Ben over het boek "Krijgsgevangenkamp Prins Bernhard" van van Amerongen:
35 jaar later lieten Jan Weenink en Jef van Rheden het bij Martin van Amerongen van de Groene Amsterdammer voorkomen alsof zij het gevangenkamp hadden ingericht. En dat het "Prins Bernard" heette. Leuke vondst. Uit mijn relaas is goed op te maken hoe het in werkelijkheid ontstaan is. Joop Traag was intussen in een bootje de linies gepasseerd in de buurt van zijn geboorteplaats Zevenaar. In april 1945 zou hij gezeten op een Canadese tank met de bevrijdingstroepen Arnhem binnenrijden.
Op een damesfiets ben ik naar Apeldoorn gereden. Vooral om mijn vriendin Iet Wesselink te ontmoeten. Oom Harry wilde dat ik bij hen bleef. Dat deed ik even. Tot ik op de fiets op de Deventerstraat ineens mijn NSB baas Speelman op de fiets me tegemoet zag komen.. Ik maakte me uit de voeten. Hij reed achter me aan en bleef maar roepen: "Bennie! Bennie! Stop!" wat ik natuurlijk niet deed. Met een rotvaart ben ik er vandoor gegaan.
Dat bracht me de overtuiging bij, dat ik uit Apeldoorn moest verdwijnen. Waar nog bijkwam dat mijn moeder, die Duits gezind was, er woonde. Piet, mijn broer zat in de Wehrmacht. Ook hem wilde ik absoluut niet ontmoetten.
Ik nam contact op met kapelaan Reinier Beckers, ondergedoken in Didam vanuit Scheveningen waar hij gevangen zat vanwege het Legioen van Sint Victor.
Hij vond een boer aan het spoor bereid me onderdak te geven. Hij heette Lucassen. Ik ging naar Jan Noteboom om nog eens van naam te veranderen en van professie. Dit maal ging ik te boek staan als student Theologie. Op de fiets ging ik naar Didam om mijn avonturen voort te zetten.