Februaristaking


18 Dooden
a
a

Jan Remco Theodoor Campert: dichter (Spijkenisse 15-8-1902 - Neuengamme 12-1-1943). Zoon van Petrus Remco Campert, arts, en Johanna Maria Anna van Hall. Gehuwd op 8-2-1928 met Wilhelmina Broedelet, actrice. Uit dit huwelijk werd 1 zoon geboren. Na echtscheiding (19-2-1932) gehuwd op 16-9-1936 met Clara Hendrika Catharina Clémentine Hélène Eggink, schrijfster. Dit huwelijk, waaruit geen kinderen werden geboren, werd ontbonden op 16-1-1939. Toen Campert op 5 maart 1941 de Duitse Bekanntmachung las omtrent de voltrokken doodvonnissen van vijftien verzetslieden van de illegale groep De Geuzen en drie stakers bij de Februaristaking schreef hij het gedicht De achttien dooden, dat hem zou maken tot hetgeen hij innig had gewenst: 'Stem te zijn, en anders niet.'

In februari 2005 leidde een reportage in NRC Handelsblad tot commotie rond de journalist en dichter Jan Campert. Campert, naamgever van de Jan Campert-Stichting, zou in het concentratiekamp Neuengamme mogelijk niet van uitputting zijn gestorven, maar wegens verraad door Nederlandse medegevangen zijn geliquideerd. In de hoop op lichter werk en extra eten zou hij hebben geprobeerd in het gevlei te komen bij de Duitsers, waarbij hij uiteindelijk zo ver zou zijn gegaan de namen van enkele leden van de geheime kampraad te verraden. De verzetsman Gerrit Kleinveld had dat onthuld aan NRC-verslaggever Godert van Colmjon. Zijn bron was Jan van Bork (1909-1987), in Neuengamme blokoudste van de barak waar Campert verbleef.

De gemeente Den Haag besloot daarop stadsarchivaris Charles Noordam te laten onderzoeken of deze zware beschuldigingen terecht waren. In dat geval zou de naam van de Jan Campert-Stichting wellicht moeten worden veranderd. Noordam heeft zijn bevindingen in een rapport beschreven.  Noordam kwam in zijn
rapport tot andere conclusies. Zijn voornaamste conclusies zijn dat het uitermate onwaarschijnlijk is dat Campert door zijn medegevangenen werd vermoord en dat de kritiek op zijn pro-Duitse houding tijdens de bezettingsjaren deels ongegrond is.


 Lied der achttien dooden

Een cel is maar twee meter lang
en nauw twee meter breed,
wel kleiner nog is het stuk grond,
dat ik nu nog niet weet,
maar waar ik naamloos rusten zal,
mijn makkers bovendien,
wij waren achttien in getal,
geen zal den avond zien.

O lieflijkheid van licht en land,
van Holland's vrije kust,
eens door den vijand overmand
had ik geen uur meer rust.
Wat kan een man oprecht en trouw,
nog doen in zulk een tijd?
Hij kust zijn kind, hij kust zijn vrouw
en strijdt den ijdlen strijd.

Ik wist de taak die ik begon,
een taak van moeiten zwaar,
maar't hart dat het niet laten kon
schuwt nimmer het gevaar;
het weet hoe eenmaal in dit land
de vrijheid werd geeerd,
voordat een vloekbre schennershand
het anders heeft begeerd.

Voordat die eeden breekt en bralt
het miss'lijk stuk bestond
en Holland's landen binnenvalt
en brandschat zijnen grond;
voordat die aanspraak maakt op eer
en zulk Germaansch gerief
ons volk dwong onder zijn beheer
en plunderde als een dief.

De Rattenvanger van Berlijn
pijpt nu zijn melodie, -
zoo waar als ik straks dood zal zijn
de liefste niet meer zie
en niet meer breken zal het brood
en slapen mag met haar-
verwerp al wat hij biedt of bood
die sluwe vogelaar.

Gedenkt die deze woorden leest
mijn makkers in den nood
en die hen nastaan 't allermeest
in hunnen rampspoed groot,
gelijk ook wij hebben gedacht
aan eigen land en volk -
er daagt een dag na elken nacht,
voorbij trekt iedre wolk.

Ik zie hoe't eerste morgenlicht
door 't hooge venster draalt.
Mijn God, maak mij het sterven licht-
en zoo ik heb gefaald
gelijk een elk wel falen kan,
schenk mij dan Uw gena,
opdat ik heenga als een man
als 'k voor de loopen sta.


 De achttien doden:

  1. Bernardus IJzerdraad (49 jaar), gobelinrestaurateur
  2. Jan Kijne (46 jaar), vertegenwoordiger
  3. Ary Kop (40 jaar), verzekeringsagent
  4. Jacob van der Ende (22 jaar), schilder
  5. Leendert Keesmaat (29 jaar), onderwijzer
  6. Hendrik Wielenga (37 jaar), electrotechnicus
  7. Johannes Smit (30 jaar), monteur
  8. Frans Rietveld (36 jaar), slijper
  9. Leendert Langstraat (31 jaar), machinebankwerker
  10. Jan Wernard van den Bergh (47 jaar), slijper
  11. Albertus Johannes de Haas (37 jaar), metaalgieter
  12. Reijer Bastiaan van der Borden (32 jaar), hulppolitieagent
  13. Nicolaas Arie van der Burg (36 jaar), vertegenwoordiger
  14. George de Boon (21 jaar), metaalbewerker
  15. Dirk Kouvenhoven (24 jaar), stoker
  16. E. Hellendoorn
  17. Hermanus Mattheus Hendricus Coenradi, elektricien 
  18. J. Eyl







© Copyright Sion 2002 - 2013

 








 Contact

 Credits

Gastenboek

 Disclaimer

 Home