Het verzet


                                     Willem Viejou


In de loop van de tijd heb ik veel contacten opgebouwd door deze website. Een groot aantal mensen die het belang inzien van het documenteren van de ervaringen van mensen die de Tweede Wereldoorlog hebben meegemaakt hebben hun verhaal of foto´s gestuurd ter publicatie op deze website.

Met het verhaal van Dhr. Viejou was ik wel heel erg blij. Het was namelijk het verhaal van een kind van een verzetsstrijder, die zelf ook nog getuige was van de oorlog en deze bewust heeft meegemaakt. Het verhaal van Dhr. Viejou geeft een inzicht in de traumatische ervaringen die hierdoor ontstaan en de gevolgen die in het latere leven zichtbaar worden.

Veel kinderen van verzetsstrijders, die bewust de oorlog hebben meegemaakt, hebben in hun latere leven hard moeten werken om hun trauma´s te verwerken. Het verhaal van Dhr. Viejou illustreert deze lange en moeilijke weg. Daarom hebben we zijn verhaal gesplitst in een aantal delen. Het onderstaande verhaal betreft de ervaringen van Dhr. Viejou en die van zijn vader gedurende de Tweede Wereldoorlog. Op de verdere webpages treft U ook het verhaal van het leven van Dhr. viejou na de oorlog aan. Het maakt duidelijk dat zijn ervaringen als kind een grote impact hadden op zijn verdere leven.

GEVANGENE VAN HET VERLEDEN (Het subjectieve van vrijheid !)

De aanloop naar ...

Foto van het persoonsbewijs van Dhr. Willem Albertus Viejou.


Het verhaal begint in 1939. Mijn vader was beroepsmilitair en tijdens de mobilisatie kwamen er vrij veel collega’s van mijn vader bij ons thuis. Hij woonde en was ook gelegerd in Utrecht. Die drukte  en het ongeregelde was in feite een aanloop naar de hectische oorlogstijd, tenminste .. zo hebben wij dat achteraf ervaren.

10 mei 1940 de invasie van de Duitsers. Ik was toen bijna twaalf jaar en de oudste in het gezin van zes kinderen. Ik zie nog mijn vader om 5 uur ’s nachts op zijn 125cc BMW-motortje de straat uitrijden naar de kazerne. Ik heb hem de volgende 14 dagen niet meer gezien, want het was oorlog en na de vijf oorlogsdagen is hij nog een korte poos krijgsgevangen geweest. Ik kan er maar niet achter komen waar hij gedurende die korte periode is geweest.

Nadat hij thuisgekomen was, werd hij verplicht tewerkgesteld, met een aantal exberoeps-militairen, op het stadhuis in Utrecht om persoonsbewijzen te schrijven voor de Utrechtse bevolking, zoals dat was verordonneerd door de bezetter.

Toen die klus na ruim een jaar klaar was, werden deze mensen tewerkgesteld op het kantoor van Staatsbosbeheer in Utrecht. Het was echter geen weldoordacht initiatief van de bezetter, want je moet natuurlijk nooit een aantal ex-beroepsmilitairen bij elkaar zetten. Daaruit is een verzetsgroep ontstaan.

Wij, de kinderen, hebben daar tot september 1944 niets van geweten. Deze activiteiten van mijn vader brachten uiteraard de nodige spanningen met zich mee, die in het gezin onopgemerkt toch duidelijk voelbaar zijn geweest. Ik heb ook nooit geweten, dat mijn vader in die periode dat hij werkzaam was in het verzet, gewapend is geweest en achteraf is nu het één en ander te verklaren. De naam van mijn vader was: Willem Albertus Viejou, geboren 12 november 1900 en zijn schuilnaam was: Gerrit van der Hoeven, geboren 2 augustus 1900.


De vergissing

 

In 1944 was mijn vader belast met het verdelen van de bonkaarten voor voedsel voor de onderduikers in (een deel van) Utrecht. Dat werk werd gedaan in de voorkamer van het huis van de directeur van een porceleinfabriek aan de Kanaalweg in Utrecht. Voor dat huis was het Merwedekanaal en achter het huis de fabriek in een groot gebied dat voornamelijk bestond uit weilanden (nu is dat het Kanaleneiland).

