Het verzet


                                   Suriname in WO2


Er zijn niet veel Nederlanders die het weten, maar Suriname heeft een grote bijdrage geleverd aan de overwinning van de geallieerden in de Tweede Wereldoorlog. Jarenlang was de Amerikaanse oorlogsindustrie voor zijn vliegtuigbouw voor meer dan 60 procent afhankelijk van Surinaamse bauxiet. Bovendien vochten honderden Surinamers mee tegen de Japanners en de Duitsers. De Surinaamse ambassadeur in Nederland vindt dit voldoende reden om Surinamers nauwer bij de Nederlandse herdenkingsplechtigheden te betrekken. "Gezamenlijk herdenken doet recht aan de historische feiten."

"Het enige dat ik mij van de Tweede Wereldoorlog in Suriname kan herinneren is dat ik als jongetje van 5 jaar grote tanks over de zandwegen langs ons huis zag rijden en soms grote Zeppelins zag overkomen. Verder heb ik van de oorlog weinig meegekregen", zegt Evert Azimullah, ambassadeur van Suriname in Nederland. "Pas toen ik opgroeide", vervolgt Azimullah, "en ik meer ging lezen over de Surinaamse geschiedenis, ben ik erachter gekomen dat de rol van Suriname niet zo zijdelings is geweest als ik aanvankelijk dacht. Ik realiseerde mij toen ook dat er ons op school, in het op de Nederlandse leest geschoeide onderwijs, wel erg weinig over die Surinaamse bijdrage is verteld."

De Surinaamse bijdrage aan de strijd van de geallieerden is een ondergeschoven kindje. Niet alleen autochtone Nederlanders, maar ook de Surinaamse gemeenschap in Nederland en in Suriname zelf zijn maar nauwelijks op de hoogte van de betekenis van hun land voor het verloop van de oorlog. Ambassadeur Azimullah heeft daar ook wel begrip voor. "Temidden van het grote oorlogsgeweld valt de rol van het kleine landje Suriname natuurlijk weg, hoe belangrijk, en in veel opzichten ontroerend die rol ook is geweest", zegt hij. "Maar voor een kleine gemeenschap als de Surinaamse gaat het om een belangrijk hoofdstuk uit de geschiedenis."
De ambassadeur houdt elk jaar een toespraak tijdens een oorlogs-herdenkingsplechtigheid van voor-malige werknemers van de KNSM in Amsterdam en merkt dan dat de Surinaamse oud-strijders en nabestaanden het zeer op prijs stellen dat er aandacht wordt besteed aan hun rol in de oorlog. Veel Surinaamse militairen deden tijdens de oorlog op koopvaardijschepen dienst als kanonnier om de vloot te beschermen tegen Japanse lucht- en Duitse torpedo-aanvallen. "Ook jongeren komen dan naar mij toe en zeggen 'Goh, ik wist dit allemaal niet. Er moet meer aandacht aan worden besteed."

Amerikaans legermacht in Suriname

Bauxiet en diep gevoelde loyaliteit aan Nederland zijn de twee sleutelbegrippen waar het bij de Surinaamse oorlogsbijdrage om draait.
De enorme bauxietvoorraden waarover Suriname beschikte, werden vanaf 1939 van groot belang. Bauxiet is de grondstof voor aluminium en Engeland en de Verenigde Staten waren voor hun vliegtuigproductie, die in allerijl opgevoerd moest worden, voor hun bevoorrading grotendeels op de Nederlandse kolonie aangewezen. Tussen 1940 en 1943 leverde Suriname 65 procent van de Amerikaanse behoefte aan bauxiet. Zo belangrijk waren de Surinaamse bauxietmijnen dat Amerika in 1941 een legermacht van 2.000 man in Suriname stationeerde om de mijnen te beschermen. De Amerikanen waren bang voor een inval vanuit het naburige Frans Guyana, dat de zijde van Vichy-Frankrijk had gekozen, of BraziliŽ, waar veel Duitsers woonden. Zelfs een Duitse invasie vanuit zee, met behulp van duikboten, werd niet uitgesloten.
De strijdmacht van Suriname, de Schutterij, leverde haar eigen bijdrage aan de verdediging van de bauxietmijnen: de troepenmacht groeide van 180 man in 1940 tot ongeveer 5.000 in 1942, onder wie voor het eerst ook Surinaamse vrouwen. Naast deze grotendeels op dienstplicht gebaseerde bijdrage kwam er vanaf mei 1940 echter ook een grote golf van spontane steunbetuiging aan Nederland los.
"De Surinamers waren geschokt door de bezetting van Nederland. Ze voelden die als een inbreuk op hun eigen eer. Ze voelden zich verplicht Nederland en het koningshuis te verdedigen," aldus Azimullah. "Achteraf gezien is die enorme loyaliteit aan het koloniale moederland opmerkelijk te noemen. Maar je moet het natuurlijk in zijn tijd plaatsen. De grote massa van de Surinaamse bevolking wist niet beter dan dat de rood-wit-blauwe vlag en het koningshuis heilig waren. Ik denk trouwens dat de pro-Nederlandse houding die toen bij grote delen van het Surinaamse volk leefde, in 1999 nog steeds bestaat."

