tweede wereldoorlog, holocaust, hitler, bombardement rotterdam, wo2, wo2 documentaires, nederland in de tweede wereldoorlog
verzet in nederland, oorlogsverhalen, foto wo2, proces rauter, persoonlijke verhalen wo2, jodenvervolging, vernietiginskampen,
concentratiekampen,

 

 


a

      Nederland in de Tweede Wereldoorlog
a
a
        Ordening van het nazi kampsysteem 1933 - 1945
a

Het kampsysteem van nazi-Duitsland was aanvankelijk beperkt tot het rijksgebied, maar breidde zich in de loop van de twaalf jaar van het Derde Rijk steeds verder uit en strekte zich tenslotte over geheel Europa uit. Er bestonden verschillende soorten kampen, waarbij de benaming "concentratiekamp" als overkoepelende term kan worden beschouwd. De eerste kampen werden Sammellager "verzamelkamp", Schutzhaftlager "kamp voor beschermings-hechtenis" of Erziehungslager "opvoedingskamp" genoemd. Vanaf de tweede helft van maart 1933 vond de aanduiding "concentratiekamp" ingang, een schijnbaar onschuldig begrip.

De "ordening van de terreur" bij de kampen was als volgt:

       - werkkamp
       - doorgangskamp
       - concentratiekamp
       - krijgsgevangenenkamp
       - kamp voor dwangarbeiders
       - vernietigingskamp (met name in Oost Europa)
       - andere typen kampen, o.a. voor kinderen van Oost-Europese dwangarbeidsters.

De geschiedenis van de nationaal-socialistische kampen kan worden opgedeeld in verscheidene perioden, waarin de kampen verschillende functies vervulden. In principe bleef echter gedurende de hele periode van 1933 tot 1945 het belangrijkste doel politieke tegenstanders en volgens de nationaal-socialistische ideologie "minderwaardige" personen in de kampen gevangen te nemen. Wat veranderde was de behandeling van dergelijke gevangenen en hiermee de steeds gedifferentieerdere verdeling van de kampen. Reeds kort na de machtsovername door de nazi's ontstonden de eerste concentratiekampen. Zoals zo vaak misbruikte de partijtop hier een gebeurtenis die de binnenlandse veiligheid zou bedreigen als excuus om hard tegen zijn tegenstanders op te treden.

Marinus van der Lubbe geb. 13-01-1909 overl 10-01-1934

Van der Lubbe met een tolk tijdens zijn proces.

Marinus van der Lubbe tijdens zijn proces.


In de nacht van 27 op 28 februari 1933 stond in Berlijn het Rijksdaggebouw in brand - slechts een maand na de machtsovername door de nazi's en enkele dagen voor de verkiezingen voor de Rijksdag. Tot op de dag van vandaag is onduidelijk wie de brand heeft aangestoken. De nazi-propaganda verklaarde dat de communisten verantwoordelijk waren voor de brandstichting. De Nederlandse communist Marinus van der Lubbe werd gearresteerd en wederrechtelijk ter dood veroordeeld. Het doodvonnis werd achteraf gelegaliseerd, met de zogenaamde "Wet Van der Lubbe". Nog steeds bestaat het vermoeden dat de nazi's de brand in de Rijksdag zelf hebben aangestoken. Rijkskanselier Adolf Hitler overtuigde op 28 februari de oude rijkspresident Paul von Hindenburg ervan een - reeds lang voorbereidde - noodverordening ter "bescherming van volk en staat" tegen "verraad van het Duitse volk en hoogverraderlijke handelingen" te ondertekenen. De Rijksdagbrandverordening was tot 1945 van kracht. Hierdoor werden de volgende democratische grondrechten buiten werking gesteld:

- persoonlijke vrijheid
- vrijheid van meningsuiting
- vrijheid van drukpers
- vrijheid van vergadering en vereniging
- vrijheid van brief- en telefoongeheim
- onschendbaarheid van eigendom en woning.

