Ik coach de musea in het maken van een tentoonstelling "volgens het boekje" Dat wil zeggen, gestructureerd, met marketingplan, schoolplan, boeiend voor diverse doelgroepen enzovoort. Het begon in november 2006. In april 2007 was de tweede fase. In november 2007 komt de derde fase en medio 2008 moeten de tentoostellingen worden geopend.
In museum Joang 45 heb ik, terzijde van het project, gesproken over hun collectie en de aandacht voor de Nederlandse kant. Daar hebben ze heel weinig van. Maar ze willen graag zo'n deelcollectie opbouwen. Via de Atlas van Stolk heb ik ze al eerder foto's gegeven van spotprenten uit Nederlandse kranten over de periode 45-49. In april heb ik namens het OorlogsVerzetsMuseum een schenking kunnen overhandigen van persoonlijke documenten en wat spullen van een korporaal van de Grenadiers. Daarover waren ze heel enthousiast. Dus probeer ik nog meer te vinden voor ze.
Overigens speelde ook het eiland Onrust een belangrijke rol voor de Nederlanders tijdens de politionele acties.
Met groeten, Kees
|
Wie kan Dhr. Plaisier en het Museum Joang45 helpen aan materiaal dat het Nederlandse perspectief weergeeft. Wij zijn op zoek naar foto´s documenten, krantenartikelen, spotprenten en verslagen van hen die betrokken waren bij de na-oorlogse ontwikkelingen in Nederlands-Indië, het eiland Onrust en de Politionele Acties. Kunt en wilt U helpen neem dan contact met ons op en mail naar sion@klup.info |
De na-oorlogse ontwikkelingen in Nederlands-Indië.
Met de aanval van Japan op Pearl Harbour op 7 december 1941 begon de oorlog voor Nederlands-Indië. Nederland beschikte op dat moment over te weinig militaire capaciteit om aan Japan tegenstand te kunnen bieden. Op 8 maart 1942 moest het leger capituleren en Nederlands-Indië werd door Japan bezet.
De snelle Japanse overwinning en de beperkte verdediging die Nederland hier tegenover had kunnen stellen, tastten het Nederlandse aanzien onder de Indonesische bevolking ernstig aan. Het geschonden Nederlandse prestige werd verder ondermijnd door de gerichte Japanse propaganda en door het opsluiten van de Nederlanders in speciale kampen. In zijn propaganda legde Japan nadruk op de eeuwenlange economische uitbuiting door Nederland, in de hoop hiermee de Indonesische bevolking achter zich te krijgen.
|
 |
|
Slag in de Javazee. |
Op 15 augustus 1945 capituleerde Japan. Nederland hoopte nog om de zaken op de vooroorlogse voet voort te zetten, maar dit mislukte. Indonesiërs waren niet langer bereid een kolonie van Nederland te zijn. De Japanse bereidheid aan het Indonesische onafhankelijkheidsstreven tegemoet te komen, stimuleerde het Indonesische nationalisme.
Op 17 augustus 1945 las Soekarno de boodschap voor waarin Indonesië onafhankelijk werd verklaard. De Nederlandse regering hield hier geen rekening mee. Bij de beoordeling van de uitroeping van de onafhankelijkheid heeft bij de regering sterk het gevoel meegespeeld dat de Republiek Indonesië door collaborateurs was opgezet, met steun van Japan. Vermoedelijk had deze Nederlandse kritiek een averechtse uitwerking en versterkte dit onafhankelijkheidsstreven.
|

|
|
Soekarno leest de proklamasi voor op 17-08-1945 |
Noch de Nederlandse regering noch de publieke opinie waren voorbereid op de Indonesische onafhankelijkheid. Men was overtuigd dat Indië zonder Nederlandse leiding niet kon bestaan. De Nederlandse regering wilde de soevereiniteit van Indonesië niet erkennen. Ze achtte die niet representatief voor geheel Indonesië en beschouwde de Republiek als een Japanse maaksel. Er werden verschillende plannen opgesteld om een oplossing te vinden, maar ze gingen allemaal uit van een hoge mate van zeggenschap van Nederland over de Indonesische zaken. Steun voor directe erkenning van Indonesië was bijna nergens te vinden.
De Nederlandse positie werd verder ondermijnd door de internationale overwegingen. Nederland was militair zwak en daarom afhankelijk van haar bondgenoten. Daarnaast was het voor veel landen aantrekkelijker om een vrijheidsstrijd te steunen, dan koloniale politiek. Met name de Amerikanen en de Australiërs hadden hun bedenkingen over de voortzetting van het koloniaal bestuur in Nederlands-Indië. Amerikaanse politici verklaarden vaak dat het doel van de overwinning geen herstel van het imperialisme mocht zijn en dat alle volken bevrijd zouden moeten worden. Op dat moment was het gezag in Indonesië officieel in handen van de Engelsen en die voelden niets voor om met geweld de Nederlandse positie te herstellen. Ook lieten de Engelsen de Nederlandse troepen aanvankelijk niet toe op Java, wat de Republiek de tijd gaf voor de opbouw van het leger.
 |
|
Britse troepen in actie in Nederlands Indie. |
In november 1946 kwam een voorlopige overeenkomst in Linggadjati tot stand, waarbij de Republiek als feitelijke gezaghebber over Java en Sumatra werd erkend. Nederland en de Republiek zouden samenwerken bij het opzetten van de Verenigde Staten van Indonesië. Nederland streefde een federale oplossing na, waarbij ongetwijfeld een dosis verdeel- en heers politiek in zat. Het Indonesische streven naar onafhankelijkheid werd vaak uitgelegd als Javaanse heerszucht, waartegen Nederland de overige bevolkingsgroepen in de archipel zou moeten beschermen.