Enkele honderden Surinamers meldden zich vrijwillig voor dienst in de Prinses Irene Brigade, een aanbod dat werd afgeslagen, volgens geschiedschrijver Lou de Jong zeer waarschijnlijk omdat de Nederlandse regering in ballingschap niet wilde dat de zwarte Surinamers bij blanke soldaten werden ingedeeld. Pas in de laatste oorlogsjaren werden honderden Surinaamse vrijwilligers ingedeeld bij troepen die tegen de Japanners vochten in Nederlands IndiŽ. Zo'n 200 Surinamers kwamen als 'gunners' op koopvaardijschepen terecht. Tientallen Surinamers sneuvelden. Een aantal van de Surinamers die bij het uitbreken van de oorlog in Nederland waren, sloot zich aan bij het verzet. Van hen is Anton de Kom, die door de Duitsers werd opgepakt en in een concentratiekamp werd gedood, de bekendste. Ook veel joodse Surinamers werden door de Duitsers weggevoerd en vermoord.In de ogen van Azimullah een van de opmerkelijkste bijdragen was de inzamelingsactie voor de aanschaf van een Spitfire. "De Surinaamse bevolking bracht meteen aan het begin van de oorlog 38.000 gulden bijeen, destijds een omvangrijk bedrag, om een vliegtuig te kopen dat zou moeten meevechten voor de bevrijding van Nederland. Dat was voor zo'n kleine bevolking toch een prachtige geste', vindt Azimullah. "Als je bedenkt dat arme mensen die geen financiŽle bijdrage konden leveren hun aluminium pannen en potten omsmolten, dan geeft dat blijk van een verknochtheid aan Nederland die ronduit ontroerend is te noemen."

Surinamers bij herdenkingen

Azimullah betreurt het dat de Surinaamse bijdrage bij de officiŽle herdenkingen vaak onderbelicht blijft. "Koningin Wilhelmina heeft destijds haar dank betuigd voor de rol van Suriname en premier Gerbrandy heeft openlijk verklaard dat de geallieerde overwinning mede te danken is aan olie uit de Nederlandse Antillen en de Surinaamse bauxiet. Dat is voor ons van grote betekenis geweest, maar daarna hebben we van Nederland weinig meer vernomen." De ambassadeur vindt dat de herdenkingsplechtigheden op 4 en 5 mei de gelegenheid bij uitstek zijn om de Surinaamse oorlogsbijdrage meer aandacht te geven.

"Wellicht zou het goed zijn Surinaamse vertegenwoordigers bij de herdenkingen uit te nodigen. Hun aanwezigheid heeft een sym-bolische functie en stemt mensen tot nadenken." Om die reden is de ambassadeur ook heel blij met de jaarlijkse deelname van de Surinaamse Oorlogsveteranen aan de kranslegging op de Dam.
"De aanwezigheid van Surinamers bij de herdenkingen draagt ertoe bij dat mensen beseffen dat ook Surinamers een rol hebben gespeeld in de oorlog. Als ze ee Surinaamse vertegenwoordiging zien, maakt dat duidelijk: Suriname was erbij! Een Nederlands-sprekend volk heeft meegevochten onder Nederlandse vlag. Ze wilden niet anders. Daar moeten beide zijden toch ook iets bij voelen. Het is daarom meer in overeenstemming met de historische werkelijkheid als er meer Surinamers bij de herdenkingen in het land aanwezig zijn."

Azimullah maakt hierbij geen onderscheid tussen de Surinamers in Suriname en hun volksgenoten in Nederland. Gezamenlijk herdenken heeft volgens hem vooral in Nederland als bijkomend voordeel dat het de integratie stimuleert.
"Ik denk zeker dat de Surinaamse Nederlanders het op prijs zouden stellen als er meer aandacht wordt besteedt aan de rol van Surinamers in de oorlog en zij erbij worden uitgenodigd. Het kan ook helpen een groter gevoel van verbondenheid tot stand te brengen tussen de Surinamers en de autochtone Nederlanders in deze multiculturele samenleving," zegt Azimullah. "Als we daar gezamenlijk staan, bij de herdenkingen,en andere Nederlanders en Surinamers zien dat, dan kan dat alleen maar een positieve uitwerking hebben op het integratieproces. Nee, ik zie geen enkel negatief element. Een nauwere betrokkenheid van Surinamers bij de herdenkingen zou een schot in de roos zijn."

