De Getuigen


                         Dhr. Rietveld 31 maart 1943


Het was 31 maart 1943 en een dag die niet vergeten zal worden. Wij,dat wil zeggen mijn ouders en ik als hun pleegzoon(11 jaar) hadden een textielzaak aan de Schiedamseweg 136-138. Het luchtalarm had even van tevoren geklonken maar dat was niets bijzonders. Echter, opmerkzaam geworden door het hevige geblaf van het luchtweergeschut stonden mijn nicht en ik op de 1e verdieping door het raam naar de lucht te staren om de reden te vinden voor dit oorverdovend lawaai. Enige mensen, die bij de tramhalte voor de zaak stonden, vonden het wat veiliger van de straat af te gaan en begaven zich naar het portiek van onze zaak om beschermd te zijn tegen eventuele rondvliegende granaatscherven.

Mijn nicht maakte mij opmerkzaam op een formatie vliegtuigen en ik besloot met die kennis naar mijn vader te gaan die achter het huis in de tuin, gewapend met een verrekijker, de hemel stond af te speuren.

Juist bij de trap aan gekomen om naar beneden te gaan……..een daverende klap. Ik werd te trap af geslingerd en kwam in de gang op de begane grond terecht. In dolle paniek stond ik op en rende naar de voordeur met maar een gedachte……..het huis uit. Tot ik een paar meter de voordeur genaderd had………de volgende klap. Met deur en al werd ik een aantal meters terug in de gang geworpen en kroop versufd onder de deur vandaan. Door de rondzwevende kalk van het plafond en stof kon je geen hand meer voor de ogen zien en tastend zocht ik mijn weg in de richting van de keuken en de achtertuin en liep in de keuken tegen mijn vader op. En daar bleven wij angstig en bevend wachten tot het lawaai wat afgenomen was en de kalkstof zodanig neergedwarreld was dat we ons weer wat konden bewegen.

De daaropvolgende uren beleefde ik als een droom. Ik zwierf wat door het woonhuis,de winkel en het atelier en overal was de aanblik onwezenlijk. Het gehele interieur was onder stof, puin en glasscherven bedolven.

Intussen waren er een aantal hulpverleners in de zaak bezig en een daarvan, die ons gezin blijkbaar beter kende, trok mij mee naar de kassa en beval mij de inhoud daarvan in de borstzakken van mijn windjack op te bergen. Dit beviel een aantal andere z.g. hulpverleners niet met als gevolg dat ze mij wegsleurden bij de kassa en mij naar buiten trachtten werken . Slechts door hulp van mijn beschermengel,de echte hulpverlener, kon voorkomen worden dat dit werkelijk gebeurde.Het stelde aan de andere hulpverleners voor mij met mijn vader te confronteren als bewijs dat ik zijn zoon was. Mijn vader was met een brandslang, waar een zielig straaltje water uit kwam, een emmer aan het vullen en trachtte op die manier de reeds in brand geraakte jalouzien te blussen. Hij bevestigde dat ik zijn zoon was waarna mijn tegenstanders afdropen.

Omdat ik verder niets meer kon doen liep ik de winkel uit en kwam in het portiek van de winkel terecht. Die aanblik zal ik niet licht vergeten. Dwars in de loopgang van het portiek lag op de rug een zwaar gewonde jonge man midden in de glasscherven van onze winkelruiten. Zijn moeder? lag op haar knieen biddend naast hem en riep af en toe smekend om hulp. De "hulpverleners" stapten echter over hem heen en hadden veel haast om in de winkel te komen.

Na enige tijd liep ik verder en kwam op de weg. Ook hier een onbeschrijfelijke chaos. Aan de overkant van de weg, waar een grote kruidenierszaak was geweest, had men een ladder georganiseerd en trachtte men een gewonde van de half ingestorte 1e verdieping te redden. Daarnaast was ooit eens de sigarenzaak van de heer Hubadi geweest. In een later stadium hoorden we dat de man met zijn dochtertje in de kelder gekropen was en daar zijn beiden gestikt.

Natuurlijk ging elk begrip van tijd verloren. Hoe lang ik op de Schiedamseweg gestaan heb weet zelfs bij benadering niet. Geschreeuw, huilende mensen, vrachtwagens met daarop gewonde mensen, alles ging als in een droom voorbij. Ik weet slechts dat bij terugkeer naar naar de winkel de zwaar gewonde jonge man uit het portiek verdwenen was.

Het zal zo tegen vijf uur geweest zijn dat duidelijk werd dat noch de winkel noch het woonhuis te redden waren en werd ons door brandweer en politie te verstaan gegeven het gebied te verlaten. Omdat wij sinds 1942 ’s avonds een huurhuis in het Noorden bewoonden(het Westen was i.v.m. het havengebied niet zo gezond om te wonen) waren we gelukkig nog in de omstandigheid naar een veilig onderkomen te trekken.




© Sion Soeters 2002 - 2013








 Contact

 Credits

Gastenboek

 Disclaimer

 Home