Tweede Wereldoorlogervaringen


                                  Han van der Jagt
a
Bij de aanval op Nederland op 10 mei 1940, werd KG4, Kampfgeschwader 4 ingezet om de eerste aanvalsgolf van de Luftwaffe op Nederlandse vliegvelden vorm te geven. Uiteindelijk zouden zij Waalhaven, Bergen, Schiphol, Ypenburg, Gilze-Rijen en Welschap bij Eindhoven aanvallen.

De toestellen van KG.4 vlogen ten noorden van de Waddeneilanden richting westen, waarbij tussen Terschelling en Ameland een verband zich los maakte en met een plotselinge westelijke manoeuvre Schiphol vanuit het oosten aanviel. De rest van het verband was doorgevlogen naar het Westen om geleidelijk zuid-zuidwestelijk langs de Nederlandse kust af te zakken. Ter hoogte van respectievelijk Bergen aan Zee, Katwijk aan Zee en Hoek van Holland vloog telkens een verband naar het oosten, waardoor de doelen aan de kust telkens vanuit zee werden aangevlogen. Zo ook Waalhaven.


Aanval op vliegveld Waalhaven

Het vliegveld Waalhaven in brand na de Duitse aanval.


Vlak na middernacht, zaten de commandant van de vliegbasis Waalhaven en zijn adjudant in de commandopost net buiten het vliegkamp aan de radio gekluisterd nadat de majoor van het commando Luchtverdediging had gehoord dat de zaken zeer ernstig begonnen te worden. Men constateerde met enige opluchting dat de Luchtwachtdiensten alleen melding maakten van vliegtuigen die in westelijke richting vlogen, waarvan een aanzienlijk deel via de Waddenzee. Daarop concludeerde men dat Engeland heel wat te wachten stond.

Even daarvoor had de commandant van de luchtvaarteenheden, kapitein-vlieger-waarnemer H.J. Scholtmeijer opdracht gekregen van het Commando Luchtverdediging om rond 02.30 uur de tien inzetbare jachtkruisers, de G-1 Mercurys van het 3e JaVA vlieggereed te hebben. Op die tijd was het grondpersoneel op haar post en werd het vliegend personeel door de kapitein gebrieft. Zij zouden bij het ochtendgloren opstijgen om de neutraliteitsschenders aan te pakken.

Vlak voor 04.00 uur kwamen twee bommenwerpers zeer laag aangevlogen, vanuit zee in oostelijke richting. De beide He-111P's van het Geschwader Stabsstaffel lieten 50 of 100 kg bommen vallen op de zuidelijke sector van het veld, bovenop de locatie van het 49e Pel.LuMi. en de mitrailleurs van de MC-III-RJ en mitrailleerden de opstellingen. Deze aanval, die de luchtverdediging totaal bij verrassing overviel, was aanleiding voor kapitein Scholtmeijer om onmiddellijk het opstijgen van zijn squadron te bevelen. Helaas bleek de chauffeur van de wagen die de vliegers naar de toestellen moest brengen, vertrokken. Zodoende rende een ieder, met alle gevaren van dien over het veld naar de G-1s.

Fokker G-1.

In totaal slaagden acht van de tien G-1s binnen een kwartier na het vallen van de eerste bommen op te stijgen. De eerste die opsteeg was reserve 1e luitenant-vlieger P. Noomen, nr. 312, met dienstplichtig korporaal H. de Vries als boordschutter. Deze piloot wist de beide He-111Ps in te halen die het vliegveld hadden aangevallen en neer te schieten. De tweede He-111, ook van het stafsquadron, werd bij IJsselmonde neergehaald. De 312 was echter zelf door de Duitse boordschutters zwaar beschadigd en maakte een gedwongen landing op Waalhaven. Het zou vandaar niet weer kunnen opstijgen.