Op een dag werd er aangebeld aan die woning door twee Duitse militairen. Zij wilden de weg vragen. Toen de huiseigenaar open deed schrok hij zich wild en vloog naar binnen om mijn vader te waarschuwen. Die Duitsers vonden die gang van zaken een beetje vreemd en volgden die man naar binnen en daar vonden ze mijn vader achter een bureau met een stapel bonkaarten en lijsten met namen en adressen van onderduikers en zijn onafscheidelijke wapen.

Ik heb begrepen, dat mijn vader alle hoeken van de kamer heeft gezien, omdat hij niet wilde antwoorden op de vragen die hem werden gesteld. Omdat die Duitsers veronderstelden, dat er nog meer was te vinden, werd mijn vader in zijn kamer opgesloten en gingen zij op zoek in de rest van het huis en de daar achter gelegen fabriek.

Alleen in die kamer zag mijn vader dat de leider van de knokploeg van plan was om naar die woning te gaan. Het was voldoende om even het gordijn opzij te schuiven, waardoor deze man erop attent werd gemaakt, dat er iets mis was; hij zag toen ook het voertuig staan van die Duitse militairen en is zonder om te kijken doorgefietst.


Ik vraag me nog steeds af hoe het mogelijk is om in een betrekkelijk kort tijdsbestek zoiets te organiseren. Vrij snel kwamen er enkele mannen, die voor het huis in het Merwedekanaal gingen vissen met hengels; even daarna waren achter het huis in het weiland mannen bezig met het uitbaggeren van de sloten en even later kwam er een militaire vrachtauto met een Duits nummerbord en Duitse militairen met een arrestatiebevel mijn vader arresteren. Ondanks alle consternatie hadden ze kans gezien om mijn vader duidelijk te maken, dat het een actie was van de knokploeg.


Mijn vader werd niet ontzien en ze hebben hem, met de bonkaarten en de namen van de onderduikers meegenomen. Ergens in Utrecht werd hij uit de auto gezet met de opdracht een goed heenkomen te zoeken, maar onder geen voorwaarde naar huis.


Ineens weg van huis en haard

 

In die tussentijd was er een lid van de ondergrondse verzetsorganisatie bij ons aan huis gekomen, met de mededeling, dat er iets was gebeurd en dat we binnen een kwartier het huis moesten verlaten.

Mijn moeder wist niet waar ze het zoeken moest, ook al omdat niemand wist wat er was gebeurd en of we weer gauw in ons huis konden terugkeren. Wat te doen met inmiddels zeven kinderen (mijn jongste zus was toen 9 maanden oud) in zo’n kort tijdsbestek. Op goed geluk zijn we door die man naar een zuster van mijn moeder gebracht (met o.a. een kinderwagen waarin de meest onbenullige dingen waren gelegd, zoals bijvoorbeeld een botervlootje) die ons liefdevol heeft opgenomen. De verzetsorganisatie ging naarstig op zoek naar een onderduikadres voor ons, want men was veel te bang, dat wij zouden worden gegijzeld. En die angst was niet onterecht, want twee dagen nadien kwamen de Duitse militairen bij ons aan de deur om ons mee te nemen, maar helaas … wij waren gevlogen. Die Duitsers waren zo kwaad, dat ze uit rancune het hele huis hebben leeggeroofd. Alles wat ze te pakken konden krijgen hebben ze meegenomen; geen theelepeltje hebben ze laten liggen.


En achteraf hebben we gehoord, dat de buren ook vrijelijk ons huis in en uit zijn gelopen.

Wij zijn gelukkig maar enkele dagen in het huis van mijn tante geweest, want in feite was dat een onhoudbare situatie. Mijn tante had een gezin met vijf kinderen en wij kwamen daar ineens en onaangekondigd met acht personen bij. En er werd nooit geklaagd; men deed dat of het de gewoonste zaak van de wereld was. Dat heeft bij mij veel respect afgedwongen.

 

Onderduiken

 

Op ‘Dolle Dinsdag’, 5 september 1944 waren de geallieerden aan hun opmars begonnen en waren bezig om het zuidelijke deel van Nederland te bevrijden. In de verte hoorden wij het kanongebulder. En op die dag werden wij door mijn oom lopend van Utrecht naar Jutfaas gebracht. Dat was een heel angstige tocht, want het was helemaal niet ondenkbaar, dat de grote brug tussen Utrecht en Jutfaas over het Amsterdam-Rijnkanaal zou worden opgeblazen. Mijn oom had er heel erg veel moeite mee, want hij moest ook nog terug naar Utrecht. Dat is gelukkig allemaal goed gegaan.


