Tweede Wereldoorlogervaringen


Charles Burki


Charles Burki, geboren 4 mei 1909 te Magelang in Midden-Java als zoon van een gouvernementsambtenaar, toonde al vroeg belangstelling voor techniek en tekenen. Na zijn HBS-opleiding in Bandung vertrok hij naar Europa om in Nederland bouwkunde te gaan studeren (Delft) en zich vervolgens in Parijs aan de 'Ecole des Beaux Arts' verder te bekwamen in de schilder- en tekenkunst. In 1938 vertrok hij op huwelijksreis op een 500CC Norton International met zijspan naar Genua en vandaar met de boot naar Nederlands-IndiŽ. Nadat Japan de Nederlandse regering de oorlog verklaarde werd het echtpaar krijgsgevangen genomen. Zelf werd Burki in 1943 als dwangarbeider naar Nagasaki verbannen. Miraculeus genoeg wist hij de atoomaanval op 9 augustus 1945 te overleven en zag hij ook zijn echtgenoot weer terug. Deze ervaringen heeft Burki geÔnspireerd tot het maken van tekeningen en schilderijen, zoals 'Explosie atoombom' en een portret van een uitgeteerd, etterende slachtoffer van de ramp.

"Roosje in geurig water", fluisterde iemand. Het waren weinig toepasselijke woorden daar in de broei achter het hoge prikkeldraad, waar niemand reden tot dichterlijke bespiegelingen had. Kleine machtswellustelingen met grote bajonetten bewaakten het kamp. Een kamp zonder wachttorens, appelplaatsen of barakken, maar met bedrieglijk vriendelijk schijnende paviljoens en tuintjes met prei en selderij om het hongermenu aan te vullen. Er was zowaar een recreatiezaal met biljart, al werd daarop niet gespeeld, maar geslapen, wat tekenend was voor de organisatie. Want zo pijnlijk stipt als de Duitsers konden zijn, zo wanordelijk waren de Jappen. Misschien waren ze daarom ook wel zoveel onberekenbaarder en wreder in de uitoefening van hun gezag.

"Roosje in geurig water..." De boodschap ging van mond tot mond. Wat zij inhield, begrepen alle krijgsgevangenen: Roosevelt in Banjoewangi - de Amerikanen waren op de oostpunt van Java geland. Het gerucht kostte drie mensenlevens. Drie geinterneerde KNIL soldaten, die hun ongeduld niet langer konden bedwingen, klommen over de afrastering met het vaste voornemen de bevrijdingslegers tegemoet te snellen. maar er waren in 1943 nog geen bevrijders. Er waren alleen Javanen, van wie sommigen met de vijand heulden en het duurde dan ook niet lang of de ontsnapten werden verraden en naar Bandoeng teruggebracht. Daar werden zij op straat aan een boom gebonden. Drie dagen in de verzengende zon, ten prooi aan de hoon van voorbijgangers, die hen bespuwden. Na drie dagen werden de drie ongelukkigen opnieuw het kamp binnengevoerd. De commandant, die juist van een voortreffelijke maaltijd had genoten, veegde zijn mondhoeken af en zei: "Allemaal aantreden. Allemaal kijken naar de executie!"

De kooi, waarin gestrafte gevangenen bij helse temperaturen staande werden opgesloten, was voor Burki een trieste bron van inspiratie.                  
                                                                         Afbeelding: Collectie Museon, Den Haag

De beulen met hun slachtoffers gingen voorop. Honderden Nederlandse officieren, onderofficieren en manschappen volgden. blootvoets en op sandalen van hout en stukken autoband marcheerden ze naar de rand van het kamp, waar men de vluchtelingen vastknoopte aan de paaltjes van de prikkeldraadomheining. Twee van hen, blonde jongens, boden geen weerstand, toen hen de blinddoek werd voorgedaan. De derde, een Indo, liet zich deze behandeling niet welgevallen. Hij bespuugde de op hem toekomende Japanner krachtig in het gezicht en riep iets, waarbij de machteloos toekijkende troep zich beurtelings koud en warm voelde worden. "Leve de koningin!" riep hij. "Leve de koningin!"

