk meer, was Rotterdam van eminent belang.

Zoals reeds gezegd, waren enkele KP-ers in het bezit van valse 'Ausweise', onder andere van het ministerie van Handel en Nijverheid, en van de voedselvoorziening. Dergelijke papieren waren van groot belang in een tijd waarin steeds meer mannen opgepakt werden in het kader van de arbeidsinzet. Deze legitimatiebewijzen moesten ze vaak tonen bij controles als ze van en naar Den Haag gingen in het kader van de koeriersdiensten voor 'Frank'. Tijdens het verblijf op Charlois kreeg de ploeg weinig opdrachten van de leiding van de KP-Zuid, en de opdrachten die ze kregen, waren zoethoudertjes, zoals het tellen van het aantal auto's dat de Maasbruggen passeerde. Dit wekte veel ergernis; de ploeg nam na verloop van tijd dan ook zelf het initiatief om het een en ander te ondernemen.

'Eén van de opdrachten van de ploeg was, zoals gezegd, alert te zijn op wat er zich afspeelde op het treinemplacement in Feijenoord. Op een keer moest er een wagon met wapens die bij de luchtbrug aan de Kreekweg stond, gekraakt worden. Daar het emplacement zwaar bewaakt werd door Duitse militairen, was het niet onmogelijk dat er een confrontatie plaats zou vinden. Die nacht zaten Annie en Jan van der Pas met Ernst, een medisch student, te wachten op de terugkeer van de jongens die dit karwei zouden klaren. Ernst had een verzameling medische instrumenten in de keuken gesteriliseerd en uitgestald op de tafel in de zijkamer. Als alternatief voor noodverband zou er gebruik gemaakt worden van maandverband, waarvan men twee dozen bezat. Dit alles om hulp te kunnen verschaffen als er gewonden zouden vallen! Om 3 uur kwamen de jongens terug met de mededeling dat de wagon, nadat ze hem met een breekijzer gedeeltelijk opengebroken hadden, leeg bleek te zijn. De instrumenten werden weer opgeborgen in een vroedvrouwenkoffertje.

Behalve deze kraak werden er nog andere acties door de ploeg ondernomen, zoals het opblazen van de wissels van treinen. Deze acties wekten de ergernis van Kees en 'Noor', die binnen de kortste keren hun gezag over de Haagse ploeg volkomen kwijt waren. Kees werd door de Haagse KP-ers als een opgeblazen kikker beschouwd en 'Noor' als een naprater van wat Kees zei, ook als dat wartaal was.

Na een paar weken, waarin de ploeg op de binnenplaats van het Charlois Volkshuis wapeninstructies kreeg van twee gedropte parachutisten, kreeg zij een opdracht van geheel andere aard: de liquidatie van een Nederlandse politieman die werkzaam was in de beruchte 'Groep X' (ook wel 'Groep 10').

Het politiewezen in Rotterdam onder de Duitse bezetting

Medio oktober 1944 kreeg de Haagse knokploeg de opdracht, de hoofdwachtmeester van de Staatspolitie, voormalig lid van het beruchte Fahndungskommando, Maarten F., te liquideren. F., die werkzaam was op het Haagsche Veer, kwam na de reorganisatie van het politiewezen in mei 1941 terecht in 'Groep X'.

Om tot een betere organisatie te komen, was de politie in Rotterdam verdeeld in een aantal groepen, elk met een eigen werkgebied. Zo waren er bijvoorbeeld groepen die tot taak hadden economische delicten en zedenmisdrijven te behandelen. 'Groep X' was een politieke dienst, waarin vrijwel uitsluitend NSB-ers zaten, die hun werk verrichtten voor de Sicherheitsdienst (SD).

Tijdens de bezetting hield de Nederlandse politie zich niet alleen bezig met de ordehandhaving en de bestrijding van de criminaliteit, maar was zij meer en meer het verlengstuk geworden van de bezetter. Zij was mede het hulporgaan geworden van de 'Sicherheitspolizei und SD' (of, zoals men meestal zegt: SD). De cijfers spreken wat dit betreft boekdelen. Van de 2830 arrestanten van de Sicherheitspolizei in december 1941, werd het merendeel gearresteerd door Nederlandsepolitiemannen en niet door de SD. We kunnen in dit opzicht dan ook spreken van collaboratie. Begin 1943 volgde de gelijkschakeling van de politie en werd het gehele politie-apparaat 'Staatspolitie'.

