
|
Het blijkt onmogelijk te achterhalen hoeveel gevangenen werden gehuisvest in het P.D.A. in de jaren 1941 - 1945. Aantallen m.b.t. deportaities, vrijlatingen, ontvluchtingen, executies etc. zijn niet exact te noemen. De reden hiervoor is het feit, dat de Duitsers, met de nadering van de Geallieerden de kampadminstratie hebben vernietigd om hun misdaden te verbergen. De getallen hieronder vernoemd zijn dus slecht ter indicatie. In totaal zijn er in Kamp Amersfoort meer dan 35.000 gevangenen geregistreerd, waarvan meer dan 19.000 naar Duitsland op transport zijn gegaan. Ruim 14.000 gevangenen gingen op transport naar concentratiekampen en meer dan 5.000 gingen naar Arbeits-erziehungslager en Duitse bedrijven. Ten minste 658 gevangenen zijn overleden als gevolg van hun verblijf in Kamp Amersfoort. Van deze 658 zijn meer dan 428 gevangenen in de nabije omgeving van Kamp Amersfoort geexecuteerd.
De geschiedenis van het kamp is in te delen in twee perioden: DE EERSTE PERIODE: 18-08-1941 tot 01-03-1943 Tussen 18-08-1941 en 08-03-1943 werden ruim 8.500 gevangenen ingeschreven. Van deze 8.500 gevangenen werden 1.800 gevangenen ontslagen. Zeven gevangenen zijn met succes gevlucht. 2850 gevangenen werden naar Kamp Vught getransporteerd. Bijna 800 Joden zijn naar Mauthausen getransporteerd. Ongeveer 1.400 niet Joden zijn naar andere Duitse kampen gevoerd. Honderden Joden zijn naar Westerbork gevoerd en enkele honderden contractbrekers zijn naar de werkkampen 'Essen' en 'Heerte' gevoerd. Een onbekend aantal illegale werkers zijn ter executie afgevoerd, o.a. naar de Leusderheide en 96 OD' ers naar Sachsenhausen. 142 gevangenen bezweken in die periode waarbij de 100 Russische krijgsgevangenen niet zijn meegeteld.
Van de 8.500 gevangenen werden dus 2.200 gevangenen naar Duitsland getransporteerd Het aantal gevangenen dat tegelijkertijd zat opgesloten varieert van 700 (gemiddeld tot juni 1942) tot 2.400 op het eind van 1942. In de eerste maanden van 1943 werden 2.850 gevangenen overgebracht naar Kamp Vught i.v.m. uitbreiding van Kamp Amersfoort. TWEEDE PERIODE: mei-1943 tot 19-04-1945 Na deze uitbreiding konden veel meer gevangenen worden ondergebracht. De capaciteit in de tweede periode was ongeveer 4.000 gevangenen. In deze tweede periode was de capaciteit veel groter maar ook de doorstroming was veel groter. In deze periode werden 26.500 mensen gehuisvest, waarvan 18.000 gevangenen zijn getransporteerd naar het Oosten. De omstandigheden waren nog steeds erg slecht en het kamp was er vies, waardoor er regelmatig besmettelijk ziekten uitbraken. Later in de tweede periode mochten de gevangenen, behalve de Joodse gevangenen, Rode Kruispakketten ontvangen. Een bijzonder triest hoofdstuk, naast de behandeling van de Joodse gevangenen was het lot van de 101 Russische krijgsgevangenen die in Amersfoort verbleven. Zij waren, samen met de over-geplaatsten uit Schoorl op 27 september naar Amersfoort gekomen. De Russen werden bij aankomst in Amersfoort door de stad gedreven om de bevolking te laten zien hoe primitief deze mensen waren. De reactie van de bevolking was echter anders dan de Duitsers hadden kunnen vermoeden. De Russen werden voorzien van eten en drinken. Ondanks de steun vanuit de bevolking was het lot van de Russen bezegeld. Dr. Nieuwenhuysen, de kamparts, beval de dood van twee van hen, daarnaast overleden 22 Russen aan dysentrie en uithongering. Op 9 april 1942 werden de overige 77 Russen door de SS met een nekschot vermoord. Langs de Appelweg, net buiten het kamp stond een grote boom, waarvan de takken over de ijzerdraadomheining hingen. Veel gevangenen droomde ervan om zich met behulp van die takken over het hek te catapulteren. De boom was een zekere factor in het onzekere kampleven. Daarnaast was de grond onder de boom de laatste rustplaats van Joop Swaanswijk, een lid van de Raad van Verzet en daardoor werd de boom door de gevangenen als een monument beschouwd.
