Concentratiekampen in Nederland


                Polizeiliches Durchgangslager Amersfoort
a
a
In 1939 werd op bevel van de Generale Staf van het Nederlandse leger een kamp ingericht op de hei bij Leusden, in de omgeving van Amersfoort. Het kamp was bedoelt als een legerkamp.  Echter, na de Nederlandse capitulatie was er geen nut meer voor het kamp, zodat de Duitse bezetter besloot het kamp te gaan gebruiken voor het onderbrengen van arrestanten en van Joden uit de omgeving van Amersfoort.

De meeste gevangenen waren mannen uit alle lagen van de bevolking. Zo zaten er Roma zigeuners, Jehova's getuigen, homosexuelen, illegale slachters, zwarte markthandelaren, gijzelaars en veel 'saboteurs', vaak mensen die getracht hadden de Arbeitseinsatz te ontduiken. Elk van deze soort gevangenen was gekenmerkt door een bepaalde kleur ster op zijn uniform.

Het blijkt onmogelijk te achterhalen hoeveel gevangenen werden gehuisvest in het P.D.A. in de jaren 1941 - 1945. Aantallen m.b.t. deportaities, vrijlatingen, ontvluchtingen, executies etc. zijn niet exact te noemen. De reden hiervoor is het feit, dat de Duitsers, met de nadering van de Geallieerden de kampadminstratie hebben vernietigd om hun misdaden te verbergen. De getallen hieronder vernoemd zijn dus slecht ter indicatie.

In totaal zijn er in Kamp Amersfoort meer dan 35.000 gevangenen geregistreerd, waarvan meer dan 19.000 naar Duitsland op transport zijn gegaan. Ruim 14.000 gevangenen gingen op transport naar concentratiekampen en meer dan 5.000 gingen naar Arbeits-erziehungslager en Duitse bedrijven. Ten minste 658 gevangenen zijn overleden als gevolg van hun verblijf in Kamp Amersfoort. Van deze 658 zijn meer dan 428 gevangenen in de nabije omgeving van Kamp Amersfoort geexecuteerd.

 

Vanaf augustus 1941 was Walter Heinrich Lagercommandant van het P.D.A. Heinrich was volledig op de hoogte van de mishandelingen zoals deze in Kamp Amers-foort werden begaan. Hij wilde ze liever niet zien en verbood deze mishandelingen als hij ze zag. Heinrich ver-bleef vaak buiten het kamp (in Amster-damse cafés) en liet de zaken over aan Schutzhaftlagerführer I (Stöver). Heinrich verliet het kamp op 1 maart 1943.

Karl Peter Berg, ge-boren op 18 april 1907, van beroep Kriminalsekretar, werd in maart '42 door Sturmbahnführer Erich Deppner naar Kamp Amersfoort gestuurd   In april 42, nadat Heinrich van zijn ziekte was hersteld, werd hij benoemd in de functie van  Stell-vertretener Schutzhaftlagerführer. Na bevordering tot Sturmscharführer op 1 januari 1943 werd Berg op 8 maart 1943, in plaats van Heinrich, door de Befehlshaber der Sicherheitspolizei, Brigadeführer Wilhelm Harster benoemd tot commandant van Kamp Amersfoort. 

Kotälla geboren 14 juli 1908,in Bismarckhutte. Vertegenwoordiger. Hij werd twee keer   opgenomen met psychische problemen, voordat hij in september 1942 door Berg werd aangetrokken hoofd van administratie te worden. In december 1942 werd Kotälla psychiatrisch patiënt. Na vijf maanden verpleging keerde hij terug naar de staf van  P.D. Amersfoort. Vooral Joden en priesters moesten het ontgelden. Hij maakte deel uit van diverse vuurpelotons. Hij kreeg in 1948 de doodstraf die later werd omgezet in 'levenslang'.