Politie-onderdelen zoals 'Groep X', die zich vrijwel uitsluitend bezighielden met het opsporen van onderduikers, waren ook in andere grote steden zoals in Den Haag (de Documentatiedienst), Utrecht (de zogenaamde Centrale Controle) en Amsterdam actief. In de loop van de oorlog werden deze groepen aangevuld met meest jonge mannen die de op nationaal-socialistische leest geschoeide politie-opleiding in Schalkhaar hadden gevolgd.

Hoe gehaat groepen zoals 'Groep X' onder de bevolking - en in het bijzonder bij de illegaliteit - waren, bleek in Rotterdam. Hier werd op de chef van 'Groep X', jacob Breugem, reeds op 4 mei 1942 een aanslag gepleegd, die hij echter op wonderbaarlijke wijze overleefde. Een paar jaar later opende de illegaliteit een klopjacht op deze inmiddels berucht geworden groep. De knokploegen van 'Paul' (Samuel Esmeyer) en 'Wen' (Marinus van der Stoep) schoten drie leden van 'Groep X' neer, van wie er twee direct het leven lieten. Een belangrijk gevolg van deze actie was dat de activiteiten van deze kleine bende, vervuld van een afschuwelijke haat tegen al wat tegen het Duitse systeem was gericht, voorlopig op een lager pitje kwamen te staan.

In september 1944 werd 'Groep X' opgeheven en werden de medewerkers verdeeld over de overige groepen. Maarten F. kwam met enkele collega's in de groep die economische delicten behandelde en kantoor hield op de Westersingel. Volgens de Charloisser Oortgijs, die werkzaam was in deze groep, was Maarten in Charlois en omstreken een beruchte figuur. Hij maakte zich verdienstelijk voor de SD door het aangeven van onderduikers en 'contractbrekers', mensen die in Duitsland te werk waren gesteld en tijdens hun verlof in Rotterdam verkozen onder te duiken.

Al met al redenen te over om deze man te liquideren. Omstreeks midden oktober belastte Kees Bitter, in zijn hoedanigheid van leider van de KP-Zuid, de Haagse knokploeg hiermee. De uitvoering van deze (doorgeschoven) opdracht geschiedde onder de verantwoordelijkheid van Kees Bitter. Kees vertelde de Haagse knokploeg dat, als het hun niet zou lukken, de Rotterdammers het wel zouden opknappen. Het was de Haagse KP-ers duidelijk dat zij zich moesten bewijzen. Overigens was het in de illegaliteit gebruikelijk dat een knokploeg zich moest bewijzen wanneer zij in een andere omgeving ging werken.

De liquidatie van Maarten F.

Degene die de liquidatie van Maarten F. zou leiden, was Rein, bijgestaan door Piet. Als 'reserve' zou Hans Koomen meegaan. Voor hen was het zaak, F.'s uiterlijk goed in zich op te nemen. Daartoe werd hij een paar keer geobserveerd wanneer hij, op weg van en naar zijn werk, over de Dorpsweg fietste. De Haagse KP-ers werden hierin bijgestaan door de Barendrechtse koerierster 'Connie' Pot, die F. goed kende, omdat zij hem regelmatig in Barendrecht zag als hij daar bijvoorbeeld de NSB-burgemeester ging bezoeken.

De eerste keer dat de mannen hun opdracht trachtten uit te voeren, kreeg F. argwaan en sloeg plots een zijstraat in. Een andere keer bleek zijn dochtertje bij hem achterop de fiets te zitten - een reden om ditmaal van de actie af te zien.