De reeds genoemde beschermingshechtenis werd ingesteld en hiervoor gebruikte men, behalve de al bestaande gevangenissen van de paramilitaire SA "Sturmabteilung" en de SS "Schutzstaffel", de lijfwacht van Adolf Hitler, die als "hulppolitie" dienden, ook "particuliere gevangenissen" en "wilde kampen". Hun precieze aantal is tot op heden met bekend. Daarnaast bestonden de officieel opgerichte kampen.

Tussen 1933 en 1936 waren de concentratiekampen in de eerste plaats bedoeld om de dictatuur te handhaven en te stabiliseren. Er werden vooral ideologische resp. politieke tegenstanders en verzetsstrijders gevangen genomen om de oppositie uit te schakelen of er op zijn minst voor te zorgen dat ze zich lang rustig hielden. Bovendien kwam het in de eerste concentratiekampen tot de eerste georganiseerde ongeregeldheden tegen Joden. Joden, die als politieke tegenstanders werden binnengebracht, vormden zeer spoedig een tiendevan de groep gevangenen, hoewel ze minder dan een procent van de Duitse bevolking uitmaakten. Joden waren vanaf het begin van het nazi-regime bijzonder in gevaar en er werd heel vaak niet eens naar een "reden" gezocht om een Jood te arresteren – dat de persoon van Joodse afkomst was, was voldoende.

 

Vlakbij het Duitse plaatsje Dachau bouwden de nazi´s het eerste concentratiekamp in Duitsland. Op de poort de bekende leuze `Arbeit macht frei`.


In juli 1933 bevonden zich ongeveer 27.000 mensen in de concentratiekampen. Na het sluiten van diverse als Schutzlager aangeduide concentratiekampen in de zomer van 1934, daalde het aantal gevangenen in 1935 volgens officiele gegevens tot circa 7.000 tot 9.000 mensen. Het aandeel politieke gevangenen bedroeg toen 75 %.

Door enerzijds angst en anderzijds aanpassing had de nationaal-socialistische staat zijn positie vergaand weten te verstevigen, ondanks het verzet dat aanvankelijk georganiseerd en later, na de eerste fase van vervolging, niet zelden alleen nog individueel of in kleine groepen voorkwam. Daarom dachten de ministeries van justitie en binnenlandse zaken er tussen 1935 en 1936 zelfs over om het kampsysteem geheel op te heffen. Zowel de
consolidatie van het systeem als ook de eerste emigratiegolven en niet in de laatste plaats het imago, dat vanwege de Olympische Spelen van 1936 in Berlijn bijzonder "vriendelijk" moest zijn, hadden deze overwegingen gevoed. Hitler maakte een einde aan de discussie door openlijk steun te bieden aan de voorstanders van het concentratiekamp als dwang- en uitbuitingssysteem voor de lange termijn.

 

 

De meest beruchte Olympische Spelen waren in 1936 in Berlijn.

 Tinus Osendarp 'de snelste blanke ter wereld'.


Nadat Heinrich Himmler reeds in de lente van 1934 de leiding over de concentratiekampen had overgenomen, kreeg de SS na de uitschakeling van de SA op 4 juli 1934 als enige het bevel over de kampen. Himmler benoemde Theodor Eicke, de commandant van net op 20 maart 1933 opgerichte concentratiekamp Dachau, tot lnspekteur der Konzentrationslager und SS-Wachverbande (IKL) De terreur in Dachau vond navolging. Eicke werkte een eigen kampordening uit, waardoor het strafrecht buiten werking werd gesteld. Alle kampen die nu nog onstonden, werden naar het voorbeeld van kamp Dachau georganiseerd.

