Nederland in de Tweede Wereldoorlog



                   Krijgsgevangenkamp `Prins Bernhard´

In door Duitsers bezet gebied richt een Sallandse verzetsgroep een krijgsgevangenkamp in. Onder de neus van de bezetters werden op een boerderij Duitsers, Oostenrijkers en Italianen eenvoudig van de weg geplukt en ingerekend. Het regime in het kamp is streng en eenvoudig, maar geheel volgens het Verdrag van Geneve. Er worden corveediensten gedaan, maar er is ook plaats voor ontspanning. Tussen de boerderij en de hooimijt wordt 's ochtends appel gehouden en 's avonds - als therapeutische strafexercitie - naar Radio Oranje geluisterd. Ongelofelijk? Ja, eigenlijk wel.

Bewijs voor dit verhaal? Bijna niets, er zijn weinig mensen die er iets van hebben gehoord en ook adminitratief zijn er weinig bewijzen te vinden.

 

Ben Strik, de oprichter van het kamp, dat na de oorlog in het boek van van Amerongen ´Kamp Prins Bernhard´ zou worden genoemd en Ben Harleman na hun aankomst in Haarle, voor de schaapskooi van boer Hobert, waarin zij verschillende nachten hebben geslapen.


In de ambtelijke correspondentie van de gemeente Raalte is niets terug te vinden, dat is natuurlijk niet zo gek. Maar de ondercommandant van het kamp heeft impressies van een oud evacué op papier gezet en deze toevertrouwd aan het orgaan Jeugd 10, maandblad van de Katholieke jeugd te Raalte. Hij rept met geen woord over het kamp. Het archief  waarin alle participanten (gevangenen en bewakers) stonden vermeld is uit veiligheidsoverwegingen vernietigd, bij de ontruiming van het kamp. De boer wiens boerderij werd gebruikt emigreerde spoedig na de oorlog naar Australië, de commandant van het kamp is in 1959 overleden, de oprichter van het kamp heeft 22 jaar in de oerwouden van Brazilië doorgebracht.
De twee andere leden van de staf, de ondercommandant en de instructeur-fouragemeester, hebben nooit de drang gehad om hun verhaal te vertellen. Voornamelijk vanwege irritatie over het gedrag van het bekende type nepillegalen, wiens mond onevenredig groot was tot de daden die zij hebben verricht.

Er zou dan ook nooit iets bekend geworden zijn over het krijgsgevangenkamp Prins Bernhard, ware het niet, dat in het archief van de Sectie Krijgsgeschiedenis en Ceremonieel in Den Haag een memorandum werd gevonden van de toenmalige kampcommandant.

De enige krant die ooit iets over het kamp heeft geschreven is het Dagblad de Gelderlander. De toenmalige hoofdredacteur woonde in dezelfde straat als de kampcommandant en heeft in 1946 de feiten uit diens mond opgetekend.
Een citaat uit het betreffende artikel:
 
" In de eerste dagen na de bevrijding zijn tallooze staaltjes van weergalooze moed en dapperheid aan den dag getreden. Een ervan is zeker  dat van een aantal jongelui, die in de nog ongerepte omgeving van Heeten, onder Raalte, in het natuurrijke Salland, ten tijde dat de zwaarbespijkerde laarzen van den overweldiger nog over onze wegen knarsten, een krijgsgevangenkamp inrichtten, waar zij loslopende moffen, Oostenrijkers en Italianen gevangen hielden.
De commandant  van dit kamp was de jeugdige Arnhemse sergeant Jef van Rheden, die met zijn ondercommandant Jan Weenink en tal van anderen Arnhemmers in Heeten waren ondergedoken."
 
Omtrent de motieven voor de oprichting van het kamp vertelt het artikel dat Jef van Rheden:
 
"In Heeten en omgeving waren heel wat jongelui ondergedoken en het was erg lastig dat er steeds van die loslopende Duitschers of Italianen zonder militaire leiding langs de weg liepen. We besloten eenvoudig deze heeren in te rekenen, hetgeen zij zich, merkwaardig genoeg, best lieten welgevallen. Maar waar moesten wij ermee blijven? Het had zooiets weg van 'n bovenhuisbewoner, die plotseling van een gullen gever een olifant cadeau krijgt. Die moffel je zoo maar niet weg. Zoo ging het ons ook met die gepakte moffen en Italianen. Gelukkig was er een klein boerderijtje achter in de Bergshoek, genaamd 't Herdertje van den Ruiter, dat werd omgetooverd in een krijgsgevangenkamp."
 