Driemaal is scheepsrecht. Op zaterdagmiddag 21 oktober volgde een nieuwe poging. Rond half 4, na diensttijd, fietste Maarten met Oortgijs richting Charlois. Oortgijs, die reeds een vermoeden had wat er met Maarten zou kunnen gaan gebeuren, zei dat hij elders nog wat te doen had, waarna hun wegen uiteengingen. Maarten, die nietsvermoedend huiswaarts fietste, werd gevolgd door Rein en Piet. Toen zij hem tot op enkele meters waren genaderd -volgens het politierapport was dit ter hoogte van pand nummer 157 op de Dorpsweg -, losten ze enkele schoten. Maarten viel van zijn fiets en kwam in een nabijgelegen sloot terecht, en wist nog de woorden 'gvd ... gvd' uit te brengen. Hans, die zich volgens afspraak verdekt in de buurt zou opstellen om het genadeschot te geven, snelde op Maarten af en probeerde enige schoten te lossen. Omdat zijn pistool van een slechte kwaliteit was, ging het niet af. Daarna maakten ze dat ze weg kwamen. In de verte hoorden ze de Grüne Polizei al aankomen.

Hans, 18 jaar oud, vertrok snel naar zijn onderduikadres in het Charlois Volkshuis. Volgens de koerierster Ellis kwam hij daar totaal overstuur aan, waarna beiden een potje huilden. De blik waarmee Maarten, al half dood, hem had aangekeken, kon bij maar niet van zich afzetten. Later op de avond kreeg hij van zijn mede KP-er Ernst een injectie met een rustgevend middel toegediend. Piet en Rein waren na de liquidatie snel naar hun onderduikadres op de Pleinweg 75 gegaan. 'Bruintje', die toevallig langskwam, zag Piet op zijn gemak zijn pistool schoonmaken in de keuken.

Op deze zaterdag in oktober aten de Haagse KP-ers bij Jan en Annie van der Pas:

'Annie had die dag erwtensoep gekookt met wat bloedworst erbij. Over dat laatste werden een paar flauwe opmerkingen gemaakt. De spanning viel er enigszins af. Tijdens het eten werden de jongens intens vervelend. Ook het tafelgebed bracht hen niet tot bedaren, waarop Annie "Hantje" opbelde om te vertellen dat de zaak een beetje uit de hand dreigde te lopen. Er was tenslotte een mens geliquideerd. Ds. De jong had hier begrip voor en gaf als opdracht: "Laat ze bij me komen, dan zal ik met ze spreken." Ze zijn toen weggegaan en later hoorden we dat ds. De Jong ernstig met ze gesproken had en met hen had gebeden.

Die zelfde avond nog ging Ellis naar de koster van de kerk die vlakbij de plaats van de aanslag gelegen was, om te vragen of de neergeschoten man was overleden - dit onder het mom of het nog wel verstandig zou zijn om naar de kerk te gaan in verband met een eventuele razzia. De koster kon echter geen uitsluitsel geven.

Volgens het politierapport overleed Maarten F. om 20.30 uur in het Zuiderziekenhuis aan zijn verwondingen. Twee dagen later werd op de plek des onheils nog het pistool van Maarten gevonden, dat op het politiebureau werd afgegeven. Waarschijnlijk had hij nog terug willen schieten.

De eerstvolgende dagen ontmoetten de Hagenaars elkaar nog regelmatig in de woning van ds. De Jong. Bij één van deze gelegenheden vond er een minder prettige discussie plaats tussen Hans Koomen en 'Boy'. Hans vond dat 'Boy', een Antilliaan, moest onderduiken; zijn uiterlijk viel immers te veel op. Verder werd er nagepraat over de liquidatie. 'Ab' merkte op dat deze gebeurtenis hun op dat moment nog niet veel deed, maar over een jaar of veertig wellicht wèl.

Het Charlois Volkshuis werd uit veiligheidsoverwegingen niet meer gebruikt. Men had een nieuw onderkomen gevonden in een EHBOgebouw aan de Wolphaertsbocht, waar tevens de wapens werden ondergebracht.

