tweede wereldoorlog, holocaust, hitler, bombardement rotterdam, wo2, wo2 documentaires, nederland in de tweede wereldoorlog
verzet in nederland, oorlogsverhalen, foto wo2, proces rauter, persoonlijke verhalen wo2, sion soeters, marinus soeters, wim viejou.
februaristaking, foto's tweede wereldoorlog. arbeidsdienst, razzia rotterdam, razzia lekkerkerk, flip linneman, grebbeberg, kamp vught
bombardementen, wo2 vliegtuigen, seys inquart, arbeidsdienst, mussert, jodenvervolging, holocaust, kamp westerbork, kamp amersfoort,
jan campert, neuengamme

 

 



          Tweede Wereldoorlogervaringen


                                    Dhr. van Kesteren
a


Mijn vader werd in 1920 te Voorburg geboren en overleed in 2005 in Den Haag. Hij leerde voor timmerman maar werd al snel meubelmaker. Hij was nooit werkeloos maar belandde door een foute aannemer in de bunkerbouw van de Atlantikwal. De aannemer werkte ook voor Seyss–Inquart op het landgoed Clingendael.

 

 

 

 Mug shot van Seyss Inquart

´zes en een kwart´pijpstopper

Mug shot van Seyss Inquart 

Mijn vader moest met andere timmerlieden bunkers bouwen en bruggen over de vaarten van de Atlantikwal. Clingendael was hier in 1943 een onderdeel van. Seyss weigerde te verhuizen en wilde als held een voorbeeld zijn. Het zal nog in 1942 geweest zijn toen hij binnen geroepen werd door een Duitse soldaat en een pootje van een spinet moest repareren. Daar speelde de vrouw van Seyss, Getrude genaamd, dikwijls op. Gertrude was vaak in Oostenrijk vanwege de bombardementen en het slechte huwelijk. Seyss had een Haagse vriendin, Dolly Peekema Dibbets die tevens hoer en spionne voor de Duitsers was.

Commandobunker van Seyss Inquart, aan de Loolaan 54 in Apeldoorn

 Statige oprijlaan van Clingendael, het voormalige hoofdkwartier van Seys Inquart

In juni 1943 werd mijn vader uiteindelijk het slachtoffer van deze foute aannemer en moest hij, conform de Arbeitseinsatz naar Duitsland om te werken. Het vertrek vond plaats op 18 juni 1943 vanaf het oude station station het Staatsspoor aan de Rijnstraat. Dat werd tijdens de oorlog weggevaagd en lag op de plaats van het huidige nu C.S. De reis in oude personenrijtuigen van de N.S. duurde twee dagen vanwege de vele luchtaanvallen.

 

Precisiebombardement van de Möhnedam, die doorbrak en grote stukken land onder water zetten. Dit kunststukje werd uitgevoerd door het 617e Squadron onder leiding van Guy Gibson. Hij kreeg hiervoor een VC. Hoewel de actie achteraf minder geslaagd bleek, leidde het er wel toe dat het 617e Squadron een eliteeenheid werd, gespecialiseerd in precisie-bombardementen. Tijdens de actie merkte een van de bemanningsleden nogal gevoelloos op: "als je ze niet kunt verbranden, moet je ze maar verdrinken." Er vielen 1300 slachtoffers, waaronder enige honderden (vrouwelijke) dwangarbeiders. De materiële schade was enorm.


Hij maakte in het Roergebied de overstroming mee, die het gevolg was van het Engelse bombardement op de Möhnedam. Bij zijn aankomst werd hij gelijk ingezet bij het ruimen van de lijken en het wegwerken van het water. Kort hierna werden zij toegesproken door een SS'er die hen een "kans" bood. Zij konden in het werkkamp blijven of kiezen om te dienen als soldaat in een bewakingscompagnie. Er lagen al jasjes en broeken en laarzen klaar. Twee sukkels trapten daar in en hebben in 1945 voor de Bijzondere Rechtspleging gestaan en jaren vast gezeten.

Guy Gibson, geboren in Shimla, India, 12 augustus 1918 – overleden bij Bergen op Zoom, 19 september 1944 en begraven op het katholieke kerkhof van Steenbergen. In 1941 werd Gibson benoemd tot kapitein en kreeg hij de leiding over een eskader van 30 Lancaster bommenwerpers: het 106e squadron. In 1943 kreeg hij het bevel over het 617e squadron, dat als specifieke taak het aanvallen van de Duitse stuwdammen had (Operatie Chastise).

Zij moesten hun eigen barakken bouwen en heel kort was hij stuttentimmerman in de mijnen. Een Duitse kampcommandant haalde hem eruit, omdat hij ontdekte dat mijn vader speelgoed kon maken. Veelal houten hondjes en wagentjes. De commandant had een DKW, die deels van hout was gemaakt. Deze was geheel verrot. Mijn vader herstelde de wagen en lakte hem over. De commandant liet extra eten brengen, maar dat verdeelden de jongens onderling.

Kerstmis 1943 mochten de Nederlanders met een speciale permit een dag bij een gastgezin verblijven en mijn vader trof de familie Vimm. Hij heeft er heerlijk gegeten en geruime tijd schoof Vimm elke avond eten onder het prikkeldraad door. Veel spruiten met jus en kastanjes. Meneer Vimm was een zielepiet en in 1933 te Derne kapotgeslagen door de S.A. omdat hij communist was. Hij sleet zijn leven als invalide vuilnisman. Klungelmann werd hij genoemd.
Diezelfde Kerstmis sneuvelde zijn enige zoon. Die zat bij de kriegsmarine op de Scharnhorst. Die lag in een fjord in Noorwegen. De meeste jongens mochten van boord om te gaan skiën maar daar hield hij niet van. Het schip werd getroffen met torpedo’s van een Royal Navy duikboot die binnengedrongen was ondanks de afsluitingskettingen.