Zoals te verwachten was, kwam in de praktijk weinig terecht van de bovengenoemde overeenkomst. Nederland twijfelde aan de Republikeinse bereidheid het accoord werkelijk uit te voeren. Deze en andere factoren leidden tot opzegging van de overeenkomst door Nederland. Er werd een militaire actie tegen de Republiek ondernomen, onder de naam Operatie produkt.
|
 |
|
Nederlandse troepen in actie tijdens de 1e Politionele Actie. |
Voor deze operatie gebruikte men de term 'politionele actie' om aan te geven dat het hier om een interne, Nederlandse zaak ging. De eerste politionele actie van 20 juli tot 4 augustus 1947 kwam tot een voortijdig einde door een oproep van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties om de strijd te staken.
Op 17 januari 1947 kwam men tot een nieuwe overeenkomst. Hierbij ging de positie van de Republiek achteruit. Nederland mocht deelstaten vormen in het gebied dat tijdens de politionele actie door haar was bezet. Nederland eiste van de Republiek nagenoeg totale overdracht van haar bevoegdheden. Toen de Republiek weigerde hiermee in te stemmen, zegde Nederland de overeenkomst op. Dit resulteerde in de tweede politionele actie.
|
 |
|
Militairen in actie tijdens de 2e Politionele Actie. |
In de tussentijd was de kracht van de Republikeinse troepen aanzienlijk gegroeid en aan beide kanten waren de verliezen groter dan te voren. Het was nu duidelijk dat Nederland niet langer om de Republiek heen kon. Ook vond Nederland bij de internationale gemeenschap steeds minder steun voor haar politiek in Indonesië. Amerika dreigde zelfs de Marshallhulp op te zeggen. Bij de Ronde Tafel Conferentie in het najaar 1949 werden de voorwaarden opgesteld waarop Nederland en Indonesië uiteen zouden gaan. Van een overgangsperiode onder Nederlandse soevereiniteit was geen sprake meer. Op 27 december 1949 vond de overdracht van de soevereiniteit plaats. Hiermee was de politieke dekolonisatie voltooid.
In de volgende maanden werd door de regering van de Verenigde Staten van Indonesië een einde gemaakt aan het federatieve karakter van de staat. Op 17 augustus 1950 werd de eenheidsstaat, de Republiek Indonesia, geproclameerd.
|
 |
|
Dr. W. Drees tekent in het Paleis op de Dam op 30 december 1949 de soevereiniteits-overdracht. Rechts naast koningin Juliana zit Mohammed Hatta. |
Bij de Soevereniteitsoverdracht kregen totoks - de volbloed Nederlander- en Indo-Europeanen twee jaar de tijd om te beslissen of zij de Nederlandse nationaliteit wilden behouden of het Indonesisch staatsburgerschap wilden aannemen (warga negara).
Vanwege alle geweld was het niet verwonderlijk dat honderdduizenden het land ontvluchtten en elders hun toevlucht zochten. Omdat zij al de taal spraken, werd er met name voor Nederland als migratieland gekozen. Er waren beduidend minder mensen die voor het Indonesisch staatsburgerschap kozen dan het Nederlandse kabinet verwacht had, namelijk 8% in plaats van 75%.
 |
 |
| Anti Nederlandse gevoelens komen tot uiting |
in demonstraties en plakaten |
Tot aan 1958 zouden er rond 380.000 mensen hun zo geliefde land verlaten, per stoomboot of vliegtuig. Soms was de boot te groot voor de toenmalige waterweg en moest het aanleggen in Southampton vanwaar de mensen op een kleinere boot overstapten om naar Nederland te kunnen gaan.
| 1945-1948: |
110.000 mensen repatrieren; de meesten aanvankelijk voor een dienstverlof. Daarnaast veel slachtoffers van de Jappenkampen. |
| 1949-1956: |
102.000 mensen verlaten het land als gevolg van de soevereiniteitsoverdracht, voornamelijk KNIL-militairen en ambtenaren die hun werk moesten neerleggen. |
| 1952-1956: |
88.000 mensen die om uiteenlopende redenen niet meteen op de gezagswisseling reageerden. |
| 1957-1958: |
40.000 mensen vertrekken vanwege de sterke anti-Nederlandse acties. |
| 1961-1962: |
14.400 mensen verlaten Nieuw-Guinea (het huidige Irian Jaya). |
| 1957-1968: |
5.000 'spijtoptanten'. Deze mensen kozen aanvankelijk voor de Indonesische nationaliteit, maar waren gedesillusioneerd omdat ze als onvolwaardig werden behandeld en vaak gediscrimineerd. |