De aanhouding van Erik en zijn koerierster

Op donderdagmiddag 26 oktober werd 'Erik' met zijn koerierster, die tevens zijn verloofde was, door de Landwacht, aangehouden toen zij met de auto in Rotterdam-West reden. 'Erik' werd gesommeerd naar het Haagsche Veer te rijden, waar bleek dat enkele legitimatiepapieren niet klopten. Bij het Haagsche Veer liet 'Erik' Ellis nog in de auto achter; hij dacht immers snel weer vrij te zijn. Toen het wel erg lang ging duren, vroeg Ellis aan de wacht die naast de auto stond, of zij in het nabijgelegen restaurant Erasmus op haar vriend mocht wachten. De wacht stemde hierin toe. Met de nodige moeite wist Ellis enige compromitterende papieren mee te nemen. Maar het pistool van 'Erik' moest ze noodgedwongen in de auto achterlaten. Via de achteruitgang van het restaurant wist ze het verzamelpunt van de Haagse knokploeg te bereiken, de bar Le Perroquet in de Proveniersstraat. Daar ontmoette ze enige KP-ers, die haar troostten. Nadat 'Erik' tegen de lamp was gelopen, vond de SD bij nader onderzoek van de auto, tussen de bankbekleding, zijn pistool en een sleutel met de label van het Charlois Volkshuis. Tevens vond men in zijn zakboekje het adres van ds. De jong aan de Wolphaertsbocht. 'Hantje', die vanwege zijn vele illegale activiteiten waarschijnlijk toch al op het 'verlanglijstje' van de SD stond, liep nu groot gevaar gearresteerd te worden.

Intussen was 'Ab', die nog onkundig was van de arrestatie van 'Erik', met de motor onderweg naar Charlois om een nieuwe KP-er, Hans Hovius, die overigens niet eerder illegaal actief was geweest, bij 'Hantje' te introduceren. Aan de Wolphaertsbocht werden zij bij het betreden van de woning door de inmiddels gearriveerde SD gearresteerd. Ds. De jong, die in de Bethelkerk bezig was een dankstond voor het gewas te houden, werd door buurtbewoners gewaarschuwd niet naar zijn woning te gaan. Desondanks ging hij; hij wilde zijn jongens niet in de steek laten. Toen hij bij zijn huis aankwam, werd ook hij in de kraag gevat en weggevoerd. Na deze arrestaties volgde een inval in het Charlois Volkshuis, waar Willem van der Schee werd ingerekend.

Om half 8 begaf Klaas van Drimmelen, een kennis van 'Hantje', zich naar de woning, waar ook hij door de inmiddels gearriveerde Landwacht werd gearresteerd.

Om nog meer arrestaties te voorkomen, heeft een buurtbewoonster een tijdje 'wacht gelopen' bij de woning van 'Hantje'. Maar juist toen zij er even niet was, belde 'Bruintje' aan om het een en ander aan 'Hantje' te overhandigen. Ook hij ontkwam niet aan de Landwacht. Toen hij gefouilleerd werd, werd er onder andere een briefje gevonden waarop stond dat er wapens weggebracht moesten worden.

Daar de landwachters nog meer illegale werkers hoopten te arresteren, bleven zij nog een poosje in de woning van de dominee. Het dienstmeisje van 'Hantje', Jannie van Gemeren, moest voor hen koken.

Een uur later kwam de 'Kriminalsekretär' J.W. Hoffmann met een handlanger 'Bruintje' ophalen om hem naar de 'Aussenstelle' te brengen. Op de gang aldaar werden hem reeds enige vragen gesteld door een lid van 'Groep X', die op Charlois woonde. De eerste uren moest hij op zijn hurken zitten in de gang. Daarna werd hij overgebracht naar een kamer waar 'Hantje' zat, die uiteraard schrok toen hij zijn 'catechisant' zag. Beiden moesten weer gehurkt gaan zitten. 'Bruintje' vertelde 'Hantje' dat hij bij diens woning was gearresteerd. Hij zou de Duitsers proberen wijs te maken dat hij daar voor catechisatie kwam.

's Nachts werd 'Hantje' ten tweeden male door Hoffmann verhoord. Daar dit in de kamer ernaast plaatsvond, hoorde 'Bruintje' hier het een en ander van. Het ging er hard aan toe. 'Hantje', die waarschijnlijk wel besefte dat hij het er niet levend af zou brengen, ging flink tekeer en sloeg enkele malen met zijn vuist op de tafel, waarbij hij emotioneel uitriep: 'je kunt mij alleen maar in de hemel schieten!'