De tweede G-1 viel een formatie He-111s aan die onderdeel vormde van de tweede golf vliegtuigen die de hangars en gebouwen rond Waalhaven met lichte bommen had aangevallen. Zij waren verantwoordelijk voor de felle branden in de hangars en de fabriek van Koolhoven, die onder meer de munitievoorraad van de Nederlanders onmiddellijk verloren deed gaan. Vlieger Kuipers slaagde erin alle drie de He-111s te pakken. Twee maakten een noodlanding en de derde was zo zwaar beschadigd dat het mogelijk onderweg terug naar Duitsland een noodlanding moest maken. Ook Kuipers moest na het luchtgevecht een noodlanding maken op Waalhaven, waarbij hij het toestel in de noordoost hoek parkeerde. De 302 zou later door een van de bombardementen worden vernield. Luitenant Kuipers gaf zich echter niet gewonnen. Hij zou later de Nieuwe Maas oversteken. Ook de boordschutter Venema bereikte de overkant en zou op 12 of op 13 mei omkomen in Rotterdam.

Na de twee eerder genoemde G-1s waren nog drie anderen kort na elkaar vertrokken. Al deze toestellen raakten in luchtgevechten met Duitse toestellen die inmiddels de lucht domineerden. De 311 schoot bij Goidschalxoord een Ju-52 neer en een Bf-109D die bij Charlois een noodlanding moest maken. Een tweede Bf-109 stortte in de Waalhaven. De 328 was veel zuid-oostelijker. Ten zuiden van vliegveld Waalhaven schoot het een Bf-109 neer, die echter mogelijk dezelfde was als die in de Waalhaven verdween, omdat het toestel nooit werd gevonden. Het tweede toestel dat werd aangeschoten werd wel gevonden. Na het (mogelijke) afschieten van de Duitse jager, achtervolgde de G-1 een He-111 over het Eiland van Dordt en schoot dit toestel ter hoogte van het Hollands Diep neer. De He-111P kwam bij Zevenbergschen Hoek neer. De 329 slaagde erin een Ju-87B neer te schieten die rond de Nieuwe Waterweg vloog.  Bovendien schoot dit toestel nog een Ju-88 van KG30 neer, die terug naar huis vloog. Alle drie de G-1s kwamen via een omweg tenslotte op het strand van Oostvoorne terecht, waar zij verlaten werden, na door het personeel te zijn gecamoufleerd. Deze drie licht beschadigde G-1s zouden op 12 mei in brand worden geschoten door de Luftwaffe, ondanks pogingen van de vliegers munitie en brandstof te bemachtigen en de jachtkruisers weer inzetbaar te maken. Toen beide middelen uiteindelijk na drie dagen waren verzameld, bleken de toestellen ontdekt door een Duits vliegtuig en in brand geschoten.

De laatste groep toestellen die erin slaagde van de grond te komen, waren de nr. 315, de nr. 309 met als piloot reserve 2e luitenant-vlieger J. van der Jagt zonder staartschutter en de nr. 330 met sergeant-majoor-vlieger J.J. Buwalda met dpl. Sergeant J. Wagner. De 315 raakte in enkele luchtgevechten betrokken maar boekte geen succes. Hierna mitrailleerde het vanuit de lucht de inmiddels op Waalhaven geparkeerde Ju-52s. Na de mitrailleurs te hebben leeggeschoten zocht de piloot richting noorden naar een geschikt vliegveld. Dit leidde uiteindelijk tot een landing op Marinevliegkamp de Kooy bij Den Helder, waarbij het vliegtuig schade opliep. Na herstel werd het toestel naar Bergen overgevlogen. De 330 slaagde erin een Do-17Z bij Westmaas neer te halen. Alle vier bemanningsleden gevangen werden genomen. Vervolgens achtervolgde de jachtkruiser een Duitse bommenwerper He-111P die bij Piershil een noodlanding moest maken. Ook deze bemanning werd gevangen genomen. Daarna raakte de G-1 echter in een luchtgevecht met Bf-109s, waarbij beide motoren werden beschadigd en tenslotte een noodlanding werd gemaakt ten westen van Zevenbergen.De 309 (registratienummer is onzeker; kan ook de 334 of 335 zijn geweest) kende een tragisch lot.

