
|
Momenteel ben ik betrokken bij een museumproject in Indonesië. Daar werk ik onder meer met het museum Joang 45 in Jakarta, dat gewijd is aan de periode 1945 -1949. Ik probeer hen te helpen met spullen van de Nederlandse kant van die oorlog. (onze "politionele acties"). Het project waaraan ik meewerk bestaat uit 2 grote stukken. Het ene is training in "actieve conservering" en het andere "tentoonstellingsmanagement". Het Tropenmuseum en de Gemeente Rotterdam werken daarin samen. Mijn deel is het "tentoonstellingsmanagement". Het gaat om de musea die door de gemeente Jakarta worden gefinancierd. Dat zij er in totaal elf: het historisch museum, het scheepvaart museum, het kunstmuseum, keramiekmuseum, wayang museum, textielmuseum, het nationaal monument, het museum gewijs aan Husni Thamrin, de begraafplaats Taman Prasasti voorheen Tanah Abang, het eiland Onrust en het museum Joang45, gewijd aan de strijd tussen 1945 en 1949. Ik coach de musea in het maken van een tentoonstelling "volgens het boekje" Dat wil zeggen, gestructureerd, met marketingplan, schoolplan, boeiend voor diverse doelgroepen enzovoort. Het begon in november 2006. In april 2007 was de tweede fase. In november 2007 komt de derde fase en medio 2008 moeten de tentoostellingen worden geopend. In museum Joang 45 heb ik, terzijde van het project, gesproken over hun collectie en de aandacht voor de Nederlandse kant. Daar hebben ze heel weinig van. Maar ze willen graag zo'n deelcollectie opbouwen. Via de Atlas van Stolk heb ik ze al eerder foto's gegeven van spotprenten uit Nederlandse kranten over de periode 45-49. In april heb ik namens het OorlogsVerzetsMuseum een schenking kunnen overhandigen van persoonlijke documenten en wat spullen van een korporaal van de Grenadiers. Daarover waren ze heel enthousiast. Dus probeer ik nog meer te vinden voor ze. Overigens speelde ook het eiland Onrust een belangrijke rol voor de Nederlanders tijdens de politionele acties.
Met groeten, Kees De na-oorlogse ontwikkelingen in Nederlands-Indië. Met de aanval van Japan op Pearl Harbour op 7 december 1941 begon de oorlog voor Nederlands-Indië. Nederland beschikte op dat moment over te weinig militaire capaciteit om aan Japan tegenstand te kunnen bieden. Op 8 maart 1942 moest het leger capituleren en Nederlands-Indië werd door Japan bezet. De snelle Japanse overwinning en de beperkte verdediging die Nederland hier tegenover had kunnen stellen, tastten het Nederlandse aanzien onder de Indonesische bevolking ernstig aan. Het geschonden Nederlandse prestige werd verder ondermijnd door de gerichte Japanse propaganda en door het opsluiten van de Nederlanders in speciale kampen. In zijn propaganda legde Japan nadruk op de eeuwenlange economische uitbuiting door Nederland, in de hoop hiermee de Indonesische bevolking achter zich te krijgen.
Op 15 augustus 1945 capituleerde Japan. Nederland hoopte nog om de zaken op de vooroorlogse voet voort te zetten, maar dit mislukte. Indonesiërs waren niet langer bereid een kolonie van Nederland te zijn. De Japanse bereidheid aan het Indonesische onafhankelijkheidsstreven tegemoet te komen, stimuleerde het Indonesische nationalisme.
Soekarno leest de proklamasi voor op 17-08-1945
Britse troepen in actie in Nederlands Indie.
Nederlandse troepen in actie tijdens de 1e Politionele Actie.
Militairen in actie tijdens de 2e Politionele Actie. Dr. W. Drees tekent in het Paleis op de Dam op 30 december 1949 de soevereiniteits-overdracht. Rechts naast koningin Juliana zit Mohammed Hatta. Bij de Soevereniteitsoverdracht kregen totoks - de volbloed Nederlander- en Indo-Europeanen twee jaar de tijd om te beslissen of zij de Nederlandse nationaliteit wilden behouden of het Indonesisch staatsburgerschap wilden aannemen (warga negara). Vanwege alle geweld was het niet verwonderlijk dat honderdduizenden het land ontvluchtten en elders hun toevlucht zochten. Omdat zij al de taal spraken, werd er met name voor Nederland als migratieland gekozen. Er waren beduidend minder mensen die voor het Indonesisch staatsburgerschap kozen dan het Nederlandse kabinet verwacht had, namelijk 8% in plaats van 75%.
Tot aan 1958 zouden er rond 380.000 mensen hun zo geliefde land verlaten, per stoomboot of vliegtuig. Soms was de boot te groot voor de toenmalige waterweg en moest het aanleggen in Southampton vanwaar de mensen op een kleinere boot overstapten om naar Nederland te kunnen gaan.
|