Februaristaking


Mevrouw Den Uijl
a

Herinneringen aan de februaristaking Amsterdam.

 

Personalia: J.G. den Uijl. Geboren: 24/12/1922 in Amsterdam. Leeftijd: 81 jaar. Leeft nu (2004) als weduwe in Maastricht.

 

Coby heeft de februaristaking meegemaakt en ze vertelde het volgende verhaal:

 

Ik werkte van 15 april 1940 tot en met 30 april 1945 bij de Rotterdamse Bankvereniging N.V. in Amsterdam als kantoorbediende (maandsalaris was 35 gulden!). Ik woonde in Betondorp (Amsterdam-oost) in de Graanstraat 16, tezamen met mijn moeder en vader (die toen ernstig ziek was). Mijn vader was Nederduits Hervormd, mijn moeder Rooms Katholiek. Zelf ben ik uit overtuiging later ook Rooms Katholiek geworden.

Ik ging elke dag met de fiets naar mijn werk en ik reed vanaf Betondorp naar het centrum in Amsterdam. De bank stond op het Damrak in Amsterdam. Ik werkte toen van 8:45 uur tot 13:00 uur en van 14:30 uur tot 17:00 uur.

Op de dag dat ik in de middag van 25 februari 1941 om 14:30 uur terugkwam van pauze, verwachtte ik (zoals altijd) dat mijn collega’s zaten te werken. Groot was mijn verbazing toen bleek dat de hele afdeling – op twee personen na – leeg was. Op de afdeling was de Joodse procuratiehouder dhr.Voorzanger heen en weer aan het ijsberen. De twee werkende collega’s waren dhr. M. en dhr. De B.. Beide waren lid van de NSB en later bleek dat zij niet gestaakt hadden. Ik wist toen nog niet dat er een staking aan de gang was. Dat bleek pas na het gesprek dat ik met mijn procuratiehouder had. Het volgende gesprek ontwikkelde zich:

 

Coby: “Waar is iedereen?”

Voorzanger: “Die zijn buiten op het Damrak”.

“Wat doen ze daar?”, zei Coby.

”Staken”, zei Voorzanger, “Vanwege de Jodenrazzia’s”.

“Daar ben ik ook op tegen”, zei Coby weer,  “Mag ik ook gaan staken?”

“Daar mag ik niet ‘ja’ op zeggen”, zei Voorzanger.

 

De dag daarna hoorde ik dat onze procuratiehouder, dhr. Voorzanger met zijn voltallig gezin zelfmoord had gepleegd. De dag van de februaristaking was de laatste dag dat ik hem levend had gezien.

Na het gesprek ging ik de Bank uit via de voorkant van het Damrak en ben ik gaan meelopen te staken. Het hele Damrak was een zee van mensen die (in alle rust en stilte) staakten, dus zover als je kijken kon. Er werd niet geschreeuwd of met leuzen gescandeerd. Tijdens deze staking hebben we geen Duitse soldaten gezien. Toen we de staking een tijd gedaan hadden, kwam de personeelschef van de Bank – dhr De J. –  naar het Damrak en die zei dat we “ogenblikkelijk terug moesten keren naar de Bank”, want anders zouden we “direct ontslagen worden”. Van meneer de J. werd later gezegd dat hij een ‘foute’ Nederlander was. Ik weet niet of hij lid was van de NSB en hoe de mensen dit van De J. wisten dat hij ‘fout’ was. We hebben toen het bevel van De J. maar opgevolgd en zijn toen weer naar ons werk in de Bank teruggekeerd.

 

Later heb ik gehoord van NSB-er M. - die na afloop van zijn werk naar huis ging -  dat hij op straat onder schot lag van zijn ‘Duitse vrienden’ en dat hij met vele anderen van portiek naar portiek is moeten kruipen om niet door Duitse kogels geraakt te worden. De Duitsers schoten toen op alles wat zich daar in de straten bewoog. Dit gebeurde pas in de late middag.

Ik zag vanuit het raam van de  eerste verdieping waar ik werkte, dat er Duitse soldaten op straat geknield zaten met hun geweren in de aanslag. Zij schoten op de mensen die van hun werk kwamen en naar huis gingen. Zij schoten dus op diegenen die – op dat moment - helemaal niet staakten en zij schoten ook op leden van de NSB (die niet gestaakt hadden) en anderen. Er werd veel geschoten. Ik weet niet hoeveel Duitsers daar op het Damrak aanwezig waren, maar ik zag op dat moment een aantal dat aan de overkant van de Bank zat te schieten. Ik denk dat het gewone Wehrmacht-soldaten waren.

 

Toen ik klaar was met mijn werk, stopte ik mijn kaart in de prikklok, heb vervolgens mijn fiets gepakt (die stond in de kelder van de Bank gestald) en ben ik uit veiligheidsoverwegingen via de achterkant van de Bank (straat ‘de Nes’) vertrokken. Deze straat loopt achter het Damrak. Ik ben toen via de Plantage Middellaan, de Linnaeusstraat en de Middenweg naar huis gefietst. Ik heb onderweg verder niets gemerkt op het moment dat ik door de Jodenbuurt kwam. Ik ben geen Duitse soldaten tegengekomen, want je probeerde zoveel mogelijk de Duitsers te ontlopen.

 

Datum: 26 juli 2004 te Maastricht.

 

(Red: de namen van de collaborateurs zijn op verzoek verwijderd.)







© Copyright Sion 2002 - 2013








 Contact

 Credits

Gastenboek

 Disclaimer

 Home