Later werd 'Bruintje' verhoord, ook door Hoffmann, en hij vertelde hem dat hij voor catechisatie naar 'Hantje' was gegaan. Tijdens dit verhoor werd 'Erik' binnengebracht, aan wie gevraagd werd of hij 'Bruintje' kende. Maar 'Erik' ontkende hem ooit eerder gezien te hebben.

Terwijl 'Hantje' de nacht doorbracht in dezelfde cel als 'Bruintje', zaten in een andere cel 'Erik', Hans Hovius, 'Ab', Van der Schee en Van Drimmelen. Van Drimmelen had tijdens het verhoor gezegd dat hij voor een kerkelijke aangelegenheid naar ds. De Jong was gegaan. Hans Hovius had tijdens zijn verhoor - naar waarheid - verteld dat hij niet eerder had deelgenomen aan het illegale werk. Later zei hij in de cel tegen Van Drimmelen dat hij door de SD-ers was gefeliciteerd omdat hij niet had deelgenomen aan het illegale werk.

In de nacht van 26 op 27 oktober werd Adrie Knijff van zijn bed gelicht door de Haagse SD, die door de Rotterdamse SD was gewaarschuwd. Adrie was in Den Haag gebleven omdat Hans Hovius in zijn plaats met 'Ab' op de motor mee naar Rotterdam was gegaan. Voor de SD was de zaak duidelijk. De papieren van 'Erik' klopten niet, in zijn auto werd onder andere een pistool gevonden en in de woning van 'Hantje' werden wapens gevonden. In het Charlois Volkshuis werd een zak zogenaamd kneedplastic gevonden, die een andere verzetsgroep vergeten was mee te nemen.

Twee dagen na hun arrestatie werden 'Hantje', Willem van der Schee, 'Erik', 'Ab' en ook Hans Hovius één voor één weggebracht naar de Schietbaan, waar zij gefusilleerd zijn. 'Bruintje' werd tot zijn verbazing vrijgelaten; zo ook Van Drimmelen. Waarschijnlijk hoopte de SD door 'Bruintje' te schaduwen nog meer illegale werkers te pakken te krijgen. Hij kreeg nota bene al zijn spullen terug.

Door al deze gebeurtenissen was de Haagse knokploeg flink aangeslagen. Met name voor Ellis, die haar verloofde verloor, was het een klap. In haar dagboek schreef zij, kort nadat 'Erik' was gefusilleerd, het volgende gedicht.

Ik weet wat je bent begonnen, mijn jongen.
Ik weet ook wat komen kan.
Ik weet je maar één ding te zeggen mijn jongen,
Gedraagje als een man.

Je hebt dit werk gekozen
Want je voelde de hechte band
Die jou en mij en velen
Bindt aan ons Nederland.

Ik weet niet waar je nu bent
noch waar je morgen zult zijn,
wij zullen dit dapper dragen,
Dit offer is maar klein,

In verhouding tot dat, wat anderen
Aan de SD reeds hebben gebracht,
En mochtje toch nog vallen
Dan geve God ons kracht

Als jij komt voor de lopen
En ik alleen weer sta
Ik zal troost zoeken in jouw werk
Waarmee ik verder ga.

De arrestatie van 'Boy en 'Remarc', het vertrek uit Rotterdam

Na deze treurige gebeurtenissen vertrok het restant van de Haagse knokploeg naar het Westen van Rotterdam. 'Boy' en 'Remarc' kregen onderdak bij de LO-er 'Tony' Brantenaar op de Mathenesserlaan 352a, terwijl 'Flip, 'Connie' en de broers 'Ronnie' en Hans Koomen op een onderduikadres aan de Heemraadssingel terechtkwamen. Ellis vertrok naar Amsterdam.