Bron:
interview met dhr. Evert Azimullah, ambassadeur van Suriname in Nederland, door Jos Havermans, d.d. januari 1999 (dit interview is afgedrukt in Vier Vrijheid, maart 1999).  


 
Veteranen klampen Nederlandse delegatie aan

"We hebben niet lang meer te leven. Straks is onze generatie dood en hebben we niets bereikt voor onszelf, noch voor onze echtegenoten." Dat zei voorzitter Fred van Russel, 73, van de Federatie van Oud-Strijders en Ex-Militairen woensdag bij het aanbieden van een petitie aan Gerrit Braks, leider van de Nederlandse parlementaire dele-gatie. Daarin vragen de `Neder-landse oorlogsveteranen' om gelijke behandeling en nakoming van beloften.

De delegatie wordt met klem verzocht politiek Den Haag te bewegen gedane beloften na te komen. In 1996 werden de oudstrijders van de Tweede Wererldoorlog en de oorlog in Korea, erkend als 'Nederlandse oorlogsveteranen'. Echter gelijke behandeling zoals een uitkering en medische verzorging blijft uit. "Wij zijn niet komen demonstreren. We vragen wat ons toekomt en verzoeken u aandacht te besteden aan onze noden. We leven onder erbarmelijke omstandigheden die ondraaglijk zijn geworden", aldus Van Russel.

Eerder deze week had de Federatie haar teleurstelling uitgesproken over het feit dat zij niet behoorde tot de maatschappelijke groeperingen die op het bezoekerslijstje van de parlementaire delegatie stond. De leden, zo'n zestig personen, voelen zich genegeerd en aan de kant geschoven. Van Russel maakte Braks duidelijk dat het niet eens zozeer om geld gaat, als wel om ondersteuning in de medische zorg.

De delegatie Surinaamse oud-strijders wilde graag spreken met de Nederlandse delegatie maar werd daar vanaf gehouden door Arnold Kruisland, met de mede-deling, dat het programma geen ruimte bood. Derhalve besloot de delegatie een petitie te overhandigen aan de Nederlandse delegatie met de oproep om de belofte t.a.v. de Surinaamse verzetsstrijders na te komen.  

Zowel Braks als het delegatielid Jan Rijpstra van de VVD zegde toe alle moeite te doen om zaken op "zeer korte termijn" gedaan te krijgen. De delegatie, die 8 mei in Paramaribo arriveerde, vertrekt donderdag terug naar Nederland. Laten we hopen, dat zij het voor elkaar krijgen, dat de Nederlandse regering de belofte gedaan in 1996 nakomt.

Onderzoek

Er moet een onderzoek komen naar rol van Surinamers in de Tweede Wereldoorlog. Hugo Kooks, voorzitter van de Vereniging Ons Suriname, ziet daarin een belangrijke rol weggelegd voor de Nederlands Instituut voor Oorlogs-documentatie. Volgens Kooks is het belangrijk dat ook jonge mensen die nu in Nederland wonen, weten wat er in die periode is gebeurd.

De Vereniging Ons Suriname orga-niseert ieder jaar op 4 mei een herdenking in samenwerking met De Kroonvaarders bij het KNSM-monument in Amsterdam. Tijdens de Tweede Wereldoorlog voeren tientallen zeelieden van Suri-naamse, Antilliaanse en Arubaanse afkomst op Nederlandse koopvaardijschepen van de KNSM. De Koninklijke Nederlandse Scheepvaart Maatschappij verloor een groot deel van haar vloot tijdens de bevoorradingstochten over de Atlantische Oceaan. "Wij moeten hen blijven eren, want mede door hun inzet is de democratische vrijheid waarvan wij nu genieten tot stand gekomen," zegt Hugo Kooks.

Onbekendheid

Anders dan in het geval van De Kroonvaarders is nauwelijks iets bekend over de rol van Surinamers die tijdens de Tweede Wereldoorlog in Nederland woonden. Ook in het standaard-werk van professor Lou de Jong is daarover niets terug te vinden. Kooks zou graag meer willen weten over hun houding ten aanzien van de bezetting. "Hebben ze gedacht dat het hen niets aanging, dat het een zaak was van de mensen die aan de Noordzee waren geboren, of hebben ze hun burgerplicht gedaan en hun bijdrage ge-leverd?"