Vanaf 1936 verscherpte de situatie opnieuw. Tot de groepen die Himmler had aangewezen voor gevangenneming behoorden:

- Jehova's getuigen
- Homoseksuelen
- Sinti en Roma
- "Beroepsmisdadigers" (in de gevangenenhierarchie vaak wrede "kapo's")

De concentratiekampen waren verder bedoeld om de oppositie uit te schakelen. Bovendien moesten echter ook maatschappelijk-sociale buitenstaanders worden geïsoleerd. Vanaf maart 1937 werden in een golf van arrestaties, de zgn. Asozialen-Aktion, bijvoorbeeld prostituees, psychisch zieken en werklozen in "preventieve hechtenis" genomen. Het aantal gevangenen steeg overeenkomstig. Begin 1937 werden ongeveer 7.500 mensen, in oktober 1938 24.000 personen in concentratiekampen gevangenen gehouden. Na de Anschluss van Oostenrijk in maart 1938 waren op grote school mensen gearresteerd. In november 1938, na de pogroms tegen de Joden (Kristallnacht) werden ongeveer 30.000 Joden naar concentratiekampen gedeporteerd (hoofdzakelijk Dachau, Buchenwald en Sachsenhausen). Veel Joden uit delen van Hessen aan de Rijn werden naar kamp Buchenwald getransporteerd. Bij de jaarwisseling van 1938/39 zaten zo'n 60.000 mensen in concentratiekampen gevangen. Door de vrijlating van met name Joden, die verplicht waren meteen te emigreren, daalde het aantal gevangenen in 1939 tot circa 22.000. Na het begin van de Tweede Wereldoorlog steeg het aantal kampgevangenen weer aanzienlijk. 0ok werd de situatie in de kampen in de loop van de oorlog steeds grimmiger. Tot de zomer van 1942 bevonden zich voortdurend ongeveer 60.000 mensen in de concentratiekampen.

 

 Poort met leuze `Jedem das Seine`uit concentratiekamp Buchenwald.


Naarmate de Duitse Wehrmacht en de in hun kielzog optredende Einsatzgruppen, politiebataljons en SS-eenheden verder oprukten, werden steeds meer mensen vermoord of naar een concentratiekamp gedeporteerd:

- Joden
- Sinti en Roma
- Intellectuele en politieke tegenstanders van het nationaal-socialisme
- De Poolse intelligentsia
- Verzetsstrijders (bv Resistance in Frankrijk of de Armia Ludowa in Polen)
- Krijgsgevangenen, met name uit de SovjetUnie

Hier kwam bij dat veel mensen willekeurig als dwangarbeider tewerk werden gesteld. Ze werden naar Duitsland gedeporteerd en door systematisch uitgebuit om de productie van de oorlogseconomie op te voeren.

Veel dwangarbeiders en concentratiekampgevangenen werden zo lang tot arbeid gedwongen tot ze van uitputting stierven; dit kan als "vernietiging door arbeid" worden beschouwd. Er werden nauwelijks nog mensen vrijgelaten; uitbuiting en liquidatie van gevangenen werd vanzelfsprekend. Het percentage Duitse gevangenen daalde tot vijf a tien procent.

Vanaf 1940 werden diverse nieuwe en grote kampen opgericht. Met de aanleg van het concentratie- en vernietigingskamp Auschwitz I en II in april 1940 kregen de concentratiekampen een nieuwe dimensie. Dat de gerichte moord op voornoemde groepen een oorlogsdoel werd, was al vanaf de "veldtocht door Rusland", dus sinds de inval in de Soviet-Unie in 1941 ("Operatie Barbarossa") duidelijk, toen niet alleen, maar vooral de Einsatztruppen met hulp van delen van de Wehrmacht honderdduizenden mensen om het leven brachten.

 

 Poort van Auschwitz met de leuze `Arbeit Macht Frei`


In maart 1942 werd de kampinspectie onder de nieuw opgerichte economische bestuursinstelling Wirtschaftsverwaltungshauptamt (WVHA) van de SS onder leiding van Oswald Pohl geplaatst. Hij bleef echter verantwoording verschuldigd aan Himmler. Het WVHA was verantwoordelijk voor de economische ondernemingen van de SS, dus ook voor de steenfabrieken en andere fabrieken waarin de kampgevangenen werden uitgebuit. Aan het einde van 1941 word in Chelmno een vernietigingskamp ingericht, waar de eerste massale vergassingen plaatshadden. Die werden "uitgeprobeerd" op Joden en Sovjet krijgsgevangenen.