De situatie waarin de KP-ers verkeerden, was er een van grote onzekerheid. Allen waren bang dat hun hetzelfde lot te wachten stond als hun gefusilleerde metgezellen. Met name 'Remarc' maakte een onzekere indruk op zijn vrienden. Als de KP-ers op één van de onderduikadressen bij elkaar waren, zat 'Remarc' telkens nerveus aan zijn ring te draaien. Meermalen zei hij, het angstige voorgevoel te hebben dat hij het volgende slachtoffer zou zijn.

Op zondag 5 november zag Piet vanuit het raam van zijn onderduikadres op de Mathenesserlaan 'Remarc' en Rein op een tandem voorbijkomen, ter hoogte van de 'Aussenstelle'. Plotseling kwam er een groene legerbus achter hen aan. Geschrokken smeten ze de tandem tegen de grond en maakten dat ze wegkwamen. 'Remarc' bleef na enkele honderden meters verstijfd van angst stilstaan en zei: 'Rein, ik geef het op', waarna hij werd ingerekend. Rein wist via een zijstraat te ontkomen.

Die zelfde ochtend verlieten 'Tony' en 'Boy' de katholieke kerk op de Mathenesserlaan, waar ze de ochtendmis hadden bijgewoond. Op weg naar de woning van 'Tony' passeerden ze de 'Aussenstelle'. Plotseling renden enkele SD-ers naar buiten. 'Boy' probeerde nog zijn pistool te voorschijn te halen, maar was helaas te laat. Beiden werden overgebracht naar het bureau van de SD. Daar aangekomen, zagen ze 'Remarc'. Sturmbannführer SS en Kriminalrat HJ. Wölk, de chef van de Aussenstelle Rotterdam, liet hen door Sturmscharführer SS en Kriminalsekretär J.W. Hoffmann verhoren.

De woning van 'Tony' werd al snel doorzocht door de SD, maar er werd geen belastend materiaal gevonden. Enkele KP-ers, die zich nog in veiligheid hadden weten te brengen, hadden reeds de wapens en ander belastend materiaal weggehaald. 'Boy', 'Remarc', 'Tony' en een illegaal werker uit Delft, Fentener van Vlissingen, werden allen in één cel ondergebracht.

Later kwam er nog iemand bij, die beweerde een belangrijk illegaal werker te zijn. Hij vertelde wat hij zoal gedaan had, en wist snel het vertrouwen van zijn celgenoten te winnen. Zonder aarzeling vertelden zij op hun beurt wat zij gedaan hadden. Daarna werd de onbekende opgehaald voor verhoor. Bij terugkomst wist hij de KP-ers te vertellen dat hun zaak er niet goed voor stond. Hijzelf zou door de SD gefusilleerd worden. Vervolgens nam hij afscheid van zijn celgenoten. Zij waren onder de indruk van zijn flinke houding en bemoedigd door zijn afscheidswoorden. Wie deze man was, konden zij op dat moment niet bevroeden - dat zou pas later blijken.

De volgende dag moesten ze voor het 'Standgericht' verschijnen. Drie van hen werden in staat van beschuldiging gesteld en ter dood veroordeeld. Alles ging in het Duits; een mogelijkheid om zich te verdedigen werd niet gegeven. Het vonnis van 'Tony' werd 'abgetrennt'; men wilde wachten totdat men meer gegevens had.

Op maandagmiddag 6 november werden ze naar Den Haag gebracht. Ze vernamen dat ze naar de Waalsdorpervlakte gingen. Op een gegeven moment bleek dat de Duitsers de weg niet precies wisten. 'Remarc', die zelf uit Den Haag kwam, gaf de juiste richting aan. En dan te bedenken dat hij aldus de weg wees naar zijn eigen executie 'Tony' werd bij het 'Oranjehotel' (het Huis van Bewaring in Scheveningen) afgezet. Het was de laatste keer dat hij zijn celgenoten zag.

'Boy', 'Remarc' en Fentener van Vlissingen werden op 6 november 1944 op de Waalsdorpervlakte gefusilleerd.

Na deze rampspoed vertrokken de overgebleven Hagenaars uit Rotterdam. Hun taak als koeriersploeg hadden zij slechts ten dele kunnen vervullen.






© Sion Soeters 2002 - 2013








 Contact

 Credits

Gastenboek

 Disclaimer

 Home