Iedere gevangene in het P.D.A. was in principe ingedeeld in een werkgroep of commando (Kommando). De Arbeitsführer (een SS-bewaker) stond aan het hoofd van de verschillende Kommando's. Aan hem werd verantwoording afgelegd door de Vormann die aan het hoofd van een Kommando stond. De Vormann was een gevangene die was belast met de goede orde in het betreffende Kommando. Een Vormann of Älteste kon men vaak herkennen aan een zwarte armband met daarop in witte letters zijn functie.
Kommando's waren gericht op: continuïteit van de dagelijkse gang van zaken, op de verbetering en uitbreiding van de infrastructuur van het Kamp en de omgeving en op de verdiensten door tewerkstelling bij bedrijven. Verder waren er commando's in het leven geroepen die geen ander doel hadden dan bezigheidstherapie, straf of pesterij.
De commando's kunnen we onderverdelen in binnen- en buitencommando's. Deze verdeling geeft aan of de werkzaamheden van dat commando binnen of buiten de kampomheining plaatsvonden. Het werk in een buitencommando was vaak in de buitenlucht, terwijl de binnencommando's vaak in een barak in het kamp ondergebracht waren. De buitencommando's waren over het algemeen de 'zware' Kommando's. Zeker in de wintermaanden. In een buitencommando was het werk zwaarder en het risico op afranseling groter. Daar tegenover stond dat de gevangene een extra portie voedsel kreeg toebedeeld (in periode 2) en dat de kans om te ontsnappen iets groter was. De rozentuin was een ruimte, afgezet met prikkeldraad, naast de toegangspoort en grenzend aan de appèlplaats, waar gevangenen tijdelijk verbleven. Waarschijnlijk was deze ruimte bedoeld als verzamelplaats voor nieuwe gevangenen in afwachting van hun inschrijving. In de praktijk werd deze 'kooi' gebruikt als strafplaats waar gevangenen urenlang stil moesten staan. De strafmaatregel werd aangeduid met de benaming "Am Tor". Wanneer de naam "Rosengarten" of "Rozentuin" zijn intrede deed is niet bekend. Er zijn veel commando's bekend. Het is echter onmogelijk om volledig te zijn in een opsomming van de commando's. Dat heeft een aantal oorzaken. Er was geen uniformiteit in de naamgeving van commando's. Soms had een commando meerdere namen. Het Abortkommando was bijvoorbeeld gelijk aan het Scheishauskommando. Een commando kon bestaan uit twee, maar ook uit twintig personen. Het is niet duidelijk hoe groot een werkgroep moest zijn voordat er sprake was van een commando. Bij ieder nieuw klusje waar één of enkele gevangenen bij waren betrokken was een nieuw commando geboren. Soms viel een commando onder een ander commando. (Zandcommando en Schießstandkommando waren bijvoorbeeld ook strafcommando's). Soms ontleende een commando zijn naam niet aan de aard van het werk maar aan het doel of aan de huisvesting (Strafcommando of Garagecommando of Geratezimmerkommando). Kortom er zijn nogal wat benamingen voor de verschillende werkzaamheden te vinden. Op 19 April 1945 bevestigde SS Brigadefuhrer en Generalmajor der Polizei Schongarth, de waarnemer van Rauter, dat het kamp moest worden overgedragen aan het Rode Kruis vertegenwoordigt door Loes Overheem Ziegenhardt. Op 20 April verliet de Duitse staf het kamp en werd de Rode Kruis vlag gehesen. De beproeving was voorbij voor de resterende gevangenen.
|