Hij riep het nog, toen de flitsende bajonetten hem en de twee anderen in de maagstreek doorboorden. Pas nadat hij op zijn knieŽn was neergezakt en zijn hoofd als een geknakte knop voorover was gevallen, werd het stil. Het was niet geoorloofd de blik af te wenden. Een gevoel van walging en tranen van ontroering en woede welden op in de mannen, die getuigen moesten blijven tot het bittere einde. Het beeld van deze gruwelijke terechtstelling zette zich op hun netvliezen vast, zoals op de emulsie van een fotografische plaat. Een beeld, dat allen levenslang zouden meedragen, maar dat nooit aan de wereld getoond zou kunnen worden als een document van menselijke wreedheid en van menselijk lijden. Of toch?

Na de afmars maakte een jonge Nederlandse hospitaalsoldaat zich los uit de troep en trok zich terug in een hoekje, waar hij papier en tekenstift had verborgen. Een levensgevaarlijk vergrijp, dat door de Japanners als spionage kon worden aangemerkt. Maar Charles Burki, kunstenaar uit roeping, kon het niet laten. Gedreven door zijn emoties schiep hij in anderhalf uur tijd, een aangrijpend kunstwerk, dat niets meer en niets minder was dan een rauwe, getrouwe weergave van de drievoudige moord. Een felle aanklacht tegen de Japanse oorlogsmisdaden!

Een felle aanklacht tegen de Japanse oorlogsmisdaden. Burki tekende zijn drie makkers, die door bajonetsteken om het leven werden gebracht.     
                                                                         Afbeelding: Collectie Museon, Den Haag

Burki overleefde de oorlog. Hij maakte alles mee wat men in een oorlog mee kan maken, strijd, krijgsgevangschap, martelingen, bombardementen, ziekten, deportatie, beschieting, honger, torpedering.  Tijdens zijn transport naar Japan werd het slavenschip, waarop hij met honderden makkers, onder vergrendelde luiken achter dichtgelaste patrijspoorten zat opgesloten, door een Amerikaanse voltreffer in de grond geboord. Zwemmend, door de duistere, vollopende ruimen slaagde hij erin het enige opengesprongen luik te bereiken. Tien uur dreef hij, zich vastklampend aan het wrakhout in de Oostchinese Zee. Toen een Japanse walvisvaarder hem oppikte, werd hij naar Nagasaki overgebracht, waar hem opnieuw onvoorstelbare gebeurtenissen te wachten stonden, nl. de atoombom, die hij ook overleefde.

In de Japanse interneringskampen vonden 21.000 Nederlandse onderdanen de dood. We lezen met grote regelmaat over Dachau en andere concentratiekampen, maar het lijden van 120.000 landgenoten onder de tropenzon is nagenoeg geheel vergeten. Over de Japanse bezetting bestaat weinig materiaal en nagenoeg geen foto's, maar de tekeningen van Charles Burki zijn bewaard gebleven. Hij had de moed om te doen wat op staffe van de dood verboden was.

Het kampleven in Bandoeng had vele jammerlijke aspecten. De voltrekking van doodvonnissen door bajonetsteken is daar een onthutsend voorbeeld van. Men kan daar doodhongeren, bewusteloos slaan en verticle opsluiting in een gloeiend heet, een meter vijftig hoog hok, de zg. "kooi", aan toevoegen. Kamptekenaar Burki belichtte ook een andere kant. Hij schetste kleine, opbeurende, soms zelfs komische dingen, waarvan menigeen de mogelijkheid onder het Japanse regime, nooit had vermoed.

De kamptekenaar aan het werk. Voor een clandestien ei maakte hij een clandestien portret op bestelling. Daar maakte hij dan weer een tekening van, voor zijn eigen verzameling. 
                                                                         Afbeelding: Collectie Museon, Den Haag

Wist je, dat bevruchte kippeneieren, langs duistere wegen bij de gevangenen aankwamen en werden uitgebroed met zelfgemaakte broedmachines? Wist je, dat er achter de prikkeldraadversperringen clandestien drank werd gestookt? Wist je, dat er vrijwel geen week voorbij gingpf er werd een patent toegevoegd aan de lange lijst met kampuitvindingen? Men was zijn recht, zijn vrijheid en vaak ook zijn menselijke waardigheid kwijt, maar niet zijn vernuft en technische kunde. Bij gebrek aan lucifers maakte men sigarettenaanstekers, die via een weerstand met zout water werden gevoed door een verborgen aftakking van het electriciteitnet. Men maakte kooktoestellen uit rijstblikken en braadpannen uit versierde wieldoppen. men vervaardigde zelfs zeep, waar men alleen maar afval voor nodig had, want "Opa", een 90 jarige zeepfabrikant, kende een geheime formule.