Door de oorlog tegen de USSR, de plannen voor de vernietiging van de Europese Joden en de organisatorische herstructurering van het concentratiekampsysteem ging in de eerste helft van 1942 de derde fase in de geschiedenis van de nationaal-socialistische kampen in. Het was een langzame overgang waardoor het kampsysteem opnieuw radicaliseerde en ondanks de systematische moorden op de gevangenen steeg hun aantal zeer snel. In augustus 1942 waren ongeveer 115.000 mensen in de concentratiekampen bijeengedreven. Er kwam geen einde aan de deportaties, zodat zich tegen het einde van de oorlog meer dan een zesvoud van dat aantal gevangenen in de concentratiekampen bevond. Chelmno, Sobibor en Treblinka werden centra van systematische en miljoenvoudige moord op aanvankelijk Joden, in Auschwitz later ook op Sinti en Roma. Het merendeel van deze "doodsfabrieken" viel, in tegenstelling tot Auschwitz en Auschwitz-Birkenau, niet onder het WVHA, omdat de mensen helemaal niet eerst voor dwang- en slavenarbeid werden uitgebuit, maar direct werden vermoord. Ook Sovjetkrijgsgevangenen werden, in strijd met het volkerenrecht, in grote kampen samengedreven en stierven van de honger of werden vermoord. Zo dienden Russische soldaten in Auschwitz zelfs als "proefobjecten" voor de eerste vergassingen. De gevangenen werden steeds slechter behandeld, waardoor het aantal sterfgevallen dat niet door de gaskamers was veroorzaakt eveneens aanzienlijk toenam. De verslechterende verzorging werd zo op de zwaksten afgewenteld; bovendien wilde men vanwege het oprukkende Rode Leger nog zo veel mogelijk getuigen laten verdwijnen.

 

 Eind april 1945 Landsberg. Dodenmars richting Dachau.


In de herfst van 1944 werden de kampen in Oost-Europa geleidelijk opgeheven vanwege de militaire situatie en de hierdoor noodzakelijke terugtrekking uit de bezette landen. De gevangenen werden naar andere kampen op Duits of Oostenrijks grondgebied verplaatst. Omdat de verzwakte en afgebeulde mensen de weg van bijvoorbeeld concentratiekamp Gross-Rosen naar kamp Mauthausen tenminste voor een deel te voet moesten afleggen, wordt voor laatstgenoemde deportaties het begrip "doodsmarsen" gebruikt. Door deze doodsmarsen bevonden zich, ondanks de bevrijding van Auschwitz op 27 januari 1945, aan het einde van de oorlog in mei 1945 nog steeds meer dan 700.000 mensen in de kampen van het rijksgebied, dus in Duitsland en Oostenrijk. Het betrof hoofdzakelijk buitenlandse gevangenen. Ongeveer twee derde van alle mensen die tussen 1933 en 1945 in een concentratiekamp zijn binnengebracht, overleefde het kamp niet. Opgeteld bij degenen die direct na aankomst in een kamp werden vermoord, zijn er, naar schatting, meer dan vier miljoen mensen in de concentratie- en vernietigingskampen om het leven gebracht.

 

 De poort van concentratiekamp Mauthausen.


Het nationaal-socialistische kamp en gevangenensysteem had zich als een spinnenweb over heel Duitsland, Polen en anderen delen van Europa uitgestrekt. In iedere grote Duitse stad zetelde de Gestapo, ondersteund door verschillende takken van de politie, die sinds 1936 onder de directe leiding van Heinrich Himmler, Reichsführer SS, stonden. In iedere stad waren folterkelders, daarbij kwamen de velen bijkampen. Niet alleen in Berlijn of München, Warschau of Minsk gingen de nazi's tekeer, maar ook in Vught, Amersfoort, Ommen, Westerbork en Schoorl waren net zo in het nazistische systeem en de vervolgingsmachinerie opgenomen.


Bron: Dr. Susanne Urban-Fahr





© Copyright Sion 2002 - 2013

 




 Contact

 Credits

Gastenboek

 Disclaimer

 Home