Wij werden eerst gedropt bij een opvangadres in Jutfaas en van daaruit werden wij verder getransporteerd naar onze onderduikadressen. Mijn moeder met de drie meisjes en mijn jongste broer op een boerenhofstede; twee broers werden gebracht bij een boerderij daarnaast en ik werd gebracht naar de boerderij daar weer naast en die boer, was de oudste gehuwde zoon van de boer waar mijn moeder was ondergebracht. Onze gezinnetje lag uit elkaar en het was voor mij (maar zeker ook voor de anderen) geen gemakkelijke periode; om nog maar niet te spreken over de problemen waarmee mijn moeder te kampen had.

 

Gevangene ?

 

Geruime tijd na onze vlucht naar Jutfaas is mijn vader, geheel onverwacht, weer opgedoken. Hij was ondergedoken in Utrecht en ging verder met zijn ondergrondse werk. Hij kwam zo heel af en toe op de fiets naar mijn moeder en dat was dan meestentijds maar voor enkele uurtjes.  Ik heb hem in die onderduikperiode maar heel weinig gezien, omdat we nooit wisten wanneer hij zou kunnen komen en ik had zelf ook maar beperkte bewegingsvrijheid.

Voor de goede orde: wij hebben gedurende de hongerwinter beslist geen honger gehad, want de boerengezinnen die ons onderdak hebben gegeven werden ook voorzien van voedselbonnen.


Het verblijf op die boerderij was eigenlijk niet zo leuk, want ik moest zo veel mogelijk uit het zicht blijven. Veel Utrechters kwamen, door de honger gedreven, naar de boeren om te proberen iets eetbaars te bemachtigen en ik was veel te bang door iemand te worden herkend. Daarvoor was ik ook gewaarschuwd, want niet alleen ik liep gevaar.

De spanning liep soms hoog op, vooral als de Duitsers weer eens een razzia hielden en wij (de boer, de knecht en ik), ons moesten verbergen in de griend achter de boomgaard, diep in het land.


In normale omstandigheden zou dit een machtig avontuur zijn geweest, maar zo heb ik het beslist niet ervaren. Het waren negen bange maanden en de capitulatie op 5 mei 1945 kwam op dat moment dan ook als een echte bevrijding. We dachten verlost te zijn van de bezetter en waren in een uitbundige hoerastemming.

 

Mijn dieptepunt

 

De dag na de capitulatie ( 6 mei 1945 ) zijn de boerenknecht en ik maar naar de kapper in het dorp Jutfaas gegaan, omdat het hard nodig was om weer eens bij de kapper in de spiegel te kijken. In het centrum van Jutfaas waren nogal wat mensen bij elkaar gekomen om uiting te geven aan hun blijdschap. Dat werd heel onverwacht onderbroken toen een Duitse officier, die zo dronken was als een toeter, in dat centrum van zijn motor viel. Iedereen zag dat gebeuren en iedereen begon te juichen. De dronkeman werd toen zo boos, dat hij zijn revolver pakte en wilde gaan schieten op de bij elkaar staande mensen. Zo ver is het niet gekomen, want twee leden van de ondergrondse hebben toen het vuur op hem geopend om erger te voorkomen. De man was dood.


Toen brak de hel los. Ik weet nog steeds niet waar ze vandaan zijn gekomen, maar binnen de kortste keren was het centrum van het dorp omsingeld door zwaar bewapende Duitse militairen die op alles en iedereen het vuur openden. Daarna werden alle mannen uit huis gehaald en daar waren de boerenknecht en ik ook bij. Al die mannen werden door een haag van Duitse militairen naar een boerenerf geschopt, getrapt en geslagen, waar een vuurpeloton al klaar stond. Onder die constante bedreiging werden al die mannen die daar waren bijeengebracht, ondervraagd, want men wilde weten wie die Duitse officier had neergeschoten. Ook werden er een paar vrouwen bijgehaald, waarmee wij werden geconfronteerd om de schuldigen aan te wijzen. Gelukkig is dat niet gebeurd.