Alle vier de deelnemers in dit het kamp hadden een goede reden om uit het dagelijkse leven te verdwijnen en onder te duiken. Jan Weenink en Jef van Rheden waren voormalige militairen, afkomstig uit Arnhem en hielden samen met kapitein Hulleman een dagboek bij van gedragingen van mensen die zij van verrraad verdachten. In 1942 werd bij een inval bij de kapitein deze stukken gevonden en vonden zij het verstandig uit het openbare leven te verdwijnen.

Ben Strik, alias Maggi ,  initiatiefnemer, oprichter en staffunctionaris van het krijgsgevangenkamp en maker van het verzetsblad `de Bazuinstoot´. Hij zou gevangen worden gezet in kamp Vught en na zijn vrijlating onderduiken om aan de Arbeitseinsatz te ontkomen.

Traag werkte op het gemeentehuis in Zevenaar en werd door de SD verhoord i.v.m. valse bonkaarten. Het verhoor leverde niets op, maar het leek Joop verstandig om uit het openbare leven te verdwijnen en hij dook onder op de boerderij van boer Linthorst in Heteren.

Jan Weenink (links) en van Rheeden. Weenink  was af-komstig uit Arnhem en  had bij de Grebbelinie tegen de Duitsers gevochten. Ook van Rheden had aan de Grebbe-linie gevochten en de twee mannen kenden elkaar. Beide doken zij onder in Salland.


Ben Strik, de jongste van de vier en de oprichter van het kamp, werd in zijn woonplaats Apeldoorn betrapt bij het overschrijden van de Sperrzeit en daarvoor naar kamp Vught gestuurd. Na zijn vrijlating dook hij onder om de Arbeitseinsatz te omzeilen.
Joop Traag, de oudste van de vier, werkte op het gemeentehuis in Zevenaar waar hij door de SD verdacht werd van het distribueren van valse bonkaarten.
Alle vier vonden zij een onderduikadres in Salland, waar zij samen het hart van één van de drie Sallandse Knokploegen zouden vormen, die zich voornamelijk bezighielden met het verspreiden van het regionale verzetsblad 'de Bazuinstoot', een verzetsblad dat door Ben Strik werd gemaakt en uitgegeven.
De meesterproef als plattelandsguerrillero legden zij pas af in de nadagen van Augustus 1944, toen zij het gemeentehuis in Raalte overvielen. Dit was de basis voor het ontstaan van het krijgsgevangenkamp Prins Bernhard. 

Dankzij de overval op het gemeentehuis en de buit, had men genoeg middelen om het grote werk aan te pakken. Het plan werd gemaakt voor het inrichten van een krijgs-gevangenkamp.
De directe aanleiding voor het plan was gelegen in het verzoek van een Rijksduitser, die was gedeserteerd, een bakker uit Hengelo met de Duitse nationaliteit en een aantal Duitse militairen die van de trein waren gesprongen en die zich tot het verzet hadden gericht met de vraag om onderdak.

 

 Het gemeentehuis van Raalte, waar de overval plaatsvond die zorgde voor genoeg fondsen voor de oprichting van het kamp.


De boerderij van Jozef, een onmisbare schakel binnen het verzet werd uitgekozen. Jozef ging accoord met de plannen. Zijn boerderij lag in het dorp Heeten, onder de rook van Raalte, was negen bynder groot en lag verscholen tussen dennebossen, met een slingerend landpad als enkele toegang tot de boerderij.
 
Van de boerderij mocht tegen een vast wekelijks bedrag gebruikt worden, de deel met hilde, een pomp, een woonkamer, een schuur, stro, land voor werkzaamheden en een wei voor ontspanningsdoeleinden. Daarnaast zou Jozef de aardappels, melk en groente voor de krijgsgevangenen leveren.
 
Zo werd op maandag 2 September 1944 's morgens om 09.00 uur de staf geïnstalleerd en het kamp officieel geopend. 's Avonds werden reeds de eerste krijgsgevangenen binnen gebracht. Het bewakingspersoneel bestond voornamelijk uit onderduikers van de grote boerderijen die rondom het kamp lagen, de boerderijen van Berghuis, Hunneman en van Schoorlemmer.
 
De gevangenen in het kamp waren een aantal gedeserteerde militairen, die wisten dat ze zouden worden doodgeschoten als ze gepakt zouden worden, een antal Duitsers die door het verzet van de weg af werden geplukt, een aantal Oostenrijkers, die door Ben Strik uit Deventer waren opgehaald en een zestal Italianen, die via de Duitse legers in het noorden van Europa waren terechtgekomen en waren gedeserteerd in de volle overtuiging, dat de slag om Arnhem een verloren zaak was.
 