Strategisch

Er is volgens Kooks onder Surinamers veel belangstelling voor de oorlog, zowel thuis als bij hen die in Nederland wonen. "Het is niet zo dat het conflict aan Suriname voorbij ging, het land speelde wel degelijk een rol in die periode." De toenmalige kolonie was voor de geallieerden van groot belang vanwege zijn strategische ligging aan zee. Er lagen olievoorraden opgeslagen en er werd bauxiet gewonnen: de grondstof voor aluminium en daarmee onmisbaar voor de Amerikaanse oorlogsindustrie. "Er waren daarom veel Amerikaanse militairen gelegerd om die rijkdommen te verdedigen," zegt Kooks.

Zelfbewustzijn

Een onderzoek naar de rol van Surinamers is bovendien belangrijk voor het zelfbewustzijn. "De grote groep jonge mensen die nu in Nederland woont, moet weten wat er is gebeurd," vindt hij. "Dan weten ze ook hoe ze zich moeten gedragen wanneer het land waar ze wonen in gevaar komt. Er is immers een voorbeeld gesteld." De voorzitter van de Vereniging Ons Suriname denkt ook dat de studie meer duidelijkheid zal scheppen. "We krijgen gegevens over de eigen geschiedenis en het gezamenlijke verleden met Nederland."

Onderzoek

Er moet een onderzoek komen naar rol van Surinamers in de Tweede Wereldoorlog. Hugo Kooks, voorzitter van de Vereniging Ons Suriname, ziet daarin een belangrijke rol weggelegd voor de Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumen-tatie. Volgens Kooks is het belangrijk dat ook jonge mensen die nu in Nederland wonen, weten wat er in die periode is gebeurd.

De Vereniging Ons Suriname organiseert ieder jaar op 4 mei een herdenking in samenwerking met De Kroonvaarders bij het KNSM-monument in Amsterdam. Tijdens de Tweede Wereldoorlog voeren tientallen zeelieden van Surinaamse, Antilliaanse en Arubaanse afkomst op Neder-landse koopvaardijschepen van de KNSM. De Koninklijke Nederlandse Scheepvaart Maat-schappij verloor een groot deel van haar vloot tijdens de bevoorradingstochten over de Atlantische Oceaan. "Wij moeten hen blijven eren, want mede door hun inzet is de democratische vrijheid waarvan wij nu genieten tot stand gekomen," zegt Hugo Kooks.

Onbekendheid

Anders dan in het geval van De Kroonvaarders is nauwelijks iets bekend over de rol van Surinamers die tijdens de Tweede Wereldoorlog in Nederland woonden. Ook in het standaard-werk van professor Lou de Jong is daarover niets terug te vinden. Kooks zou graag meer willen weten over hun houding ten aanzien van de bezetting. "Hebben ze gedacht dat het hen niets aanging, dat het een zaak was van de mensen die aan de Noordzee waren geboren, of hebben ze hun burgerplicht gedaan en hun bijdrage geleverd?"

Strategisch

Er is volgens Kooks onder Surinamers veel belangstelling voor de oorlog, zowel thuis als bij hen die in Nederland wonen. "Het is niet zo dat het conflict aan Suriname voorbij ging, het land speelde wel degelijk een rol in die periode." De toenmalige kolonie was voor de geallieerden van groot belang vanwege zijn strategische ligging aan zee. Er lagen olievoorraden opgeslagen en er werd bauxiet gewonnen: de grondstof voor aluminium en daarmee onmisbaar voor de Amerikaanse oorlogsindustrie. "Er waren daarom veel Amerikaanse militairen gelegerd om die rijkdommen te verdedigen," zegt Kooks.

Zelfbewustzijn

Een onderzoek naar de rol van Surinamers is bovendien belangrijk voor het zelfbewustzijn. "De grote groep jonge mensen die nu in Nederland woont, moet weten wat er is gebeurd," vindt hij. "Dan weten ze ook hoe ze zich moeten gedragen wanneer het land waar ze wonen in gevaar komt. Er is immers een voorbeeld gesteld." De voorzitter van de Vereniging Ons Suriname denkt ook dat de studie meer duidelijkheid zal scheppen. "We krijgen gegevens over de eigen geschiedenis en het gezamenlijke verleden met Nederland."

Bron:
  • Interview met Hugo Kooks, eerder uitgezonden in de Caribische uitzendingen van de Wereldomroep.
  • Waterkant Suriname.





© Copyright Sion 2002 - 2013









 Contact

 Credits

Gastenboek

 Disclaimer

 Home