De Duitsers werden steeds onzekerder en het was goed te merken, dat de spanning haar hoogtepunt begon te bereiken. Er hoefde maar een kleinigheid voor te vallen en de hel zou zijn losgebroken.

Inmiddels waren in het dorp bij deze wraakactie al diverse mensen koelbloedig vermoord. Wij waren ervan overtuigd, dat ons laatste uur was geslagen en ik had me er op onverklaarbare wijze al mee verzoend, dat dit het einde was. Ik was als verdoofd.

 

Bevrijd ?

 

De bevrijders waren op 5 mei 1945 al in Utrecht gearriveerd, maar waren nog niet verder getrokken. Daarom konden die Duitsers nog zo beestachtig tekeer gaan. Toch heeft iemand kans gezien om de Canadezen in Utrecht te waarschuwen. Geheel onverwacht werden wij weggestuurd van dat erf en na verloop van tijd kwamen de Canadezen Jutfaas binnen rijden. De Duitsers hadden dat kennelijk gehoord en waren daarom gestopt met hun actie en zich teruggetrokken in het Fort in Jutfaas.


De dagen erna hoorden we, dat diezelfde Duitsers zich nog enige tijd in het fort hebben verzet tegen overgave en het inleveren van hun wapens. Pas toen dat was gebeurd, konden wij opgelucht adem halen. Deze ervaring heeft in mijn leven en heel belangrijke rol gespeeld. Ik was toen nog geen 17 jaar oud.

 

Weer thuis !

 

We waren blij dat we het hadden overleefd en er werd verder niet meer over gesproken. Het huis in Utrecht moest weer bewoonbaar worden gemaakt. Er moesten spullen worden gekocht, maar er was geen geld en hulp kregen we niet. Mijn moeder was teneinde raad naar de Stichting 1940-1945 en naar de Hulpactie van het Rode Kruis (HARK) gegaan en kreeg als antwoord, dat iedereen wel met zo’n verhaal kon komen. Dus hebben mijn ouders zich diep in de schuld moeten steken om de meest noodzakelijke dingen (veelal op de zwarte markt) te kunnen kopen. Het was hard werken en uiteindelijk is het na een maandje gelukt en kon ons gezin weer worden herenigd.


Thuis werd niet meer over de oorlog gesproken en zo gauw ik daarover wilde beginnen, werd dat weggewuifd. Het is mij niet gelukt om dat te doorbreken en veel dingen die mijn ouders hebben meegemaakt weet ik gewoon niet. Vijftig jaren na de oorlog kwam ik dingen te weten, die ik nooit heb gekend. Mijn vader is na de bevrijding door niemand opgevangen.


Na de oorlog moest worden geprobeerd het normale leven weer op te pakken. Nederland moest worden herbouwd en dat heb ik gemerkt, want vervolgopleidingen volgen ging niet; er moest geld op tafel komen. Er moest hard worden gewerkt. Wat mij van die na-oorlogse periode is bijgebleven is, dat ik nogal bang was uitgevallen. Dat gevoel had ik voor de oorlog nooit gehad en erover praten deed je niet, want daar was geen tijd voor en … je moest je niet zo aanstellen. Hard werken was het beste medicijn en op die manier waren de angsten redelijk beheersbaar. En toch was er steeds wel weer wat, dat zo ongrijpbaar was. Ik kon het moeilijk definiëren en het ook niet tot iets terug brengen of verklaren. Ik heb een lange tijd gekend, dat ik niet naar een kerk durfde omdat ik in een kerk zo’n beklemd gevoel kreeg. Ik heb het zelfs gepresteerd om in de kerk flauw te vallen en daarna ontbreekt je helemaal de moed om daar naar toe te gaan.


Toch moest ik op een gegeven moment in de kerk trouwen. Met de moed der wanhoop heb ik dat gedaan en ging maar van de gedachte uit: “Wat kan het mij schelen wat er gebeurt. Het gaat om ons tweeën en we zien wel!” Nu, er gebeurde niets en vanaf dat moment had ik het gevoel dat ik de ergste angsten wel in de hand had.







© Sion Soeters 2002 - 2013









 Contact

 Credits

Gastenboek

 Disclaimer

 Home