De bijnaam van Stöver was "Nelis" Opvallend is, dat niet Stöver maar Berg in de tweede periode de positie van Heinrich overnam en comman-dant werd. Stöver verdween van het toneel, toen de tweede periode van het P.D.A. begon. Stöver kreeg levenslange gevangenisstraf in 1948. Die werd omgezet in 23 jaar. Hij werd eind 1960 uit de gevangenis van Breda ont-slagen.


De geschiedenis van het kamp is in te delen in twee perioden:

DE EERSTE PERIODE: 18-08-1941 tot 01-03-1943

Tussen 18-08-1941 en 08-03-1943 werden ruim 8.500 gevangenen ingeschreven. Van deze 8.500 gevangenen werden 1.800 gevangenen ontslagen. Zeven gevangenen zijn met succes gevlucht. 2850 gevangenen werden naar Kamp Vught getransporteerd. Bijna 800 Joden zijn naar Mauthausen getransporteerd. Ongeveer 1.400 niet Joden zijn naar andere Duitse kampen gevoerd. Honderden  Joden zijn naar Westerbork gevoerd en enkele honderden contractbrekers zijn naar de werkkampen 'Essen'  en 'Heerte' gevoerd. Een onbekend aantal illegale werkers zijn ter executie afgevoerd, o.a. naar de Leusderheide en 96 OD' ers naar Sachsenhausen. 142 gevangenen bezweken in die periode waarbij de 100 Russische krijgsgevangenen niet zijn meegeteld.

Van de 8.500 gevangenen werden dus 2.200 gevangenen naar Duitsland getransporteerd Het aantal gevangenen dat tegelijkertijd zat opgesloten varieert van 700 (gemiddeld tot juni 1942) tot 2.400 op het eind van 1942. In de eerste maanden van 1943 werden 2.850 gevangenen overgebracht naar Kamp Vught i.v.m. uitbreiding van Kamp Amersfoort.

TWEEDE PERIODE: mei-1943 tot 19-04-1945

Na deze uitbreiding konden veel meer gevangenen worden ondergebracht. De capaciteit in de tweede periode was ongeveer 4.000 gevangenen. In deze tweede periode was de capaciteit veel groter maar ook de doorstroming was veel groter. In deze periode werden 26.500 mensen gehuisvest, waarvan 18.000 gevangenen zijn getransporteerd naar het Oosten. De omstandigheden waren nog steeds erg slecht en het kamp was er vies, waardoor er regelmatig besmettelijk ziekten uitbraken. Later in de tweede periode mochten de gevangenen, behalve de Joodse gevangenen, Rode Kruispakketten ontvangen.

Een bijzonder triest hoofdstuk, naast de behandeling van de Joodse gevangenen was het lot van de 101 Russische krijgsgevangenen die in Amersfoort verbleven. Zij waren, samen met de over-geplaatsten uit Schoorl op 27 september naar Amersfoort gekomen. De Russen werden bij aankomst in Amersfoort door de stad gedreven om de bevolking te laten zien hoe primitief deze mensen waren. De reactie van de bevolking was echter anders dan de Duitsers hadden kunnen vermoeden. De Russen werden voorzien van eten en drinken.

Ondanks de steun vanuit de bevolking was het lot van de Russen bezegeld. Dr. Nieuwenhuysen, de kamparts, beval de dood van twee van hen, daarnaast overleden 22 Russen aan dysentrie en uithongering. Op 9 april 1942 werden de overige 77 Russen door de SS met een nekschot vermoord.

Langs de Appelweg, net buiten het kamp stond een grote boom, waarvan de takken over de ijzerdraadomheining hingen. Veel gevangenen droomde ervan om zich met behulp van die takken over het hek te catapulteren. De boom was een zekere factor in het onzekere kampleven. Daarnaast was de grond onder de boom de laatste rustplaats van Joop Swaanswijk, een lid van de Raad van Verzet en daardoor werd de boom door de gevangenen als een monument beschouwd.
 