Over het aantal krijgsgevangenen lopen de meningen uiteen, Joop Traag meent dat het er zo'n zestien waren geweest, terwijl Jan Weenink zeker wist, dat het aantal opliep tot zeker dertig.

 

 De boerderij die het kamp herbergde en de eigenaar met zijn gezin.


De Italianen en de Duitsers waren gescheiden ondergebracht omdat zij niet met elkaar overweg konden. De Duitsers en Oostenrijkers waren allemaal in de dertig en veelal getrouwd met kinderen, terwijl de Italianen veel jonger waren.
 
Het wachtpersoneel bedroeg ongeveer 30 man, allemaal vrijwilligers uit de onderduikers van boerderijen uit de omgeving.  Het wachtpersoneel was onderverdeeld in drie groepen  van elf man, die bij toerbeurt diensten draaiden. In de drie maanden die het kamp heeft bestaan was er geen enkele ontsnappingspoging, waarop trouwens de doodstraf stond.
Tijdens het bestaan van het kamp is er geen enkel straf uitgedeeld, behalve het verplicht luisteren naar Radio Oranje. Het was nooit nodig om een klap uit te delen en het kamp kan wel het vreedzaamste krijgsgevangenkamp ter wereld genoemd worden.

De dagindeling in het krijgsgevangenkamp:
  • 07.00 uur Reveille
  • 07.30 uur Appel
  • 08.00 uur Ontbijt
  • 09.00 uur Corvee
  • 09.30 uur Verzorging vee en akkers
  • 12.30 uur Rust
  • 13.00 uur Middageten
  • 13.30 uur Vrij
  • 14.30 uur Verzorging vee en akkers
  • 17.30 uur Rust
  • 18.00 uur Appel met inspectie
  • 18.30 uur Avondeten
  • 22.00 uur Appel en slapen

  • Een grote zorg was de mogelijkheid, dat de Gestapo of de Landwacht een onverwachte controle zou uitvoeren op onderduikers. Men had hier veel op geoefend en iedereen wist precies wat hij moest doen in zo'n geval.
     
    In December 1944 was het dan zover, in de derde maand van het bestaan van het krijgsgevangenkamp Prins Bernhard was de Gestapo in aantocht. Alle gevangen stonden in enkele minuten aangetreden op de binnenplaats en de boerderij was in twee minuten weer een gewone boerderij. De bewakers waren allen aanwezig en volledig bewapend.
    Het bericht  kwam, dat de Gestapo de boerderij 150 meter verderop aan het uitkammen was op onderduikers.  De vraag die iedereen zich stelde: 'zijn we verraden of is het toeval?'
    Iedereen begaf zich naar een diepe greppel langs de randen van akkers. De greppel was kunstmatig gegraven om de afvoer van het water te regelen en was droog. De Grüne Polizei stopte echter met zoeken en iedereen kon weer veilig terug. De boerin, die in verwachting was en met het pistool in de rug werd gevraagd waar de onderduikers waren had slechts één kik hoeven geven en het einde van het kamp was een feit geweest.

     

    De twee meter diepe afwateringsgeul rondom het terrein. De schuilplaats bij eventuele huiszoekingen van de boerderij ligt vol met sneeuw. 


    Door deze situatie werd het de vier initiatiefnemers duidelijk, dat zij heel kwetsbaar waren, het hele dorp had wel de geruchten gehoord en er hoefde maar één verkeerde tussen te zitten en het was gedaan met het kamp. Bovendien waren zij ook nog verantwoordelijk voor de levens van de gevangen in het kamp, waarvan een aantal vanwege hun desertie direct zouden worden doodgeschoten.
     
    Het kamp werd ontmanteld en de deserteurs werden ondergebracht bij boeren in de omgeving. De rest, een groepje van een man of zes, zeven, werd door tussenkomst van de plaatselijke KP commandant naar  het dorp De Luttenberg, waar het verzet een plaats had waar zij konden worden ondergebracht.
    Echter een aantal dagen nadat dit was gebeurd deed de SD een inval in deze villa en pakte de krijgsgevangenen en de Nederlandse bewakers op.
    Uiteraard waren alle betrokkenen reeds zelf ondergedoken, zodat een eventueel verklaring van een van de gearresteerde krijgsgevangenen geen schade meer kon doen.
     
    Zo eindigt de geschiedenis van het krijgsgevangenkamp Prins Bernhard. Overigens niet het verhaal van de oprichter van het kamp, Ben Strik, die na de ontmanteling van het kamp met een aantal krijgsgevangenen door de omgeving trok om deze onder te brengen.




    © Copyright Sion 2002 - 2013








     Contact

     Credits

    Gastenboek

     Disclaimer

     Home