Han van der Jagt

Johannis van der Jagt Res. 2e Lt. Vl. Drager van het Vliegerkruis


Vlieger Johannis van der Jagt, die een koppel met boordschutter dienstplichtig sergeant S. de Vos vormde, behoorde bij de laatste groep opgestegen G-1s.  Johannis van der Jagt werd geboren op 11 augustus 1917 in Middelburg en was woonachtig aan de Wijnbergsekade in Vlissingen. Hij was verloofd met Nel Hozee en had een broer Wim. Gedurende de mobilisatie werd Han als vlieger gedetacheerd op het vliegveld Waalhaven. Zijn nichtje mevrouw Stofkoper was toen elf jaar en woonde in Rotterdam West en herinnert zich deze periode nog goed. Geregeld kwam Han bij zijn tante Marietje eten. Als rond 17.30 uur de bel ging bij het huis op de hoek van de Schiedamseweg en het Willem Beukelszoonplein, was het zeker Han, die als een gezellige wervelwind binnenkwam en aan zijn tante vroeg: Tante Marietje wat eet je vandaag?

Deze jongeman van nog geen 23 jaar en toch al reserve 2e luitenant vlieger, die vanwege de mobilisatie op Waalhaven was gestationeerd, was dus een van de laatste die met zijn G-1 het luchtruim verkoos toen de Duitsers vliegveld Waalhaven aan vielen.

Vanwege het feit dat er geen vervoer klaar stond om de bemanningen naar hun vliegtuigen te vervoeren moesten alle piloten en hun bemanning tussen de aanvallen door over het vliegveld naar hun toestellen rennen. De boordschutter, dienstplichtig sergeant S. de Vos die als staartschutter een cruciale rol speelde bij eventuele luchtgevechten werd tijdens de poging het vliegtuig te bereiken dodelijk getroffen door vijandelijk vuur. Zijn ontzielde lichaam werd later aangetroffen op het vliegveld.

Opstijgen en het luchtgevecht aangaan was hierdoor een zeer gevaarlijke onderneming geworden en moest bijna wel leiden tot een tragedie. Echter Han twijfelde geen moment en wilde zijn medestrijders in de lucht ondersteunen en zo lang mogelijk verzet bieden aan de Duitse overvallers. Hij steeg op, maar was geen partij voor de overmacht aan Duitse vliegtuigen en werd kort na zijn vertrek in brand geschoten. Han stortte met zijn vliegtuig neer in de Nieuwe Waterweg bij Vlaardingen en overleed ter plekke.

Mevrouw Stofkoper, zijn nichtje schreef hierover: Je kunt het je niet meer voorstellen, maar die eerste dag hadden wij geen benul van wat nu eigenlijk oorlog was. We stonden op het dak gewoon te kijken naar dat wat er in de lucht gebeurde. Ik was toen 11 jaar. We zagen een G-1 neerschieten.

Han vloog dus die G-1. Han is alleen verder gegaan en opgestegen om zoveel mogelijk verweer te geven aan de overmacht van de Duitsers. Vrij snel daarna werd hij zelf neergeschoten, wat wij, wrang idee en gevoel, achteraf gezien, hebben waargenomen.

Voor mij is hij mijn held gebleven; een nog jonge knul van nog geen 23 jaar, die in zijn eentje dit op zich nam. Moed en verantwoordelijkheidsbesef spreken hier duidelijk. Aan de staart onbeschermd, zonder zijn staartschutter steeg hij op, hij ging gewoon, dat is wel karakter h?

Voor deze herosche actie werd Han van der Jagt posthuum onderscheiden met de dapperheids- onderscheiding "het Vliegerkruis" voor initiatief, moed en volharding, hem toegekend middels Koninklijk Besluit 041148-12. Zijn naam is vereeuwigd middels een vermelding in de dodenboeken van de Oorlogsgravenstichting. Hij ligt begraven op de Noorderbegraafplaats te Vlissingen.

Monument op de Noorderbegraafplaats in Vlissingen



Personalia
Achternaam Jagt Tussenvoegsels van der
Voornamen Johannis Voorletters J.
Rang Res. 2e Lt. Vl.    
Mil. onderdeel 3-I-1 Lv.R.    
Onderscheiding VK.    
Geboorteplaats Middelburg Geboortedatum 11-08-1917
Overlijdensplaats Vlaardingen Overlijdensdatum 10-05-1940
Begraafplaats
Noorderbegraafplaats te Vlissingen (meer informatie)
Gemeente Vlissingen


Foto: met dank aan Marco

Provincie Zeeland
Land Nederland
Vak 3 C
Rij J
Nummer 211

 



Sion Soeters 2002 - 2013








 Contact

 Credits

Gastenboek

 Disclaimer

 Home