Iedere gevangene in het P.D.A. was in principe ingedeeld in een werkgroep of commando (Kommando). De Arbeitsführer (een SS-bewaker) stond aan het hoofd van de verschillende Kommando's. Aan hem werd verantwoording afgelegd door de Vormann die aan het hoofd van een Kommando stond. De Vormann was een gevangene die was belast met de goede orde in het betreffende Kommando. Een Vormann of Älteste kon men vaak herkennen aan een zwarte armband met daarop in witte letters zijn functie.
 
Kommando's waren gericht op: continuïteit van de dagelijkse gang van zaken, op de verbetering en uitbreiding van de infrastructuur van het Kamp en de omgeving en op de verdiensten door tewerkstelling bij bedrijven. Verder waren er commando's in het leven geroepen die geen ander doel hadden dan bezigheidstherapie, straf of pesterij.

De commando's kunnen we onderverdelen in binnen- en buitencommando's. Deze verdeling geeft aan of de werkzaamheden van dat commando binnen of buiten de kampomheining plaatsvonden. Het werk in een buitencommando was vaak in de buitenlucht, terwijl de binnencommando's vaak in een barak in het kamp ondergebracht waren. De buitencommando's waren over het algemeen de 'zware' Kommando's. Zeker in de wintermaanden. In een buitencommando was het werk zwaarder en het risico op afranseling groter. Daar tegenover stond dat de gevangene een extra portie voedsel kreeg toebedeeld (in periode 2) en dat de kans om te ontsnappen iets groter was.

 

De rozentuin was een ruimte, afgezet met prikkeldraad, naast de toegangspoort en grenzend aan de appèlplaats, waar gevangenen tijdelijk verbleven. Waarschijnlijk was deze ruimte bedoeld als verzamelplaats voor nieuwe gevangenen in afwachting van hun inschrijving. In de praktijk werd deze 'kooi' gebruikt als strafplaats waar gevangenen urenlang stil moesten staan. De strafmaatregel werd aangeduid met de benaming "Am Tor". Wanneer de naam "Rosengarten" of "Rozentuin" zijn intrede deed is niet bekend.


In de eerste periode (tot april 1943) werd voornamelijk gewerkt aan de uitbreiding van het P.D.A. Veel commando's hielden zich dan ook bezig met werkzaamheden in en om het kamp.

Er zijn veel commando's bekend. Het is echter onmogelijk om volledig te zijn in een opsomming van de commando's. Dat heeft een aantal oorzaken. Er was geen uniformiteit in de naamgeving van commando's. Soms had een commando meerdere namen. Het Abortkommando was bijvoorbeeld gelijk aan het Scheishauskommando. Een commando kon bestaan uit twee, maar ook uit twintig personen. Het is niet duidelijk hoe groot een werkgroep moest zijn voordat er sprake was van een commando. Bij ieder nieuw klusje waar één of enkele gevangenen bij waren betrokken was een nieuw commando geboren. Soms viel een commando onder een ander commando. (Zandcommando en Schießstandkommando waren bijvoorbeeld ook strafcommando's). Soms ontleende een commando zijn naam niet aan de aard van het werk maar aan het doel of aan de huisvesting (Strafcommando of Garagecommando of Geratezimmerkommando). Kortom er zijn nogal wat benamingen voor de verschillende werkzaamheden te vinden.

Op 19 April 1945 bevestigde SS Brigadefuhrer en Generalmajor der Polizei Schongarth, de waarnemer van Rauter, dat het kamp moest worden overgedragen aan het Rode Kruis vertegenwoordigt door Loes Overheem Ziegenhardt. Op 20 April verliet de Duitse staf het kamp en werd de Rode Kruis vlag gehesen. De beproeving was voorbij voor de resterende gevangenen.






© Sion Soeters 2002 - 2013






 Contact

 Credits

Gastenboek

 Disclaimer

 Home