In 1945, kort na zijn bevrijding wilde hij de familie Vimm gaan bedanken maar hun huisje was geplunderd en verhalen deden de ronde dat op het laatst erg veel anti-nazi’s werden vermoord. In 1958 kwam hij zijn vriend Bertus tegen die per bromfiets het hele gebied van hun werktijd had afgezocht maar alles was veranderd in flats. Hun gehate kampbeul Abe Lhee was hij nergens tegengekomen. Mijn vader wilde jaren achter elkaar revanche nemen op deze man die laagbegaafd was en vermoedelijk een patiënt uit een inrichting was.

 

Op 26 december 1943 liep de Scharnhorst onder bevel van eskaderkommandant schout-bij-nacht Erich Bey en slagschip kapitein Fritz Hintze in de voor het slagschip opgezette val, toen het probeerde met zes begeleidende grote torpedojagers een van beide belangrijke konvooien JB55A en JB55B te onderscheppen. Tijdens buitengewoon hevige sneeuwstormen en ijskoud weer stuitte de Scharnhorst zonder jagers op de het konvooi begeleidende kruisers van Admiraal Burnett met de zware kruiser Norfolk en de lichte kruisers Sheffield en Belfast. Er volgde een schotenwisseling van 20 minuten op een afstand van 10.000 meter, waarbij beide partijen 2 treffers boekten. De Scharnhorst liep hierbij een zeer ongelukkige treffer op, die zijn belangrijkste radarapparaat uitschakelde. Door het uitvallen van de belangrijkste radarpost op de Scharnhorst kon het schip met radar niet in het naar voren gerichte quadrant zoeken. De Scharnhorst was naar voren "blind" en dat zou fatale gevolgen voor het schip gaan hebben.


Vreselijk bang was hij voor luchtaanvallen en zeker in 1944 waren de Engelse duikvliegtuigen, de Mosquito’s enorm actief. In 1944 werd mijn vader via een vrachtwagen naar een kloosterziekenhuis gebracht. Hij had een enorm abses achter een oor. Na de operatie had hij er een kostelijk leven bij de nonnen als timmerman. Er was eten en verzorging in overvloed. Door de bombardementen moest hij veel ramen en deuren repareren.
Op een dag stond de Feldpolizei voor de deur en hij moest in het zijspan gaan zitten en keerde zo terug in het kamp. Regelmatig liep er een Nederlandse NSKK chauffeur te zeuren dat hij spijt had van zijn indiensttreding. Hij reed op een auto met een enorme ruime bandenbak. Daarin had mijn vader kunnen vluchten.

Mijn vader heeft in de volgende kampen gezeten:
Werl, Derne, Soest, Herden (hij moest hier helpen bij het bouwen van flessenbunkers die bestonden uit flessen met een laag beton), Langschede (deze mijn met werkkamp kwam in de jaren zestig in het nieuws door een spectaculaire redding van beklemde mijnwerkers die met een speciale cylinder omhoog kwamen. Ik denk in 1963. Dit was op woensdagmiddag want ik had vrij van school en kon t.v. kijken. Mijn vader kwam eerder thuis uit de machinale en keek mee). Zijn laatste kamp was Osnabruck. Bij de chemische fabriek van Schering (hier heeft hij het enorm slecht gehad. Erg veel bombardementen en slecht of weinig eten).

Mijn vader was slecht in data’s en jaartallen. Hij had geen gevoel voor chronologie. Hij zag, dat mensen werden opgehangen zoals een Poolse jongen voor stelen van suiker. Hoe Oekraïnse vrouwen en meisjes werden verkracht. Tenslotte werd hij in maart 1945 bevrijd door het 8e Amerikaanse leger en werkte als vrijwilliger - kok. Elke morgen stapels pannenkoeken bakken en elke avond vlees braden. De Amerikanen brachten hem thuis maar dat duurde lang. De chauffeur was een alcoholist. Nederland moest bevrijd worden en veel bruggen en wegen waren vernield. Gelukkig zat er een student in de truck die de chauffeur kon helpen met kaartlezen en whiskyflesbeheersing. Mijn vader is eind juni 1945 op zijn woonadres Soestdijksekade in Den Haag afgezet. Dat had hij zo geregeld om als eerste er uit te kunnen komen.

De meeste familieleden begrepen zijn verhalen nooit. Die waren bevrijdingsfeesten aan het vieren. Ik heb als kind erg veel oorlogsverhalen van hem gehoord. Hij droomde ook heel erg en werd dan gillend wakker. Kort voor zijn dood raakte hij erg in de war en dacht dat zij hem kwamen halen. Mijn herinneringen gaan niet verder dan, dat er wel eens kampgenoten over de vloer kwamen. Roeleveld, Cor Zeppelin (een bijnaam?) Bertus van de Horde. Mijn vader hield van vissen en had daar een speciale tas voor. Hij vertelde mij dat die tas van een doodgeschoten SS-er was. Ik vond het een griezelig ding. Met het Rode Kruis moest je bij mijn vader niet komen. Bijvoorbeeld de Franse jongens kregen pakketjes, de Nederlandse nooit. Hij had kans gezien zijn mooie pak te redden en vroeg toen in Nederland om extra kleding. Hij kreeg een banketbakkerspak met vetvlekken.


11 september 2007, Robert van Kesteren.




© Copyright Sion 2002 - 2013


 




 Contact

 Credits

Gastenboek

 Disclaimer

 Home