Toen Burki in maart 1942 gevangen werd genomen, was hij zich bewust van het feit, dat dit een griezelige periode zou worden, die hij zelf vast zou moeten leggen. Zo begon Burki, die tekenaar bij een Indische dagbladuitgerij was geweest aan een unieke oorlogsreportage. Hij tekende in een onopvallend kamertje in het onderofficierenverblijf. Hij tekende alles, zichzelf, zijn sandalen, zijn bed. Toen hij na een jaar honderden tekeningen bijeen had, begon hij zich af te vragen, hoe hij hier de oorlog mee door zou komen. Het gerucht van een op  handen zijnde grote doorzoekingsactie door de kampbeulen, noopte hem zich van zijn collectie te ontdoen. Een van zijn trouwste vrienden, de jonge planter Otto Horninge, stelde voor de boel te begraven. Dit was behoorlijk riskant, omdat de Jappen op dit soort verbergpartijen waren bedacht en in elke bodemoneffenheid een reden zagen, de grond te doorwoelen. Ze hadden het speciaal op weinig in het oog springende hoekjes voorzien, zodat Horninge besloot: "Dan nemen we juist een bekende plaats. We stoppen de zaak onder het poortje!"

De dood was een geregelde gast, die je elke dag kon verwachten. Burki heeft hem van zo dichtbij gezien, dat hij hem wel moest vastleggen.       
                                                                         Afbeelding: Collectie Museon, Den Haag

De tekeningen werden opgerold met "georganiseerd" hospitaallinnen en in een dito zinken koker gestopt. Een militaire kist van djatihout, die van binnen goed was geteerd, vormde de laatste bescherming tegen ongedierte en water. Toen de duisternis viel groef Otto Horninge midden in het voetpad onder het poortje een diepe kuil, die na het verbergen van de kist weer werd dichtgegooid en zorgvuldig met kiezelsteentjes werd bestrooid.  De volgende dag liepen de Japanners er over. Twee jaar later, na de capitulatie zat de kist nog steeds in de grond.

In september 1945 werd Charles Burki in Japan door de Amerikanen bevrijd. zij brachten hem vanuit het door de atoombom getroffen Nagasaki naar Manilla, om daar van alle verschikkingen te bekomen. Zijn gedachten gingen uit naar zijn tekeningen. Java lag ver weg en er was geen zicht op een terugkeer naar Bandoeng om de tekeningen op te halen. Na in Manilla te zijn bekomen, moest soldaat Burki met de KNIL naar Borneo en daarna naar Celebes. Omdat hij geen verlof had en geen kans zag om de tekeningen op een andere manier te verkrijgen gaf hij een kameraad een situatieschets mee, met het verzoek, deze in Batavia aan een bevriende Chinese relatie te geven. Zo kwam de zaak rond, de Chinees trok met een spade naar Bandoeng, groef de kist op, vond de koker, verwijderde het hospitaallinnen en ging naar huis met de rol. Pas veel later heeft burki de tekeningen weer in handen gekregen.

Drank stoken in het Jappenkamp, Burki legde het vast in zijn tekeningen. 
                                                                         Afbeelding: Collectie Museon, Den Haag

Ondanks alle voorzorgen waren sommige tekeningen toch nog aangetast door het vocht. maar het grootste gedeelte van de collectie was behouden de oorlog doorgekomen. Op de boot naar Nederland gaf de tekenaar zijn tekeningen nog een kleine retouche. Daarna hebben ze zo'n jaar of zeventien op een Scheveningse bovenwoning gelegen. Charles Burki, een bescheiden man, durfde er niet mee voor de dag te komen, omdat hij achteraf niet geloofde, dat de Nederlandse bevolking er belangstelling voor had.






© Sion Soeters 2002 - 2013








 

 Contact

 Credits

Gastenboek

 Disclaimer

 Home